Bij juf Tilly, gedumpt in het flitsfaillissement van Estro

De manager van kinderopvangorganisatie Estro vroeg nog aan juf Tilly 'wat ze zelf eigenlijk wilde'. Dus Tilly Kaisiëpo zei dat ze de laatste twee jaar tot haar pensioen heel graag wilde uitdienen. Kort daarna stond ze op straat. Twee jaar leefde ze van 800 euro per maand.

Nu zoek ik haar thuis op, een flatje aan de Poptahof in Delft. Jaren zestig-architectuur in het groen. Een zandbak zonder zand. De kapotte voordeur beneden sluit niet meer maar het trappenhuis ruikt feestelijk naar pannenkoeken: Tilly bakt een stapel voor het bezoek.

Tilly Kaisiëpo was achttien jaar een geliefde juf in de Delftse kinderopvang - vraag maar aan Sheila Sitalsing, die vorige week samenvatte hoe de toeverlaat van haar kinderen er desondanks met landelijk nog duizend collega's werd uitgewerkt via een flitsfaillissement. Estro werd 'overgenomen' door Smallsteps. Smallsteps kreeg niet toevallig dezelfde baas-met-bonus. En de 'overtollige' medewerkers kregen niets.

Het hoosde die middag van haar ontslag. Tilly heeft haar regenpak aangetrokken en is overdreven zingend naar huis gefietst, waar ze zich nog wat fanatieker op het blij maken van buurtgenoten stortte. Met een armzwaai: 'Tachtig nationaliteiten hier. Allemaal mensen onder de radar van de overheid.'

Tilly Kaisiëpo

Haar woonkamer is vol potten met lekkers, een gitaar, foto's van kinderen en kleinkinderen, een zelfgemaakte slinger, een oude muziekinstallatie en de vlag van West-Papoea - komen we zo op.

Het Europese Hof verklaarde de Estro-truc vorige week onwettig. Nette faillissementen hebben een curator. Bij een flitsfaillissement regelen managers zelf even hoe werknemers voor zo min mogelijk geld zijn te dumpen. Maar volgens de hoogste Europese rechter verdienen die nu dus genoegdoening.

Als de telefoon gaat springt Tilly overeind: hopelijk is het haar advocaat, die destijds niet veel voor haar kon doen, maar dankzij het door de FNV aangespannen proces nu misschien wel. Zij is bij het CNV, ze hoopt dat zoiets niet uitmaakt. Het is de advocaat niet.

Iedereen vermoedde al dat het bij Estro niet deugde, zegt Tilly, er werd gesleept met kinderen. 'Soms moest je van het management met de kinderen naar een andere locatie wandelen, zodat je niet alleen op een groep stond.' Ze mocht niet eens afscheid van ze nemen.

Maar nu even die vlag van West-Papoea: Wie herinnert zich nog de demonstratie vóór Zwarte Piet op het Malieveld in 2013? Toen daar plotseling ook een donkere vrouw voor West-Papoea stond te demonstreren? Die toen zo is belaagd en uitgescholden: rot op naar je eigen land?

Haalde de internationale media. Was ook Tilly.

Zelf noemt ze die dag een soort scharnierpunt in haar leven. Omdat Tilly Kaisiëpo dankzij Nederland nu juist geen eigen land meer had. West-Papoea, zo zou haar vaderland nu geheten hebben, als het westelijk deel van Nieuw-Guinea na de Nederlandse overheersing het zelfbeschikkingsrecht had gekregen dat was beloofd. Maar het land is toch aan Indonesië gegeven.

Tilly's vader Marcus Kaisiëpo was als voorzitter van de Nieuw-Guinea Raad wegbereider van die beloofde onafhankelijkheid - ze laat een foto zien waar hij nog met koningin Juliana overlegt op paleis Soestdijk. Maar het feest ging dus niet door. Haar vader is gedwongen zich met zijn gezin in Nederland te vestigen. Op haar 12de belandde Tilly zo in Delft, het was 1963. Mensen voelden nog aan je kroeshaar.

Tilly's vader (zittend midden) in beraad met koningin Juliana.

In Nieuw-Guinea was ze een meisje van de elite. Haar vader had een koninklijke onderscheiding; zij sprak ABN en wist dat de Rijn bij Lobith het land binnenstroomde. Maar in Delft ging ze eenmaal volwassen in het witte centrum wonen en daar heeft tien jaar lang nauwelijks iemand met haar gepraat.

Begin jaren negentig is Tilly daarom naar 'de buitenlanders' van de Poptahof verhuisd. Mensen verklaarden haar voor gek. In die tijd kwamen er ook veel vluchtelingen en die werden daar gehuisvest. Maar Tilly voelde zich er juist weer thuis. Al zag ze ook wat er misging: getraumatiseerde oorlogsvluchtelingen, verwaarloosde kinderen, de moslimvrouwen die hun huis niet uitkwamen. Ze bedacht een moestuin waar zij elkaar ook eens konden spreken - hun mannen hadden al het theehuis. De tuin is nog steeds een succes. We wandelen erheen. Kijk, zegt ze: Turken planten uien, Nederlanders bloemen, Surinamers bonen en Marokkanen mint. Leuk hè. Nu let ze hier op kinderen. Voor niets.

In de buurtmoestuin die moslimvrouwen naar buiten haalde.

Tilly Kaisiëpo bakt pannenkoeken en steekt een witte bloem in haar haren als je komt. Die vrolijkheid noemt ze haar 'overlevingsmodus'.

Ook vertelt ze waarom het haar soms nog steeds niet lukt een Nederlander aan te kijken: 'Je denkt dat je erbij hoort. Maar dan gebeurt er weer iets.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden