Column

Bij literatuur is een beetje dwang geoorloofd

Column Aleid Truijens

Natuurlijk, Kluun, mogen pubers op de middelbare school Kluun lezen. Graag! Dat kan al in de derde klas, net als de boeken van Saskia Noort en Heleen van Rooijen. Kieft en Gijp kunnen misschien zelfs al in de brugklas. Daarna kunnen kinderen langzaam overgaan op boeken die meer van hen vergen, die wat complexer zijn van taal, structuur en strekking.

Gerard Reve, wanhopig drinkend bij keukenlicht. Beeld anp

Dat is trouwens precies wat veel leraren Nederlands doen: jongeren aanmoedigen om steeds iets anders te proberen. Boeken die niet 'leuk' zijn maar verpletterend, schrijnend, tegendraads of verwarrend. Boeken waarvan je ondersteboven raakt of waardoor je anders naar jezelf of de wereld gaat kijken. Dat zijn niet per se de twintig boeken waarvan enkele uitgevers, de sigarenboer en de firma Voetbal International willen dat iedereen ze leest, en die je ouders lezen op het strand. Leraren zullen hun leerlingen ermee in aanraking moeten brengen. Wie denkt dat het plafond voor jongeren ligt bij wat moeiteloos lekker weg leest, onderschat hen.

Kluun denkt dat mensen aan het verplicht lezen van literatuur op school een 'literatuurlijsttrauma' overhouden, zei hij op Radio 1. In het AD (4-3-2016) vroeg hij zich af: 'Waarom gedwongen Reve, Mulisch en Hermans doorploegen? En hoezo verplicht drie boeken van voor 1880 lezen? Wie zit daar in 2016 op te wachten?' Het is 'een straf', denkt Kluun, om verplicht 25 boeken te lezen.

Even een paar misverstanden rechtzetten. Er is geen school meer waar leerlingen bij Nederlands 25 boeken moeten lezen voor hun lijst. Het landelijk vastgestelde minimum is twaalf voor het vwo, waarvan drie van vóór 1880, en acht voor het havo, waarvan niet één 'ouder' werk. Leerlingen mogen doorgaans zelf hun boeken kiezen. Wel eisen veel leraren, met name op het vwo, dat schrijvers uit verschillende perioden worden gekozen en dat er niet alleen 'lichte' werkjes op staan. Natuurlijk, over wat 'licht' is kun je eindeloos soebatten.

Zeker is dat niet alleen Reve, Hermans en Haasse, maar ook Van der Heijden, Grunberg en Esther Gerritsen als hoog literair worden beschouwd. Voor veel jongeren is hun werk een enorme ontdekking. Zoals voor mij het werk van Couperus, Slauerhoff, Vasalis, Campert en Reve onthutsend was. Dit bestond zomaar, zonder dat ik het wist! Mensen die precies hadden opgeschreven wat ik voelde en vreesde! Zonder die rottige literatuurlijst was ik misschien nooit achter het bestaan van hun werk gekomen. Dan hield het voor mij op bij Carmiggelt en Annie M.G.Schmidt, ook grote schrijvers, maar die las ik toch wel. Die boeken hadden we thuis.

'Als je kinderen tot iets verplicht, doen ze het niet', zegt Kluun. Als dat waar is, kunnen we het onderwijs wel opdoeken: één grote straf. Geen kind dat vrijwillig aan het integraalrekenen slaat of het periodiek systeem doorgrondt. Toch is het achteraf handig dat je dat hebt geleerd. Gek dat leraren Nederlands het literatuuronderwijs altijd moeten verdedigen en puberale oordelen als 'sááái' serieus moeten nemen, en andere leraren niet.

Een beetje dwang mag best, anders komen pubers tot niks, en blijven ze hangen in hun overschatte 'eigen leefwereld'. School moet het luik naar andere werelden openen. Gevoeligheid voor literatuur is iets wat je ontwikkelt. De eerste keer dat je poëzie hoort, vind je het 'gaar' of 'vaag'; als je een jaar lang dagelijks een gedicht hoort, ga je kwaliteit onderscheiden van bagger of kitsch. Zo gaat het ook met proza. Enige leeservaring is nodig om te kunnen oordelen.

Natuurlijk hopen leraren dat leerlingen door de literatuurlessen graag gaan lezen. Maar literatuur is ook gewoon kennis, culturele bagage. Kennis van het Nederland van vóór 1880, bijvoorbeeld, zeer nodig in 2016. Ook al lees je nooit meer een boek, je krijgt er wel wat van mee - zoals ik van de merkwaardige producten en de Wet van Ohm.

Stoppen jongeren met lezen doordat hun Multatuli en Reve door de strot is geduwd? Ik geloof er niets van. De generatie van de verplichte lijst heeft veel gretige lezers voortgebracht. De houding 'Áls ze maar lezen, dondert niet wat' doet dat vooralsnog niet. Als je ouders, je leraar of je favoriete schrijver zoiets zeggen, dan denk je toch: hé, is literatuur voor jou niet eens de moeite waard om te verdedigen? Dan kan het dus niks zijn.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.