Bij KPNQwest valt weinig meer te halen

De 550 Nederlandse werknemers van KPNQwest hebben donderdag hun ontslagbrief gekregen. Tot 12 juli zitten ze droog. Bij het failliete KPNQwest is voor hen weinig meer te halen....

Haast is geboden voor de ontslagen werknemers van KPNQwest. De zomer nadert, bedrijven zitten niet op ICT'ers te wachten en over vijf weken vallen zij in de WW terug op 70 procent van hun loon. Sollicitatiebrieven kunnen beter vandaag dan morgen op de bus.

Hun salaris over mei hebben de meeste werknemers nog gekregen. KPNQwest had de meisalarissen vroeg betaald, 22 mei in plaats van 27 of 28 mei, net voordat banken beslag legden op de rekeningen van KPNQwest. De 35 Nederlandse medewerkers van Ebone, het netwerkbedrijf dat KPNQwest op 18 maart van dit jaar overnam, hadden minder geluk. Hun salarisstrookje hebben ze binnen, maar het salaris over mei kan Ebone vanwege het beslag op de rekeningen niet betalen. Ebone is nog niet failliet.

De driehonderd KPNQwest-medewerkers die bij de reorganisatie in maart zijn ontslagen, kunnen fluiten naar hun ontslagpremie, soms twee jaarsalarissen.

Etienne Haneveld, bestuurder van Abvakabo FNV, vindt dat KPN de morele plicht heeft de werknemers hulp te geven bij het vinden van een baan. 'Een aantal zijn oud-KPN-medewerkers. '

De werknemers krijgen tot zes weken na het faillissement door het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV, het voormalige GAK) hun salaris doorbetaald, inclusief vakantiegeld, bonussen, pensioenpremies en dertiende maand over die periode. Tot 12 juli zitten ze droog.

Ook staat het UWV garant voor de vorderingen die werknemers nog hebben van voor de faillissementsdatum, zoals niet opgemaakte vakantiedagen, niet uitbetaald vakantiegeld of andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Het UWV vergoedt de werknemers alle vorderingen die zijn ontstaan tussen 31 mei 2001 en 31 mei 2002, de datum van het faillissement. Of het geld dat met deze regelingen gemoeid is, daadwerkelijk op KPNQwest wordt verhaald, is een probleem van het UWV, niet van de werknemer.

Bij het terugbetalen van de schuldeisers krijgen de zogenoemde boedelvorderingen voorrang: de vorderingen die zijn ontstaan na het faillissement. Daaronder valt het salaris van de curatoren en de kosten van taxatie van de activa, maar ook de zes weken loondoorbetaling door het UWV.

Het resterende geld gaat naar de 'preferente vorderingen'. Schuldeiser nummer één is hier de Belastingdienst. Nummer twee is het UWV, met de 'oude' vorderingen die het de werknemers heeft uitbetaald. Is nog geld over, dan komen de toeleveranciers van KPNQwest aan de beurt. Maar leveranciers, banken met leningen zonder onderpand en aandeelhouders zien meestal niets terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden