Bij ons is alles beter

DE REGELS die Koot en Bie een aantal jaren geleden zongen, zouden een prima motto zijn geweest voor het boek Nonzero - De logica van de menselijke bestemming van de Amerikaanse wetenschapper Robert Wright:..

'Onze God dat is de beste.

Onze God is kampioen.

Daarom zijn wij in het Westen

relatief in goeden doen.'

Wright stelt een en ander natuurlijk niet zo onversneden te boek, maar de boodschap van zijn betoog komt er wel op neer. Alleen: aan hem is de ironie van Koot en Bie niet besteed. Hij is er vast van overtuigd dat het met ons mensen almaar beter en beter gaat en dat het bij ons in het Westen gewoon het beste gaat.

Het was tot nu toe ongebruikelijk de evolutietheorie van Darwin voor dergelijke opvattingen als grondslag te nemen. Die theorie staat gewoonlijk haaks op het vooruitgangsdenken. De mens is niet beter dan de amoebe. Toegepast op gedrag is de evolutietheorie echter altijd vatbaar geweest voor de maatschappelijke sfeer waarin zij wordt uitgewerkt. Dat gold het negentiende-eeuwse imperialisme, net zozeer als het liberale, markt-georiënteerde conservatisme van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Voor beide leverde de evolutietheorie rechtvaardigingen.

In de huidige periode van Nieuwe Economie, van groei zonder crisis, van potverteren zonder rekening, kon het niet uitblijven of iemand zou de evolutietheorie inkleuren met een rozig vooruitgangsgeloof. Dat is wat Wright doet. Het voornaamste instrument dat hij daarbij gebruikt is de speltheorie.

Het 'Nonzero' uit de titel verwijst naar die theorie, waar een onderscheid wordt gemaakt tussen 'zero sum' en 'non-zero sum' spelen. Bij een zero sum spel is de winst van de ene partij het verlies van de andere. De beide partijen kunnen door samen te werken er nooit alle twee beter van worden.

Een non-zero sum spel is precies door dat laatste gedefinieerd. Door samen te werken kunnen beide partijen meer verdienen dan door elkaar te beconcurreren. De klassieke formule hiervoor wordt in het zogenoemde gevangenen-dilemma-spel gegeven.

Twee verdachten worden door de politie ondervraagd. Geen van beiden weet wat de ander zegt. De regels van het spel zijn eenvoudig: als ze alle twee hun mond dichthouden, krijgen ze allebei een lage straf. Als de een de schuld op de ander weet te schuiven, gaat hij vrijuit en wordt de ander zwaar gestraft, maar als ze dat beiden doen, gaan ze alle twee voor vele jaren achter de tralies. Samenwerken en je mond houden leveren dus een optimaal resultaat. In principe overlappen de belangen van de twee verdachten elkaar, maar alleen wanneer ze elkaar vertrouwen, kunnen ze dit in winst omzetten.

In de evolutietheoretische context waarin de structuur van dit spel theoretisch wordt doordacht, gaat het vooral over de omstandigheden waarin organismen elkaar zullen vertrouwen en zo tot profijtelijke samenwerking kunnen komen.

Wright bouwt zijn betoog op dit speltheoretische idee op. Zijn uitgangspunt is dat in veel situaties de belangen van mensen elkaar overlappen, zodat samenwerking tot een hogere opbrengst leidt dan competitie. In de evolutie van samenleving en cultuur worden voortdurend die arrangementen geselecteerd die tot collectieve winst leiden. De hele geschiedenis van de mensheid, van de oertijd tot het internet, is één groot non-zero sum spel, één groot feest van vooruitgang. Sterker, daar waar de winst van de een het verlies van de ander lijkt, is dat eigenlijk schijn. Vanuit een breder perspectief bekeken, of over een langere periode beschouwd, is er winst voor allen.

Het grootste deel van het boek bestaat uit een grove geschiedschrijving van de mensheid en haar culturen om dit blijde woord aannemelijk te maken. Landbouw is beter dan jagen; industrie is beter dan landbouw; stamverbanden zijn minder dan stadstaten en nationale staten zijn minder dan de grote wereldregering die komen gaat. Natuurlijke selectie kan niet anders opleveren dan een mondiale samenleving, waarin voor iedereen maximale welvaart en welzijn heersen. Ook de armen zijn beter af, want zonder onze rijkdom en zonder onze informatiemaatschappij zouden ze er nog veel slechter aan toe zijn.

Waar heersen op het ogenblik de meeste welvaart en het meeste welzijn? Inderdaad, in de westerse, markt-georiënteerde samenlevingen. Vanaf dag 1 is dat de bestemming van de mensheid geweest, of in ieder geval is iets dat daar erg op lijkt, de onafwendbare uitkomst geweest.

Om een dergelijke boodschap over het voetlicht te brengen is stilistische, logische en conceptuele lenigheid vereist. Wanneer bijvoorbeeld de ene stadstaat een naburige onderwerpt, zou een naïeve buitenstaander misschien denken dat bij deze onderwerping de winst van de ene het verlies is van de ander. In het geheel niet, betoogt Wright opgetogen. Door deze verovering wordt handel gemakkelijker en ontstaat een doelmatiger staat, en zo wordt ten slotte iedereen er op den duur beter van. Wat is dat toch een groot goed, die natuurlijke selectie.

De menselijke historische ontwikkeling is er volgens Wright dus een van groei en vooruitgang. Hij meent dat dezelfde processen en trends ook al zichtbaar zijn in de biologische evolutie. Daarover gaat het laatste deel van zijn boek. Vanaf de eerste trillingen van het leven in de oersoep tot aan de hersenen van de mens (het meest complexe orgaan in de natuur) is er voortdurend en gestaag groei van complexiteit.

Dit laatste is vergelijkbaar met de groei van welvaart en welzijn, die de menselijke geschiedenis kenmerken. Deze overtuiging geeft Wright in de laatste bladzijden zoveel moed dat hij nog een stap verder gaat. Waren wij niet het doel van de evolutie? Niet letterlijk. Het had ook een wat ander wezen kunnen zijn, maar wel is het voor hem zeker dat evolutie van het leven ten slotte iets moet opleveren als de mens: een intelligent wezen met een bewustzijn en een moraal.

Moraal? Uiteraard. Het doel van de evolutie is niet alleen de mens, maar de samenwerkende, mededogende, liefhebbende mens. Mogen we die dan God noemen? Wat Wright betreft mogen we dat gerust doen. God is dan misschien geen oude man met een witte baard, maar geloven in een hogere macht, in een doelgericht ontwerp, in een evolutionaire lotsbestemming is volgens hem zelfs wetenschappelijk verantwoord.

Het is merkwaardig de evolutietheorie op zo'n onbeschaamde manier voor het vooruitgangsgeloof en de rechtvaardiging van onze huidige maatschappelijke praktijken ingezet te zien worden. Overtuigen kan Wrights betoog nauwelijks. Daarvoor is zijn geschiedenis van de mensheid te oppervlakkig, verwart hij te vaak analyseniveaus, rijgt hij de ene cirkelredenering aan de andere en vindt hij zijn eigen grappen te leuk. Hij laat zien hoe eenvoudig het is de evolutietheorie te gebruiken om politieke en morele overtuigingen een aanzien van wetenschap te geven.

Dat de evolutietheorie daarvoor wordt gebruikt is niet verwonderlijk, want de theorie gaat nu eenmaal óók over ons gedrag en beleven. Waar Wright verder gaat dan de meesten is in zijn onbeschaamde voorkeur voor de huidige samenlevingsvorm en in de kosmische betekenis (God) die hij aan de uitkomsten van het evolutieproces geeft. Met zulke vrienden heeft de evolutietheorie geen vijanden nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden