Reportage Kalversterfte

Bij Nederlandse boerderijen sterft een op de negen kalfjes binnen twee weken: ‘Structureel probleem’

Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Een op de negen kalveren haalt in Nederlandse boerderijen de eerste twee weken niet. Overheid, brancheorganisaties en dierenwelzijnsorganisaties werken met de rundveesector aan een verbeterslag. 

Als Bart van Dijk (53) zijn hand door het hekwerk steekt, klautert kalf 6164 slaperig omhoog en stort zich dan vol overgave op de uitgestoken wijsvinger. ‘Ze is nog een beetje dronken van de melk’, zegt Van Dijk. Hij glimlacht, bij de aanblik van drie pasgeboren kalfjes. Het is een mooie afsluiting van het kwartaal, met daarin toch een kleine teleurstelling: twee kalfjes stierven, beide te vroeg geboren.

Terwijl dat er in heel 2018 maar één was, doodgeboren kalveren niet meegerekend. Waarmee hij maar zeggen wil: de natuur is onvoorspelbaar, leven en dood zijn deel van het boerenbedrijf. Je hebt het niet altijd in de hand, hoe goed je ze ook verzorgt - en de sterfte bij Van Dijk ligt ruimschoots onder het landelijk gemiddelde. ‘Dat staat me weleens tegen aan de beeldvorming.’

Van Dijk, die met 140 koeien een groter dan gemiddeld melkveebedrijf runt, doelt op het nieuws dat de hele dag in zijn beroepsgroep rondzingt: bij eenderde van de rundveebedrijven (melk- en vleeskoeien) in Nederland sterft meer dan 13 procent van de kalveren voordat ze twee weken oud zijn – bijna een op de zeven. Bij een op de twaalf rundveebedrijven gaat zelfs meer dan 20 procent binnen twee weken dood, bleek uit de cijfers, opgevraagd door RTL Nieuws bij de overheid. Het landelijk gemiddelde is 10 tot 11 procent.

De sterfte is vaak het resultaat van beroerde hygiënische omstandigheden, slechte voeding, en gebrek aan zorg wanneer dieren vervolgens ziek worden. Uitdroging als gevolg van diarree is doodsoorzaak nummer één. Het nieuws ging vergezeld van bloedige foto’s van ernstig verwaarloosde koeien, afkomstig uit inspecties van de Voedsel en Warenautoriteit bij veehouders waar het helemaal mis was.

Resultaat, zegt boer Bart van Dijk: ‘De sector als geheel staat er weer slecht op. Terwijl het echt gaat om excessen.’

Veehouder Bart van Dijk helpt een tweeënhalve dag oud stierkalfje met de speen van de emmer melk. Omdat de regeling voor het oormerken vanaf 1 april voorschrijft dat de dieren direct na de geboorte moeten worden geoormerkt, zit er nog wat bloed aan het oormerk. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Geen maximumpercentage

Kalversterfte is het percentage kalveren dat binnen twee weken na geboorte sterft op een specifiek rundveebedrijf (melkkoeien of vleeskoeien). Er is geen maximumpercentage, geen grens waar bedrijven niet overheen mogen en waarop een duidelijke sanctie staat. Het Besluit Houders van Dieren (2018) stelt dat dieren toereikende en voldoende hygiënische behuizing moeten hebben, en dat zieke en gewonde dieren geen zorg mag worden onthouden.

Het grootste deel van de boeren ‘zorgt  goed voor de jonkies’, zegt ook Frederieke Schouten, woordvoerder van dierenwelzijnsorganisatie Dier en Recht en voormalig veearts. Schouten werkte van 2007 tot 2014 in de varkens- en de rundveesector. ‘Maar zoals uit deze cijfers blijkt is er een heel grote groep waar verbetering mogelijk is. En bij 8 procent van de bedrijven kun je spreken van extreme sterfte. Dan hebben we het volgens mij toch echt over een structureel probleem.’

Een lange rondvraag naar de oorzaak van het probleem levert geen eenduidige conclusie op. Lastig is ook dat de sterfte lang niet werd bijgehouden, dat met verschillende leeftijdsgroepen wordt gewerkt wanneer het wel gebeurt, en dat landen om ons heen evenmin eenduidige historische cijfers hebben. Volgens het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ligt het sterftecijfer ‘al jarenlang’ tussen 10 en 11 procent. Het aantal kalveren dat in het eerste jaar sterft, nam van 10,8 procent in 2011 toe naar 13,3 procent in 2015.

‘We weten dat er een aandachtspunt ligt’, zegt Van Dijk. ‘En tot voor kort was de houding in de sector vooral: ‘ah het gaat wel goed’. Maar sinds 2015 werken we echt hard om de sterfte terug te dringen.’

Voornaamste middel: de KalfOK. Dat systeem, opgezet door onder meer brancheorganisatie NZO en Friesland Campina, houdt voor melkveehouders op 14 indicatoren bij hoe hun vee het doet: sterfte, medicijnen, bedrijfsgezondheid. Wie goed scoort, krijgt een bonus van het zuivelbedrijf. Wie het slecht doet, moet met de veearts een verbeterplan opzetten. Het systeem is sinds 2018 ingevoerd bij zo’n 85 procent van de melkveehouders. Van Dijk: ‘Ik denk dat we daar de komende jaren resultaten van gaan zien.’

Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Economische druk

Schouten, van Dier en Recht, is wat minder diplomatiek over de oorzaken. De afgelopen jaren zijn de melkprijzen enorm gedaald, zegt zij, en door nieuwe regels wat betreft mestproductie moesten veel koeien gedwongen naar de slacht. Economische druk zorgt voor schaalvergroting: minder marges betekent meer koeien, de boer die vroeger in zijn eentje 70 dieren hield zorgt er nu voor 140. Dan moet je soms prioriteiten stellen. En die liggen niet bij de kalfjes, want die leveren maar weinig op.

Een boerderij met 100 stuks melkvee, min of meer gemiddeld, produceert ruim 100 kalveren per jaar. Vijftig daarvan zijn stiertjes, die worden voor een paar tientjes verkocht aan de vleesproductie. Van de vijftig vaarsjes, vrouwtjes, heb je er pakweg dertig nodig om de melkproductie in stand te houden. De overige twintig worden eveneens verkocht.

‘Ik zeg altijd: je bent geen boer geworden om dieren dood te laten gaan’, zegt Van Dijk. ‘Als bij mij een pasgeboren kalf ziek is, laat ik een arts komen en die legt desnoods een infuus aan. Dan weet ik: dat kost 80 euro, en dat kalf levert me maar 40 euro op. Toch doe ik het.’

Kan het zijn dat er ook boeren zijn die een andere afweging maken? Van Dijk is even stil. ‘Als je geen geld hebt, kan het zijn dat je een andere afweging maakt. Ik zeg niet dat slechte economische omstandigheden voor hogere sterfte zorgen; de boeren die ik ken die het moeilijk hebben, doen hun stinkende best. Maar het kan een factor zijn.’

Wat een acceptabel percentage voor kalversterfte is, en wat er moet gebeuren als een bedrijf zo’n percentage overschrijft, blijft een lastige vraag. Van Dijk is meer van de wortel dan van de stok; de agrarische sector heeft de afgelopen jaren veel klappen moeten incasseren, onder meer door overheidsingrijpen – het water staat veel boeren aan de lippen.

Nou goed, als hij per se een cijfer moet noemen: bij hemzelf is de kalversterfte 8 procent, en 5 tot 10 procent lijkt hem een mooi streven. Liefst bereikt door slecht presterende boeren onder de hoede van een meer ervaren mentor te brengen, door educatieprogramma’s en door beloning van goed gedrag zoals met KalfOK. En wie echt van kwade wil is, moet gestraft worden. ‘Maar het blijft levende have; helemaal nul zal het nooit worden.’

Kalversterfte neemt al jaren toe

Een op de zeven kalveren sterft in het eerste levensjaar, blijkt uit cijfers van het veterinaire onderzoeksinstituut de Gezondheidsdienst voor Dieren. Lage melkprijzen en schaalvergroting leiden tot slechte verzorging en meer kalversterfte, zegt dierenwelzijnsorganisatie Dier en Recht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden