Bij hoogwater begint het bellen

DoorPeter van Ammelrooy

'Je kunt de natuur moeilijk voorspellen', zegt Huub Savenije, hoogleraar hydrologie en waterhuishouding in Delft. In januari bleek maar weer eens hoe moeilijk. Voor het tweede weekeinde van het jaar had Rijkswaterstaat een hoogwaterstand voorspeld in de Maas. Tot leedwezen van de Limburgers kwam het water iets hoger. De provincie hield droge voeten, maar toch klonken er bezorgde geluiden uit het zuiden. Hoe kon Rijkswaterstaat er zo naast zitten?


'We hadden te maken met een bijzonder hoogwater', zegt Savenije. 'Er viel regen op sneeuw. Dit is een proces dat het smelten van de sneeuw versnelt terwijl de ondergrond nog bevroren is. En dus werd er minder water opgenomen in de bodem en liep er meer water in de rivieren in.' Dat is een effect dat volgens hem niet in de computermodellen zit waarop de voorspellingen zijn gebaseerd.


In Lelystad, waar Rijkswaterstaat zijn hoogwaterexperts heeft gehuisvest, klinkt de verklaring iets anders. 'De hoogste stand hadden we goed zien aankomen, maar het water steeg veel sneller dan wij hadden berekend', zegt Eric Sprokkereef, expert crisismanagement. 'Dat kwam doordat de temperatuur sneller steeg dan was voorzien.' De situatie die zich volgens modellen in vier dagen had horen te voltrekken, was binnen zes uur een feit.


Waarover crisisexpert en hoogleraar het hartgrondig eens zijn, is dat je nooit alle scenario's in een computer kunt stoppen. Sprokkereef: 'De waterstand in de rivieren is van heel veel afhankelijk. Van invloed zijn de neerslag, de temperatuur, de verdamping en de hoeveelheid smeltwater. Maar er spelen ook andere factoren. Hoe droog is de grond? Welk seizoen is het? Als de bomen bladeren dragen, bereikt minder neerslag de grond.' Ook de mens draagt bij: zandzakken stroomopwaarts kunnen straten stroomafwaarts laten onderlopen.


Het inzicht van Rijkswaterstaat in die processen is de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk verbeterd. 'Na de hoogwatercrises van 1993 en 1995 is de politiek wakkergeschud. In héél Europa', zegt Tjalle de Haan, topadviseur hoogwaterbescherming met veertig dienstjaren bij Rijkswaterstaat. Nergens was het trauma groter dan in Nederland. In 1995 werden 200 duizend inwoners van het Gelders rivierengebied geëvacueerd, omdat gevreesd werd dat de dijken door hoogwater zouden bezwijken.


Afgesproken werd toen dat lidstaten hoogwater niet langer meer konden 'afwentelen' op landen stroomafwaarts. Voor Nederland is dat, als eindbestemming van twee grote Europese rivieren, van groot belang. Het stroomgebied van de Rijn bevindt zich voor 85 procent in het buitenland, dat van de Maas voor 65 procent ten zuiden van Borgharen.


'Om hier betrouwbare voorspellingen te doen over de waterstanden, moet je dus weten hoe de situatie elders is', zegt Sprokkereef. 'In 1995 moesten we het doen met zes meetpunten waarop de waterhoogten werden gemeten', legt Sprokkereef uit. 'Nu krijgen we elk uur het peil op zestig plekken door.'


Ook de weermetingen zijn verfijnd. 'Vijftien jaar geleden kregen we voor de Rijn twee neerslagverwachtingen per dag: eentje voor het noordelijk deel van het stroomgebied, eentje voor het zuiden.' De computers knagen vandaag de dag op de gegevens van 700 meetposten en rekenen bijna 70 varianten van de weersverwachting door.


Die data stromen een informatiesysteem binnen, dat pas drie jaar geleden volledig operationeel werd. Voor 120 deelgebiedjes in het stroomgebied helpen computermodellen prognoses op te stellen. Zo ingewikkeld is de basis voor de hoogwaterverwachting.


Aan de ruimte in Lelystad waar medewerkers van Rijkswaterstaat de waterstanden bijhouden, is de complexiteit niet af te zien. Over een handvol computerschermen rollen in een geruststellend tempo de gegevens binnen van meetpunten in binnen- en buitenland. 'Duitsland stuurt ze elk uur geautomatiseerd op', legt Sprokkereef uit. 'Die van de Belgen moeten we van hun computer halen.' Een tv-toestel toont de waterstanden bij Teletekst. Pannerden 851, Ramspolbrug -39, Kreekrak 5.


Uiteindelijk is het de mens, in dit geval een hoogwaterspecialist van Rijkswaterstaat, die de doorslag geeft. Sprokkereef: 'Je kunt niet alle scenario's in modellen vangen. Dan worden die veel te ingewikkeld.' De Haan: 'De uitkomsten moeten wel plausibel zijn en dat moet je altijd controleren.' Bij hoogwater hangen de hydrologen geregeld aan de telefoon met weerkundigen in de Bilt en in Duitsland. 'Maar we kijken ook naar websites, bijvoorbeeld om te zien of er ergens nog sneeuw ligt.'


Computermodel en vakkundig oordeel konden in januari echter niet voorkomen dat de Maas zich anders gedroeg dan voorspeld. 'Sinds 1995 is veel werk verzet om de voorspellingen te verbeteren', erkent ook Savenije. 'Ik denk dat ze in januari hebben gedaan wat onder de omstandigheden mogelijk was.' Toch denkt hij dat het beter kan.


Savenije deelt de opvatting van Rijkswaterstaat dat kennis van de lokale situatie cruciaal is. Maar het gaat er volgens hem niet om dat je computermodellen steeds fijnere meetgegevens moet voeren. 'Er is een school in de hydrologie die stelt dat je alles kunt berekenen als je maar precies begrijpt wat er zich op de vierkante meter afspeelt. Daarna hoef je die kennis alleen maar in een computermodel op te schalen naar de schaal van het hele stroomgebied. Maar als je vervolgens op die grotere schaal kijkt, blijkt dat niet te werken.'


'Het blijkt dat er bij het gebruik van zulke complexe modellen een veelheid aan mogelijkheden is om dezelfde uitkomst te krijgen, zodat je nooit precies weet op welke manier het regenwater tot afvoer komt. Ze geven vaak redelijke resultaten, maar om de verkeerde reden. Daarmee blijft het voorspellend vermogen van die complexe modellen klein. Eenvoudige modellen doen het vreemd genoeg beter, maar vereisen wel gedegen veldonderzoek om de dominante processen te identificeren.'


Savenije : 'De natuur is veel georganiseerder dan we denken. De patronen die het landschap vormt zijn het gevolg van natuurwetten die we nog niet volledig in de vingers hebben.' In Nederland krijgt Savenije voor zulk onderzoek moeilijk de handen op elkaar. 'Er is nauwelijks geld voor dit soort studies. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek financiert weliswaar fundamenteel onderzoek, maar heeft weinig oog voor hydrologie. Rijkswaterstaat ziet hydrologie te veel als een toegepaste wetenschap die zij bij instituten als Deltares onderbrengt. Rijkswaterstaat zou samen met de universiteiten jonge onderzoekers aan het werk moeten zetten, aldus de hydroloog.


Misschien verandert dat. In Lelystad wil men zeker met Savenije praten. In de tussentijd moeten we misschien duidelijker maken welke onzekerheden onze voorspellingen omringen, zegt Sprokkereef. 'De professionele waterbeheerders weten dat.' Een burger die een straat ziet onderlopen misschien niet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden