Bij je kind wonen in een woud van regels

Kinderen die hun hulpbehoevende ouders zelf opvangen: precies wat het kabinet graag wil. Maar samen in één huis wonen? Dat gaat zo maar niet.

UTRECHT - Johnny Rijks (50) werkt zo'n twintig uur per week in een verpleegtehuis. Thuis verzorgt hij dagelijks de voet van zijn vader (78), die aan vaatvernauwing lijdt.


'Het is fijn voor mijn vader dat een naaste zich over hem ontfermt', zegt Rijks. Sinds de dood van zijn moeder wonen hij en zijn vader samen in een huurhuis in Dinxperlo in de Achterhoek, vlak bij de Duitse grens. Ze hebben het heel gezellig samen, vinden ze beiden. Maar of dat zo blijft? Vanaf medio volgend jaar dreigt vader 300 euro te worden gekort op zijn AOW, omdat hij samenwoont met zijn zoon.


De regel heeft al de bijnaam 'mantelzorgboete'. Naar verwachting vanaf 1 juli 2015 geldt de zogeheten kostendelersnorm: ook als een AOW'er met een familielid gaat samenwonen, krijgt hij minder pensioen. Zo staat het in de Wet werk en bijstand, die in februari is aangenomen met een ruime meerderheid in de Tweede Kamer. Behalve de regeringspartijen PvdA en VVD stemden ook SGP, CDA, ChristenUnie, D66 en lid-Bontes voor.


Rijks is de petitie 'Geen AOW-korting' begonnen om te voorkomen dat ook de Eerste Kamer akkoord gaat met deze wet. Hij weet niet hoe hij en zijn vader het dan financieel zouden moeten redden. Werken in de zorg is geen vetpot. En hij bespaart de overheid toch veel geld als mantelzorger? 'Ik verleen gratis professionele zorg. Ik breng mijn vader overal heen. Dit voelt heel onrechtvaardig. Zorgen voor je ouders wordt onmogelijk gemaakt. Het is straks voordeliger om weer apart te gaan wonen en de thuiszorg te laten komen.'


Bij de landelijke vereniging van mantelzorgers en vrijwilligers Mezzo en bij de ouderenbond ANBO regent het bezorgde telefoontjes. Veel families zien plannen om te gaan samenwonen gedwarsboomd. Zij weerleggen de argumenten van de staatssecretaris dat met het samenwonen geld wordt bespaard, en dat een korting op de AOW dus redelijk is. Veel ouderen die met hun kinderen samenwonen eten doorgaans niet mee met het gezin van hun zoon of dochter en leven ook op andere fronten een eigen leven; het is een heel andere vorm van samenleven dan die van gehuwden. Bovendien moet het kind of diens partner tijd vrijmaken voor zorg voor zijn ouders - waardoor fulltime werken soms een te zware belasting is.

Initiatief

Rob Kruger (62) uit Veenendaal en zijn vrouw krijgen buikpijn van beelden die zij zien op tv: hulpeloos ogende hoogbejaarden die weer op zichzelf moeten wonen na sluiting van hun verzorgingshuis. Zo willen zij niet oud worden, zeiden ze tegen elkaar. En zo ontstond het plan om samen met hun zoon en schoondochter een huis te kopen. Konden zij voor de kleinkinderen zorgen en later hun kinderen voor hen - schoondochter is hoofdverpleegkundige bij Buurtzorg.


'Wij dachten: ons initiatief is helemaal in lijn met de participatiesamenleving die het kabinet wil: zelf je zaken regelen en kinderen die zorg dragen voor hun ouders', zegt Kruger. 'Tot ik las dat je vanaf volgend jaar op je AOW wordt gekort als je gaat samenwonen met familieleden.'


Kruger begrijpt niet hoe 'al die mensen bij de overheid zo langs elkaar heen kunnen werken'. Zijn familie wil het mantelzorgwoonplan nog niet opgeven. Nu zoeken ze twee gescheiden woningen naast elkaar, om op die manier samen te leven en toch de kostendelersnorm te ontlopen. 'Als de ambtenaren dan maar niet komen controleren of er achter de kast soms toch een deur verborgen is die de twee woningen met elkaar verbindt.'

Constructie

Samenwonen in één ongedeeld huis wordt dus belast. Ouderen zullen daarom waarschijnlijk eerder kiezen voor (duurdere) zelfstandige woonruimte naast hun kinderen of bij hen in de tuin - om zo de korting op de AOW te ontlopen. Volgens de ANBO is het voor hen te hopen dat de Sociale Verzekeringsbank deze constructie als zelfstandig wonen zal beschouwen. De definitie van samenwonen die de AOW-verstrekker hanteert, is volgens de Ouderenbond onduidelijk. Bovendien is het verkrijgen van een eigen huisnummer bij de gemeente niet altijd eenvoudig. Soms moet bijvoorbeeld een (kostbare) splitsingsvergunning worden aangevraagd.


Het is, zegt de organisatie Netwerk Notarissen, een voorbeeld van 'het oerwoud van regels en wetten' waarin ouders en kinderen verstrikt kunnen raken als ze voor elkaar willen zorgen. 'Gemeenten zijn onvoldoende voorbereid op inwonende ouders', concludeert Netwerk Notarissen. Toen deze organisatie een enquête hield onder vijftig gemeenten, bleek slechts een enkele gemeente een vaste contactpersoon voor dit onderwerp te hebben.


Dat lijkt in tegenspraak met waar het kabinet op hamert: mensen moeten meer voor hun familieleden zorgen en minder van de overheid verwachten. De Wet maatschappelijke ondersteuning, die binnenkort in de Tweede Kamer wordt behandeld, hevelt veel zorg over naar de gemeenten. Die moeten hierin voorzien met aanzienlijk minder geld. De bedoeling is dat ook verwanten gaan bijdragen in het huishouden en de zorg voor ouderen, die met deze verminderde zorg ook langer zelfstandig thuis moeten blijven wonen.


Mede door deze ontwikkeling besluiten steeds meer ouderen en hun kinderen bij elkaar te gaan wonen. Samen in een huis, of in twee huizen naast elkaar, of met een constructie als die waarbij voor moeder een huis in de tuin wordt gebouwd. Het Sociaal en Cultureel Planbureau sprak vorig jaar al van een trend. Recente cijfers over het aantal initiatieven zijn er niet.


'Veel mensen vinden een mantelzorgwoning een goed alternatief voor een verpleegtehuis. Maar als ze hun gemeente bellen, zegt een ambtenaar dat dat niet mogelijk is', zegt directeur Peter Veldhuijzen van PasAan. Het is een van de eerste bedrijven die mantelzorgwoningen zijn gaan leveren, kant en klare woningen die naast het huis van het kind kunnen worden geplaatst, of in de tuin.


Voor deze mantelzorgwoningen moet een bouwvergunning worden aangevraagd. Bij elke gemeente geldt weer andere belemmerende wetgeving, zegt Veldhuijzen. 'De ene wil het bouwplan afkeuren op grond van een bepaling over beschermd stadsgezicht, de ander komt met een bezwaar van de welstandscommissie die begint over de esthetische kwaliteit.'


Absolute willekeur, meent Veldhuijzen. 'Die gemeenten hebben nu nog te veel mogelijkheden om eigen regels te hanteren.' Dat die belemmeringen onnodig zijn, blijkt volgens hem in ongeveer een op de vijf gemeenten. Daar gaat het wel soepel. Die geven vooruitlopend op nieuwe rijksregels voor mantelzorgwoningen gemakkelijker een vergunning af.


Gemeenten moeten kijken naar wat die mantelzorgers bijdragen aan de samenleving, betoogt Veldhuijzen. 'Zij zouden geld toe moeten krijgen voor de tienduizenden euro's per jaar die de overheid uitspaart. In plaats daarvan krijgen ze een hoop gedonder.'

Brandveiligheid

De gemeenten vinden niet dat zij met hun regels mantelzorgers tegenwerken. 'Wij moeten goed controleren op bijvoorbeeld brandveiligheid. Ouderen vormen een kwetsbare groep', zegt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). 'Het is aan de rijksoverheid om deze regels te verruimen; wij moeten ze handhaven.'


Daarom zijn de gemeenten blij met de aangekondigde landelijke verruiming van de regels voor mantelzorgwoningen. Over hooguit enkele maanden is voor de bouw van mantelzorgwoningen veelal geen vergunning meer nodig. Wel blijven er allerlei voorwaarden aan verbonden. Zo mag op een achtererf maximaal 100 vierkante meter worden bebouwd en mag de bebouwing niet meer dan de helft van het erf bedekken.


Ook in gemeenten die zelf vinden dat ze coulant zijn, is de praktijk soms anders. Anneke (57; een achternaam vindt ze niet nodig) woont net buiten Hellendoorn, in een huis met een tuin die groot genoeg is voor een mantelzorgwoning voor haar 85-jarige moeder. Die woont een paar kilometer verder in het dorp. 'Nu redt ze zich nog aardig. Maar als moeder meer zorg nodig heeft, is het prettig als ze dichtbij is.' Anneke informeerde naar de mogelijkheden bij wethouder Thea ten Have, toen ze die trof op een bijeenkomst. 'Wij zijn heel soepel', verzekerde de wethouder en verwees me naar de ambtenaar van bouw- en woningtoezicht. Ik de volgende dag naar het gemeentehuis. Tot mijn verbazing kapte die alles af. Ik mocht geen woning in de tuin zetten, zelfs geen caravan. Ik ben ontmoedigd weer naar huis gegaan.'


Wethouder Ten Have (BurgerBelang) reageert verbaasd op het verhaal. 'Hellendoorn was in 2007 een van de eerste gemeenten die burgers meer mogelijkheden gaf voor het bouwen van mantelzorgwoningen, door grotere woningen toe te staan. Elke gemeente moet dit stimuleren in deze tijd.'


Ten Have heeft in de Twentse gemeente sindsdien meerdere families in de buitengebieden huizen naast elkaar zien bouwen - voor de ouders en de kinderen. Maar voor bouwwerken in tuinen gelden voorwaarden. Die mogen er alleen tijdelijk staan. 'We zijn een krimpgebied, we kunnen niet overal woningbouw toestaan.' En er is de regel die Anneke heeft tegengewerkt: 'De inwonende oudere moet een mantelzorgindicatie hebben.'


Maar wat is nu weer een mantelzorgindicatie? Dat betekent dat de gemeente eerst moet vaststellen dat de oudere hulpbehoevend is. In de praktijk willen veel ouders en kinderen juist al gaan samenwonen als vader en/of moeder nog fit zijn. De wethouder ziet in dat deze mantelzorgindicatie veel families in de weg staat. 'Er wordt nu een ambtelijk voorstel gemaakt over hoe de regels verruimd kunnen worden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden