Column

'Bij Moszkowicz blijkt toch erg veel wèl wat het lijkt'

Hij kan goed de vermoorde onschuld spelen, of er zijn mensen die dat voor hem doen. Maar de kern van de kwestie is dat advocaat Bram Moszkowicz tot die figuren uit de glamourwereld behoort die iets te vaak menen dat normale gedragsregels niet voor hen gelden, en zij van de knellende beperkingen daarvan zijn vrijgesteld, schrijft Thomas von der Dunk in zijn column.

Advocaat Bram Moszkowicz komt aan bij de rechtbank voor de Raad van Discipline, de tuchtrechter voor de advocatuur, half oktober. Beeld anp

Hoeveel foute favorieten heeft Leon de Winter? Het pleit voor zijn hondentrouw dat hij steeds voor ze in de pers in de bres springt, maar ik zou mij in zijn plaats toch langzaamaan een beetje achter de oren krabben.

Eerst was er de vastgoedfraudeur Jan van Vlijmen, die door hem in Elsevier de hemel in geprezen werd: in V.O.C.-tijden zou zo iemand niet met hoon zijn overladen, maar in de adelstand zijn verheven. Als constatering is dit vast niet geheel onjuist, alleen kan ik als historicus, op grond van enige basale kennis van die V.O.C.-tijden, daarin niet een ondubbelzinnige aanbeveling in zien. Dat vond de rechter ook, die Van Vlijmen intussen veroordeeld heeft tot een celstraf van vier jaar.

Badr Hari
Toen was er die kickbokser Badr Hari, die door De Winter in hetzelfde weekblad als een 'parel voor de samenleving' betiteld werd, maar sindsdien nog gewelddadiger bleek te zijn geweest dan we op dat moment al wisten. We zijn erg benieuwd wiens mening de rechter straks deelt, die van De Winter of die van Badr Hari's slachtoffers.

En nu is er een volgende De Winter-vriend, de bekende strafpleiter Bram M. Ook die favoriet ligt juridisch onder vuur, omdat hij niet alleen bijles verzuimd heeft en voor de incassering van zijn advocatenloon contant-methodes hanteert die hij van zijn clientèle lijkt te hebben afgekeken, maar ook brutaal is geweest tegen de rechter in het Wilders-proces.

Dus verscheen er eerst, met het oog op de kritiek van de deken van de Orde van Advocaten op de eerste twee zaken, een hartstochtelijk pleidooi van Leon de Winter, ditmaal in de Volkskrant, op 25 september, onder de titel 'De deken heeft Bram Moszkowicz retorisch verkracht'. Volgens mij is het allereerst een grote kwaliteit van Moszkowicz zelf, waaraan hij ook zijn naamsbekendheid dankt, om anderen retorisch te kunnen verkrachten, en heeft de deken vooral nuchter wat nare feiten op een rij gezet. Zeer retorisch betitelde Moszkowicz die vervolgens als 'abject' en 'infaam'.

Daarbij bleef het niet; recent liet De Winter opnieuw over Moszkowicz van zich horen, in relatie tot diens smadelijke uitlatingen over de rechter in het Wil-dersproces. 'Rechtbankvoorzitter Marcel van Oosten', aldus Bram, 'bleek te zijn veranderd in een krampachtige, humorloze magistraat. Hij was kennelijk van bovenaf volgestopt met opdrachten'.

Wel wat het lijkt
'Dit is niet wat het lijkt', aldus De Winter nu. Dat roept Ton Hooijmaijers in zijn eigen proces ook. Maar voorlopig lijkt het toch vooral nog steeds heel erg wèl wat het lijkt, en de rechter lijkt er ook zo over te denken: dat Moszkowicz Van Oosten een krampachtige, humorloze magistraat vindt die van bovenaf volgestopt zou zijn met opdrachten. Niet bijvoorbeeld dat Moskozwics Van Oosten een heel ontspannen en zeer humoristische magistraat vindt, die totaal niet van boven is volgestopt met opdrachten. Een knappe advocaat dus die dat nog recht breit.

Binnenhof
Op het Binnenhof behoort het 'dat heeft U mij niet zo horen zeggen' tot de vaste reacties van politici, maar anders dan Moszkowicz zijn die gewend met meel in de mond te spreken. Het publicitair prettige aan hem is juist dat hij dat niet doet, en dat is ongetwijfeld de reden dat De Winter het zo goed met hem kan vinden - maar wie dan meermalen zijn Bram verbrandt, moet wel op de blaren zitten, ook als dat niet zo lijkt.

De kern van de kwestie is dat Moszkowicz tot die figuren uit de glamourwereld behoort die iets te vaak menen dat normale gedragsregels niet voor hen gelden, en zij van de knellende beperkingen daarvan zijn vrijgesteld. Van die veronderstelling bleek ook al Van Vlijmen te zijn uitgegaan.

'On n'arrete pas Voltaire', zou De Gaulle ooit gezegd hebben, op de suggestie om Sartre wegens het verspreiden van opruiende pamfletten op te pakken. Maar in een rechtsstaat geldt de wet voor iedereen gelijk, en arresteert men wel degelijk een Voltaire als die het wetboek te buiten is gegaan. Daarom waren bepaalde reacties op de vervolging van Strauss-Kahn en Polansky ook niet in de haak: alsof zij boven de wet zouden staan.

Halfgoden
De huidige celebrity-cultuur, die van succesvolle societyfiguren halfgoden maakt, werkt dit soort Moszkowicz-achtige eigenwaan natuurlijk in de hand: quod licet iovi non licet bovi. Een aardig naproefje daarvan kregen we afgelopen zondag met de terugblikdocumentaire over de ondergang van de LPF: de onvoorstelbare eigendunk van Herman Heinsbroek. Die bleek ook na tien jaar nog tot geen enkele zelfkritiek in staat.

Geen toeval dat Heinsbroek indertijd het vicepremierschap als vanzelfsprekend opeiste - eerdere afspraken schuift iedereen voor mij vanzelfsprekend opzij - en er ooit prat op ging een agent die hem wegens een snelheidsovertreding wilde bekeuren, toch maar even mooi te hebben afgeblaft.

Een zekere versmelting van onder- en bovenwereld ligt dan bovendien op de loer - denk aan de serie BN-ers die de afgelopen weken maar al te graag met de toffe knuffelcrimineel Willem Holleeder op de foto wilden.

A propos Holleeder: ook Moszkowicz is, gezien zijn eigen hang naar dure horloges, bolides en vriendinnen, niet bepaald immuun voor de aantrekkingskracht van het verkeren onder de Groten der Aarde - ook als het de Grote Slechterikken zijn. Men kan zich niet aan de indruk onttrekken dat hij zich volledig door Holleeder heeft laten inpalmen, zoals dat ook in het geval van Desi Bouterse lijkt te zijn gebeurd.

Niet toevallig heeft Moszkowicz vorig jaar aan zijn deelname aan het glamour-programma College Tour de eis gesteld dat die pijnlijke beelden van zijn intieme dansje met de Great Dictator van Paramaribo niet opnieuw aan den volke zouden worden vertoond. Dat zou dan immers wel eens kunnen gaan denken dat het inderdaad is wat het lijkt. Maar die veronderstelling is vast abject en infaam.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en columnist voor Volkskrant.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden