'Bij Joyce zit in elke zin een angel, een zwiep'

Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes James Joyce's Ulysses, de grootste roman van de 20ste eeuw, heet in de nieuwe vertaling van Bindervoet & Henkes Ulixes. 'Joyce kon ook enorm uit de bocht vliegen.'

'Het is voor het eerst dat we op de voorkant van een boek staan - als vertalers!' Robbert-Jan Henkes houdt Ulixes omhoog. 'Niet voor het eerst', verbetert Erik Bindervoet hem, 'bij onze vertaling van The Beatles stonden we ook op de voorkant. Als een soort waarschuwing: bevat gevaarlijke onderdelen, vertaald door Bindervoet en Henkes.'


Over my dead body, zei de marketingman van de uitgeverij toen hij hoorde welke titel het duo voor zijn jongste gezamenlijke vertaling in petto had. 'Ulixes' dus, en geen Ulysses- zoals de monumentale roman van James Joyce als sinds de publicatie in 1922 heet - ook in de twee Nederlandse vertalingen die sindsdien verschenen.


'We weten niet of de marketingman nog leeft', lacht Henkes, 'maar het is gelukt. Ulixes is geen verandering, maar een vertaling: de Latijnse naam van de Griekse held Odysseus.' 'Renaissancistische schrijvers als Van Maerlant en P.C. Hooft gebruikten dat woord ook', benadrukt Bindervoet.


Bindervoet (Oostzaan, 1962) draagt een vaalgewassen James Joyce-shirt, lila sokken steken onder zijn geruite broekspijpen uit. Henkes (Eindhoven, 1962) oogt minder excentriek in zijn donkergrijze trui, maar vertelt met een vergelijkbaar enthousiasme. Af en toe doet hij een personage na of neemt hij zichzelf op de hak: 'Ik doe dit eigenlijk voor Erik.'


Bindervoet las Ulysses als eerste. 'Net na mijn eindexamen ben ik het gaan lezen. Dat wilde ik op de middelbare school al doen, maar toen werd het mij ten strengste afgeraden. Ik heb er een jaar over gedaan en ik weet nog heel goed wat een ervaring dat was, een ontdekking van een werelddeel eigenlijk.'


De vertalers leerden elkaar dertig jaar geleden kennen, ze woonden in dezelfde studentenflat aan de Amsterdamse Prinsengracht en Bindervoet adviseerde Henkes om het meesterwerk van Joyce te lezen. Henkes: 'Het begint al op de eerste bladzij, daar staat 'Chrysostomos'. Wat een prachtig woord, alles past in elkaar! Je begrijpt niet wat het betekent, maar het is zo fijn dat het niet wordt voorgekauwd. Juist dat maakt dat je verder leest.'


Samen vertaalden ze liedteksten van Bob Dylan, The Beatles en toneelstukken van Shakespeare. Ze werkten zeven jaar aan Joyce's Finnegans Wake, het onvertaalbaar geachte vervolg op Ulysses, dat in 2002 verscheen. In 2008 begonnen ze aan Ulixes- de beschrijving van één enkele dag in het leven van Leopold Bloom in Dublin, op 16 juni 1904, door Joyce onzichtbaar gebaseerd op de structuur van Homerus' Odyssee.


Bindervoet: 'We willen mensen in Nederland kennis laten maken met de pracht van het boek. Dat zouden we niet gedaan hebben als de vorige vertalingen, van John Vandenbergh in 1969 en van Paul Claes en Mon Nys in 1994, toereikend waren. We kwamen veel mensen tegen die zeiden: ik kom er niet doorheen. Die bleken vast te lopen op de vertaling.


'Alle dingen die het boek interessant maken om te lezen en te vertalen, daarvan zeiden Claes en Nys: dat is niet mogelijk, dat komt niet over. De monologue intérieur waar Joyce bekend om is, hebben ze helemaal uitgeschreven en uitgedacht.'


Henkes: 'Ze waren bang dat niemand het zou begrijpen en hebben er een soort Kuifje-taal van gemaakt.


Bindervoet: 'Dan doe je het boek geen recht.'


Henkes: 'Dat is net zoiets als het uitleggen van een mop, daar wordt-ie niet leuker van.


'Angst is een slechte raadgever. Het is prima dat een vertaler precies wil zijn, maar dat is niet de essentie. Het belangrijkste is dat je de toon en de intentie van de auteur te pakken hebt. Fritz Senn, een grote Joyceaan uit Zürich, zegt: 'Joyce heeft risico's genomen; de vertaler moet dat ook doen.'


Bindervoet knikt: 'Je ziet het meteen wanneer een vertaler voor gemakkelijke oplossingen kiest, want dan is de woordkeuze veel te bleek. De schrijver zou er iets spannenders mee hebben gedaan.'


Henkes: 'Zeker Joyce. Elke zin, daar zit iets in. Een angel, een zwiep.'


Bindervoet: 'Eén of ander geheim.'


Henkes: 'Neem de zin waar hij schrijft: 'Hou vast aan het nu, het hier, waardoor alle toekomst in het verleden stort.'


Zoals ze elkaars zinnen afmaken, zo vullen ze elkaars karakters en hebbelijkheden aan. 'Na dertig jaar kennen we onze wederzijdse gevoeligheden en weten we hoe we daar op moeten trappen. Dat houdt ons wakker. We jutten elkaar een beetje op om steeds een stapje verder te gaan. Om het risico waar Senn op doelt ook daadwerkelijk te nemen.'


Bij Shakespeare's Hamlet zat het duo samen achter de computer - 'Dat raden we niemand aan' - de hoofdstukken van Ulysses knipten ze in tweeën om ze daarna samen te voegen. 'Dan controleren we elkaar.' Henkes, theatraal streng: 'De ander gaat met zijn vingertje in jouw stuk zitten peuren: 'Heb jij dat wel opgezocht, waarde collega?'


'Het is goed en gezellig om het met z'n tweeën te doen. Ulixes is echt een vrolijk, komisch spreekboek. Tegelijkertijd is het een portret van de enorme armoede die indertijd in Dublin heerste. Iedereen is op zoek naar geld of naar drank of naar allebei. Die zwaarmoedige kant blijft vaak onderbelicht, maar het druipt er op elke bladzij vanaf. Joyce beschrijft de mensen met hun feilen en gebreken, hun alcoholisme en gedoe van alledag, maar hij heeft wel compassie met hen. Hij ziet wat ze zijn en velt er geen oordeel over.'


Henkes: 'Ulixes is een menselijk boek, personages gaan gewoon naar de wc, je ziet hun gedachten, ze maken fouten.'


Bindervoet: 'Joyce is de meest economische schrijver die ik ken. Met een half zinnetje, een woord, een gebaar, roept hij allerlei verschillende figuren op.'


Henkes: 'Als vertaler wil je dezelfde effecten bereiken.'


Bindervoet: 'En Joyce had veel effecten. Meer dan alle Nederlandse schrijvers bij elkaar, denk ik.


'Ulixes moet net zo'n staalkaart worden van het Nederlands als het origineel dat voor het Engels is. Een encyclopedie van stijlen en woorden. Joyce beheerst de taal van de kroeg, de zigeuners, de medicijnenstudent die zo creatief kan schelden. Die bonte taal was echt een doorbraak in de literatuur, dat was schokkender dan de obscene passages waar het boek om werd verboden. In de vertaling van Claes en Nys worden die scheldwoorden vertaald als 'klootzak' of 'zakkenwasser', maar dat is een afgezwakte woordenboekvertaling.'


Bindervoet bladert in zijn exemplaar van Ulixes om te kijken wat ze er zelf van hebben gemaakt. 'Aha, hier, op bladzijde 504: 'Verjezificeerde, geörchidiseerde, polycimische jezuïet!' Ze kijken elkaar tevreden aan.


'Ulysses is het beste, of het bijna beste boek van de twintigste eeuw.' Maar het is ook een van de minst uitgelezen werken, getuige bijvoorbeeld een onderzoek in 2007 door de Engelse krant The Guardian. 'Ulysses wordt als een monument beschouwd, maar daardoor is het net alsof je er alleen op kunt afstuderen. Het plezier dat je aan Joyce kunt beleven, wordt verpest door zwaarwichtig gezag dat stelt: dit is een meesterwerk omdat wij dat zeggen. Laat mensen de schoonheid en het plezier van de taal zelf ontdekken.'


Henkes: 'Wat dus eigenlijk vooral aanstootgevend is aan Ulixes, is dat het niet helemaal voor de lectuurconsumptie is geschreven. Je moet je erin verdiepen, je moet accepteren dat je niet alles begrijpt. Je moet een andere sluis open zetten om het te waarderen. Het idee dat dit het moeilijkste boek, het minst uitgelezen boek is, dat schrikt mensen af. Misschien is het ook wel goed om ontmoedigd te worden, dat mensen denken: nou, dat ga ik zeker niet lezen.'


Voor Toon Tellegen, die het nawoord van Ulixes schreef, werkte die reputatie van ontoegankelijkheid - net als bij Bindervoet - juist bemoedigend. De leraar Nederlands van Tellegen gaf ooit toe dat hij zich niet aan Ulysses waagde, omdat het te moeilijk was. Meer aansporing had Tellegen niet nodig, en na elk gelezen hoofdstuk danste hij op tafel van geluk. Henkes ervoer het niet veel anders: 'Ik dacht: prachtig, prachtig, ik snap er geen woord van - wat is dit mooi.'


Bindervoet voegt daaraan toe: 'Finnegans Wake is ook zo moeilijk. Ik las het in twee weken uit, en daarna had ik een gigantische hoofdpijn.'


Henkes: 'Die heb je nog steeds weleens.'


Bindervoet: 'Dat is de Joyce-hoofdpijn. Die is niet aan te raden.'


Bindervoet en Henkes laten zich niet ontmoedigen: 'De vertaler heeft een onmogelijke opdracht, namelijk om van iets hetzelfde te maken. Elke vertaling is daarom eigenlijk een mislukking, maar ik vind wel dat we in stijl ten onder moesten gaan, door te proberen wat Joyce ook heeft gedaan.'


Bindervoet: 'Joyce kon ook verschrikkelijk uit de bocht vliegen.'


Henkes: 'Hoofdstukken die veel te lang doorgaan!'


Bindervoet: 'Met 181 pagina's toneel!'


Ze bladeren door de bijna duizend pagina's, citeren hier en daar een passage. 'Het is af. Het voelt goed, we hebben op alle slakken zout gelegd. De kritiek zal zijn dat het te vrij is of te letterlijk. Of allebei tegelijkertijd.'


Henkes tuit zijn lippen, zet een stemmetje op: 'Of: ik kom er nog steeds niet doorheen.'


James Joyce: Ulixes.


Uit het Engels vertaald door Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes.


Athenaeum-Polak & Van Gennep; 920 pagina's; € 39,95.


ISBN 978 90 253 6975 0.


2002


James Joyce: Finnegans Wake


2003


Help! The Beatles in het Nederlands


2006


Bob Dylan: Liedteksten 1962-1973


2008


Karl Kraus: De laatste dagen der mensheid


2011


Shakespeare: Mackbeth


2012


Shakespeare: King Lear


Op het stoepje voelde hij in zijn heupzak naar zijn huissleutel. Was er niet. In de broek die ik uitgetrokken heb. Even halen. Aardappel heb ik. Krakende klerenkast. Zal haar maar niet storen. Ze draaide zich daarnet slaperig om. Hij trok de huisdeur voorzichtig achter zich dicht, nog wat, tot de voetlijst zachtjes over de drempel schoof, slappe sluitspier. Lijkt net dicht. Kan zo best tot ik terugben.


(Ulysses, vertaling John Vandenbergh, pagina 67; 1969)


Op de drempel tastte hij in zijn heupzak naar zijn huissleutel. Zit er niet. In mijn andere broek. Even halen. Aardappel heb ik. Kleerkast knarst. 'k Zal haar nu maar niet storen. Draaide zich daarnet nog slaperig om. Heel voorzichtig trok hij de voordeur achter zich dicht, nog verder, tot de voetlijst langzaam over de drempel schoof, een loom ooglid. Lijkt gesloten.'t Kan best zo tot ik terug ben.


(Ulysses, vertaling Paul Claes & Mon Nys, pagina 63; 1994)


Op het stoepetje zocht hij in zijn heupzak naar de huissleutel. Zit ie niet. In de broek die ik niet heb aangetrokken. Moet hem halen. Aardappel heb ik. Krakende klerenkast. Nergens voor nodig haar te storen. Ze draaide zich slaperig om daarnet. Hij trok de voordeur heel stil achter zich toe, nog iets, tot de weldorpel zachtjes over de drempel viel, een lamlendig lid. Zag er gesloten uit. Zit wel goed in elk geval tot ik terugben.


(Ulixes, vertaling Bindervoet & Henkes; pagina 69; 2012)


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden