Reportage

Bij Palu is een vallei veranderd in een massagraf

Ingestorte huizen in Palu, Sulawesi. Beeld AFP

De Giro555-hulpactie voor de slachtoffers van de aardbeving op Sulawesi is vanaf woensdag 12 uur live te volgen op radio en televisie. En actie is nodig. Zo bewijst ook de enorme ravage bij Palu, waar ooit een weg liep, maar nu alles verschoven of vernietigd is. Dit landschap wordt gewoon een massagraf.’

De weg is allang geen weg meer, dus als hij plots ophoudt, is dat niet eens een verrassing. Alleen wat voorbij het einde van de weg ligt slaat de bewoners met stomheid. Waar ooit de weg liep, waar een dorp, warong of kerk stond, ligt nu een landschap dat ze hier nooit eerder hebben gezien. Je herkent rijstvelden, maisvelden en een rijtje kokospalmen, omdat de rijst, de mais en de bomen nog altijd min of meer overeind staan.

De mensen hier herkennen zelfs de zes bomen, zoals ze ooit elk markant punt in het landschap kenden als hun broekzak. Maar met die bomen is iets mis. Ze staan op de verkeerde plek. Ze horen niet waar ze staan, maar twee, drie kilometer verderop, naar links, zegt een man. ‘Ik ken die bomen’, zegt hij, ‘maar ze stonden dáár...’ 

Diverse meubelstukken meegenomen door de modder. Beeld AP

Hij wijst, en iedereen knikt, want iedereen kende die bomen en weet waar ze stonden. De bomen, de mais, de rijst, de weg, het dorp en de kerk zijn drie kilometer opgeschoven. De hele vallei is verhuisd, alsof zij is meegenomen door een rivier. Nee dat is het ook niet. De vallei wás de rivier, vrijdag, toen de aarde beefde. Het land is even water geworden, het is gaan stromen, snel en traag tegelijk als lava, en daarna opnieuw gestold. En daar ligt het nu, nog niet helemaal droog, verbrokkeld en gebarsten op de plek waar eigenlijk de weg naar Poso zou moeten liggen.

Voordat de weg ophoudt loopt hij al kilometers door een wereld die niet meer in de haak is. De weg zelf is gebroken en geknakt, en loopt omhoog en omlaag in hakkelende golven. De huizen die ernaast staan golven mee. Vijf hokjes met geldautomaten lijken te dansen, het plaveisel van een parkeerplaats is een verzameling schots en scheve trappen geworden, aan een moskee is niets meer recht, en het tankstation is half op de weg geschoven, of de weg eronder.

Zwaarbeschadigde auto's in de modder bij Palu, Sulawesi. Beeld EPA

De auto komt, voorzichtig laverend en klimmend en dalend, nog net tot de brug bij Jono Oge. Voorbij de brug is de weg weg, en stort de wereld in de stromende vallei. Drie kilometer naar rechts zijn brokstukken te zien van de kerk, en van het dorp dat is meegesleurd. Daar willen we heen. Van hieraf gaat het nog even met brommers over paadjes tussen de kokospalmen, maar twee kilometer verder houdt ook dat op. Daar begint de modder.

Een van de bromfietsers stapt op de modder, die hij keurt en beluistert als een ijsmeester het ijs. Als het hol klinkt is het gevaarlijk, maar nog veel vaker is het nat. Ook dat is gevaarlijk. Hij gebruikt omgevallen bomen als bruggen, en zoekt naar vaste grond tussen het drijfzand. 

Bij de kruin van een van de bomen staat hij even stil en draait zijn hoofd om. Iedereen stopt, en kijkt zwijgend naar de bladeren. Onder die bladeren ligt iets. De lucht verraadt een lijk. Het kan een dier zijn, maar de kans dat het een mens is is groter. Een moment van eerbiedige stilte, meer zit er niet in.

De geïmproviseerde vlag markeert de locatie van een lijk in de modder. Beeld EPA

Het gezelschap moet verder, de oversteek naar de kerk en het dorp is nog lang. Springend van rijstpol naar rijstpol, stukjes gras, kiezel, en hard geworden modder gaat het verder. Soms zak je tot je enkel in de modder, een keer zelfs tot je knie. Je voelt de modder trekken, zuigen; ‘kom, kom naar beneden’. Met moeite ruk je je los.

Een stroompje scheidt de vallei in het midden. ‘Ik heb geen idee waar dat water vandaan komt. Er is hier geen water’, zegt een van de mannen. Maar het is fris en koel en voelt fijn aan de voeten.

De weg ligt bij de kerk. Hij is in kleine stukken gebroken, maar die liggen nog netjes bij elkaar en ernaast staat, een beetje scheef, zelfs nog een lantaarnpaal. Tientallen reddingwerkers en agenten staan rond een graafmachine die in de grond grijpt waar resten van het kerkcomplex uit de modder steken. In die resten moeten nog tientallen, misschien zelfs een paar honderd lichamen liggen. De kerk was vol met scholieren die een Bijbelstudie volgden. De eerste dagen zijn hier al veertig lichamen geborgen.

Het toilet is het enige restant van een ingestort huis. Beeld REUTERS

Vandaag hebben ze iets anders gevonden: een stapel schooltassen. De een na de andere tas wordt uit de modder getrokken. De bergers zijn opgewonden. ‘Als we de tassen vinden, betekent dat dat we misschien vlak bij de kinderen zijn.’ Het is een treurige vreugde. De kinderen zijn dood, maar de gedachte dat hun lichamen geborgen kunnen worden, en door hun ouders begraven, heeft iets troostrijks, en geeft de reddingwerkers het gevoel dat zij toch nog iets redden. Dat alleen zou al een wonder zijn, in deze modderwereld. 

‘Waarschijnlijk zijn honderden lichamen meegesleurd, en die kunnen overal liggen’, zegt een politieman. ‘Ik denk dat we de meeste nooit meer zullen vinden. Dit landschap wordt gewoon een massagraf.’ Het zal niet het enige zijn. Berichten spreken over vijfduizend vermisten, vierduizend meer dan de 835 mensen die volgens de officiële telling worden vermist. ‘Vermist’ is na een week een eufemisme voor zo goed als zeker dood.

Soldaten halen een omgekomen vrouw uit de modder. Beeld Getty Images

In enkele uren tijd heeft de onbarmhartige zon de modder harder gemaakt. De terugweg is daardoor alweer een beetje makkelijker. Maar hoe hard de grond ook wordt, hij zal nooit meer te vertrouwen zijn. Nooit zal hier meer een dorp staan. Niemand zal hier meer wonen. En zelfs de kans dat de weg terugkomt is te verwaarlozen.

In plaats van lichter, is het lopen zwaarder geworden. Gesproken wordt er nauwelijks meer.

In Palu is niets meer, zag correspondent Michel Maas tussen grafdelvers en plunderaars. Geen stroom, geen water, geen eten.  ‘U kunt beter niet verder rijden. Het is daar niet pluis.’ 

Bewoners van Palu beschouwen de vreselijke natuurramp als ‘straf van God'. De natuur heeft in Palu rampen uit de kast gehaald waarvan de mensen nog nooit hadden gehoord. Aardbevingen kenden ze wel, maar niemand had ooit nog een kokospalm door het landschap zien wandelen’. 'Dit is geen ramp. Dit is mistis’, zegt een tsunami-overlevende.

Bij het vliegveld van Palu wachten honderden overlevenden in een geïmproviseerd tentendorp al dagen op evacuatie. Ook Irwan en zijn dochter staan voor het hek van het vliegveld van Palu. Irwan wil weg. Hij kan hier niet langer blijven, niet na wat er met hem is gebeurd. ‘‘In de tsunamigolf dacht ik aan mijn dochter en wist: ik moet zwemmen zo hard ik kan’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.