Bij het robotonderzoek moet alles op het laatste moment gedaan worden

Vandaag in Ware Wetenschap: dag en nacht sleutelen aan robots. En dan doen ze het.

Bard van de Weijer
De symbrion, een evolutionaire zelflerende robot Beeld Symbrion
De symbrion, een evolutionaire zelflerende robotBeeld Symbrion

Het ging zoals het met elk langjarig project gaat: alles komt aan op het laatste moment. Vijf jaar hadden Guszti Eiben en Berend Weel gewerkt aan hun evoluerende robotorganismen. En toen was daar het moment dat alles bij elkaar moest komen: de algoritmen van Eiben en Weel, de robots die waren ontwikkeld in Duitsland en Italië, en de arena, de ruimte waarin de robots moesten bewijzen wat ze waard waren.

Het project was gefinancierd door de Europese Commissie en in september moesten de teams laten zien wat ze hadden bereikt. Drie dagen lang werd er vooral gepraat, door de deelnemers van de vijftien Europese universiteiten die eraan hadden meegewerkt. Vier computerexperts uit diverse landen, waren ingevlogen om te beoordelen of het project geslaagd was.

Monnikenwerk
In de tussentijd zat Weel elders in het gebouw te zwoegen om de robots aan de praat te krijgen. Twee maanden eerder was de onderzoeker al afgereisd naar Stuttgart, waar de bijeenkomst gehouden werd, om dag en nacht te sleutelen. Het was voor het eerst dat de robots zouden draaien op de algoritmen die aan de VU ontwikkeld waren. En het bleek een monnikenwerk om ze aan de praat te krijgen.

'Er zit natuurlijk gewoon een computer in elke robot', zegt Weel. 'Alleen geen gewone. Er draait niet zoiets als Windows op, maar een sterk afgeslankte vorm van Linux.' Zomaar even algoritmen overzetten is er daarom niet bij. De software uit Weels computer moest telkens worden omgezet naar een taal die de robot begrijpt.

Geen debugger
Vervolgens werd er getest. Maar het besturingssysteem van de robot heeft geen debugger aan boord, waarmee je fouten kunt opsporen. In de praktijk betekende dit dat bij elke bug waar de robot tegenaan liep, de hele zaak op de laptop moest worden geanalyseerd, aangepast, opnieuw vertaald en dan weer op de robot gezet moest worden.

Dan bleken er ook nog bugs in de elektronica van de robots te zitten en liet de mechaniek het vaak afweten. Ook de koppelunits hadden een ontwerpfout: als robots zich eenmaal hadden vastgeklonken en er ging iets fout, waren ze nauwelijks meer los te krijgen.

Pielen met een schroevendraaier
Soms vergde het een half uur pielen met een schroevendraaiertje om de interne tandwielen te verdraaien om het koppelmechanisme te ontzetten. Kenmerkend voor elk prototype. 'Er zitten nu eenmaal altijd fouten in een design. Fouten die je in het ontwerpprogramma niet ziet', zegt Weel.

'De belangrijkste les', zegt Eiben 'is dat je veel meer ontwerpcycli moet hebben. Je moet zorgen dat je elk jaar een product oplevert.' Dat product is dan vermoedelijk niet goed en je zult het moeten weggooien. Maar daar leer je van, waardoor het tweede beter zal zijn. 'Die gooi je ook weg, maar de derde is vermoedelijk wel oké.' Nu was de robot die na vijf jaar werd opgeleverd meteen het definitieve model.

Toch lukte het ze werkend te krijgen. De laatste dag scharrelden ze door de Duitse arena, koppelden ze en liepen ze zelfstandig rond. Een moment van trots. 'Echt een machtig gezicht als zo'n apparaat zich verheft en begint te lopen', zegt Eiben. Al verliep de uitvoering niet helemaal vlekkeloos. Niet erg, er is veel geleerd. Een proces van vallen en opstaan. Letterlijk.

twitter: @warewetenschap

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden