Bij Toutatis! Wat is dít?

De klimboom van de amuzikale bard Assurancetourix staat er. En ook de viswinkel van de altijd boze visboer Kostunrix is nagebouwd....

HET Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Grijp een willekeurige oud-gymnasiast bij de kraag, fluister hem die naam in het oor en kijk wat er gebeurt.

'Maar natuurlijk! Het Rijksmuseum Van Oudheden Te Leiden!', zal hij roepen. En dan volgt de woordvloed. Ze zaten in de tweede klas van het gymnasium en ze reden in de bus met de leraar Latijn en toen stapten ze die hoge hal binnen met zijn holle echo en niemand had er zin in want de stoerste jongens vonden het gewoon duf maar daar stond opeens die donkere Egyptische tempel en díe wilde iedereen toch wel even bekijken.

Een spannende excursie om het vak te verlevendigen, natuurlijk, altijd goed. Maar het ging ze niet alleen om een leuk uitstapje in de Oude Wereld. Nee, dit was de manier van de leraren Latijn en Grieks om te vertellen dat ook jij, jonge gymnasiast, tot die wereld ging behoren.

Jij, elite-leerling van de middelbare-schoolbevolking, werd dit statige gebouw binnengeleid omdat je een moderne Caesar ging worden. In de politiek, de wetenschap, het bedrijfsleven, waar dan ook! Dit bezoek was een eerste stap op weg naar de macht.

Het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. Breng er op een zondagmiddag in maart van het jaar 2000 een oud-gymnasiast heen en hij weet niet wat hij ziet.

Een lint bezoekers van minstens dertig meter lang slingert zich van de kassa door de hal aan de achterzijde langs de garderobe naar buiten. Kinderen schreeuwen en rennen rond, ouders turen ongeduldig naar het einde van de rij, en geen overijverige latinist-in-de-dop te bekennen. Natuurlijk niet. Niemand komt vandaag voor een klassieke Venus of voor gemummificeerde katten. Iedereen is er voor die ene tentoonstelling: Asterix en Europa.

Bij Toutatis!, roept de oud-gymnasiast. Wat is dít? Heiligschennis! Dit is het volk dat zich een weg baant naar de Olympus, het Walhalla van de slimme leerling. Dit zijn stripliefhebbers die denken dat de albums van Asterix geschiedenisboeken zijn. Weg ermee! Gooi ze eruit!

Maar het is al te laat. De meute is binnengedrongen, en de kassa loopt vol. Niemand gaat ze nog tegenhouden. En waarom zou dat ook moeten gebeuren? Heeft de oud-gymnasiast niet zelf Asterix et Obelix nog in het Latijn gelezen, om de taal onder de knie te krijgen? Hier gebeurt vrijwel hetzelfde. Hier wordt, aan de hand van een kleine expositie over de stripfiguur Asterix de Galliër, op sympathieke wijze het dagelijks leven van de Galliërs en de Romeinen uit de doeken gedaan.

Het is 'lering ende vermaeck' op een manier die de oude schoolmeesters waarschijnlijk niet hadden voorzien. De modernste interactieve multimediale virtuele computerprogramma's prijken naast roestende Romeinse zwaarden. Geluiden van soldaten die ten aanval trekken en van oude Gallische muziekinstrumenten schallen door de zalen. En een enorme wandtekening van de Galliërs aan hun traditionele avondmaal loopt door in een halfronde tafel waaraan bezoekers en bezoekertjes strips en educatieve boekwerken kunnen lezen.

Maar echt! Het halve Gallische dorp is nagebouwd! De klimboom van de amuzikale bard Assurancetourix herbergt afbeeldingen van Gallische muziekinstrumenten. In de viswinkel van de nijdige visboer Kostunrix staat iets te lezen over zeevoedsel in de Klassieke Wereld. En in de blauwe 'Caesar-tentjes' (volgens een jonge bezoeker) wordt het harde soldatenleven vergeleken met het luxe bestaan van de Romeinse officieren.

De informatie is summier, maar biedt door het contrast strip-werkelijkheid kleine inzichten die zich in je hoofd nestelen. Menhirs werden al lang niet meer uit de rotsen gehakt in de tijd van de Galliërs, ondanks het onverstoorbare gesjouw van Obelix. En de echte Galliërs hadden de nare gewoonte hun hutten te sieren met de schedels van overwonnen tegenstanders. Niet echt iets wat je stamleider Abraracourcix ziet doen. En zo onthou je dat voor eeuwig.

Willekeurige kennis is het eigenlijk, ondanks de dappere poging van de organisatoren de tentoonstelling een actuele invalshoek te geven (de Romeinen hadden in hun hele rijk één enkele munt; net de euro!). Wat maakt het uit. Voor de meeste bezoekers, jong en oud, is het genieten geblazen.

Jonge meisjes drukken hun neus bijkans door het tiptoetsscherm van de computer, op zoek naar informatie over een Romeins theater. Papa's bladeren met nostalgische blik door Asterix en de Goten. Kleine kinderen proberen te raden welk historisch voorwerp half verborgen ligt in met zand gevulde aquaria. En beginnende ouders vergelijken aandachtig de striptekeningen van Romeinse helmen met de roestige hoofddeksels die er naast staan opgesteld.

Er is maar één conclusie mogelijk: hier heerst een rare opwinding over het heen en weer reizen tussen fictie en werkelijkheid. Hier heerst het Asterix-gevoel.

Het Asterix-gevoel? Daniel Groen (7), bezoeker van de tentoonstelling, las al Asterix-albums voor hij kon lezen. Als er iemand het Asterix-gevoel heeft. . . Daniel heeft bijna alle boeken al uit: 'Asterix en de Noormannen heb ik gelezen, Asterix en de Koperen Ketel heb ik gelezen, Asterix en de Olympische Spelen heb ik gelezen...'

Zijn vader: 'Ik vond ze vroeger gewoon leuk. Maar hij kent de títels uit zijn hoofd!'

Daniel weer: 'Op het laatst denken de Noormannen dat ze kunnen vliegen. En dan gaan ze met hun armen wapperen, zo!, en dan springen ze zó naar beneden!'

Ja, natuurlijk heeft hij ook de film gezien vorig jaar. Grappig! 'Dat de Romeinen verslagen worden en de lucht in vliegen!' Als vuurpijlen.

Ja, dat is het Asterix-gevoel. Romeinen die denken dat ze eventjes gaan winnen en dan de vuist van Obelix ontmoeten en het luchtruim kiezen en in een boom terechtkomen. Slapstick. Maar ook: de machthebbers die op hun donder krijgen. Altijd lachen.

De smaak van de oudere fans, de nostalgici, is wat verfijnder, maar komt op hetzelfde neer. J. Versendaal (57) speelt Asterix-dialoogjes na met de vriend van zijn dochter. Het is die mimiek van de figuurtjes, zegt hij, en die taalgrappen, en dat gespeel met nationale stereotiepen. Hij begint meteen te lachen. 'De Helvetiërs die maar in die fonduepot zitten te pieren. Haha. Dat doen ze echt in Zwitserland, daar moet je een rondje betalen als je brood in de fonduepot blijft steken.'

Heerlijk, de Zwitsers op hun nummer gezet. En de Noormannen op hun nummer gezet. En de Romeinen op hun nummer gezet. Zelfs dr. Ruurd B. Halbersma, conservator van het museum en een van de samenstellers van de tentoonstelling, kan er niet genoeg van krijgen. Vooral de virtuoze woordspelletjes blijven hem bekoren.

'Een van de Romeinse kampen die het Gallische dorp omringen heet Babaorum', zegt hij. 'Weet je wat dat betekent?'

Geen flauw idee.

En dan ontsluiert hij zonder het te weten het geheim van het Asterix-gevoel.

Want spreek het maar eens uit, Babaorum. Wat krijg je dan? Babaórum, met de nadruk op de o. Dat betekent niets. Maar verschuif de nadruk nu naar de tweede a en de u. Dan krijg je: Babá-o-rúm. En in het Frans is dat: baba au rhum. Oftewel: Rumtaartje!

Geniaal! Een heel garnizoen gereduceerd tot een rumtaartje. Daar zijn we bij de kern van het Asterix-gevoel: een kleine accentverschuiving die leidt tot een plotselinge relativering. Van de machthebbers, van de overmoedigen, van de volkeren die zich wentelen in hun nationale identiteit. Opeens zijn het allemaal rare jongens, die historische helden.

Asterix biedt wat dat betreft een volkomen onschuldige relativering, een luttele voetnoot bij de Grote Geschiedenis, gemarkeerd door een klein sterretje - de asteriks. Een lekker bevrijdend gevoel voor degenen die nooit een hoofdrol zullen spelen. Dat is het Asterix-gevoel.

Want die Grote Geschiedenis gaat gewoon door. Het Romeinse Rijk is niet omvergeworpen door dat irritante dorpje. Kinderen die Asterix lezen gaan de revolutie niet uitroepen tegen hun ouders. En het Rijksmuseum Van Oudheden Te Leiden zal door al die Asterix-fans niet plotseling veranderen in een ruïneus overblijfsel van de Hoge Cultuur.

Integendeel. In oktober, als de tentoonstelling is afgelopen, zullen de gymnasiasten gewoon weer binnenmarcheren. Op weg naar de buste van Julius Caesar. Ave Caesar! Zij die gaan opgroeien, groeten u.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden