Bij het eerste gouden standbeeld rechtsaf

‘Regeren over Jemen is als dansen met slangen.’ Niet gehinderd door cynisme ondernamen de jonge reizigers Marten Blankesteijn en Irene de Zwaan een tocht langs twaalf dictaturen....

Mensen kunnen om nogal verschillende redenen door dictaturen gefascineerd zijn. Nobelprijswinnares Herta Müller verklaarde haar preoccupatie met de (Roemeense) dictatuur waarin zij opgroeide uit het feit dat die het exces was van wat altijd en overal aanwezig is. Of dit dezelfde fascinatie is als die van westerse Noord-Korea-clubjes die zich in Pyongyang vergapen aan royaal uitgevallen standbeelden, betwijfel ik. Hier lijkt me eerder sprake van een vorm van perversiteit. In welke categorie Jort Kelder valt – hij schreef het voorwoord van De grote dictatortour van Marten Blankesteijn en Irene de Zwaan – weet ik niet zeker. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il voorziet bij Kelder in een speciaal soort amusement, het is altijd genieten. Immers, al bij zijn eerste golfpartij sloeg de Geliefde Leider meerdere holes in one, althans volgens de officiële geschiedschrijving. Heerlijk toch? ‘Wie Jan Peter Balkenende – onze leider! – wel eens heeft zien skateboarden, snapt wat ik bedoel.’ Van Kelder mogen we van de overgebleven dictators op de wereld ‘een beschermde diersoort’ maken. ‘Laat deze beesten – met excuses aan de mensenrechten – nooit ophouden te bestaan.’

Me dunkt dat mensen die dit soort dingen schrijven altijd in rechtsstaten wonen waar de premier van een skateboard flikkert, in een rijtjeshuis in Capelle aan den IJssel woont en kan worden weggestemd. In december 1989 kwam de Roemeense dictator Ceausescu ten val en bevatten de kranten vele smeuïg opgediende opsommingen van diens excessen (een reusachtig kitschpaleis met honderden tonnen kristal!). Het jaar erna, 1990, kon je in Roemenië voor het eerst vrij praten met mensen de aan die dictatuur hadden blootgestaan. Ik ging me meteen hartgrondig voor dit soort journalistiek schamen. De verhalen van mensen wier huizen voor Ceausescu’s kitschpaleis waren weggebulldozerd, bleken oneindig veel interessanter (en schokkender) dan dat monsterlijke ding zelf.

Dictatorsexcessen zijn behalve crimineel doorgaans ook hol en voorspelbaar: het enige wat per dictatuur varieert, is de intensiteit en het culturele sausje waarmee ze worden overgoten. Wel interessant is de vraag waarom de ontsporingen van de ene dictatuur zoveel groter zijn dan die van de andere, hoe groot het aandeel is van persoon van aan de top, hoe groot dat van de acolieten en dat van de ‘gewone’ onderdrukten – net als die op welke manieren mensen erin slagen een dictatuur te overleven.

Marten Blankesteijn en Irene de Zwaan, auteurs van De grote dictatortour, waren in 1990 nog peuters. De introductie van Jort Kelder deed het ergste vrezen, maar De grote dictatortour bleek een heel aardig boek. De twee 22-jarigen bezochten het geboortedorp van de Egyptische president Mubarak, werden in Jemen van de straat gestuurd en zagen futuristische kitschgebouwen in de nieuwe Kazachstaanse hoofdstad Astana, opgetrokken in the middle of nowhere (‘hoe langer we door Astana rijden, hoe meer we ons afvragen waarom Borat zoveel verzonnen heeft’).

Nog veel meer kitsch troffen ze aan in de door de overleden Turkmeense leider Niazov alias ‘Turkmenbashi’ grondig herziene hoofstad Asjgabat (‘Bij het eerste gouden Turkmenbashi-standbeeld slaan we af’). Iran kwamen ze niet in, want visa werden op het vliegveld niet meer verstrekt. Echter, het wachten op de luchthaven was al zo’n avontuur dat ze er een apart hoofdstuk van maakten.

Op de selectie van de landen valt wel wat af te dingen. Iran is, wat er allemaal ook is gebeurd, geen echte dictatuur. Saoedi-Arabië wel, een machtige en invloedrijke ook, en het is toch wel jammer dat die ontbreekt in een boek waarin een kleine en onbelangrijke speler als Oman wel behandeld wordt. Stevige analyses krijgen we hier ook niet. Maar als puur reisverslag is De grote dictatortour erg geslaagd. De beelden en sfeerimpressies zijn prima, en ook de uitspraken van de Grote Leiders waarmee de hoofdstukken worden gelardeerd mogen er wezen.

Misschien wel de mooiste is van de Jemenitische heerser Ali Abdullah Saleh: ‘Regeren over Jemen is moeilijk. Ik zeg altijd: het lijkt op dansen met slangen.’

Het leukste aan dit boek is de onbevangenheid. Hier zijn twee jonge honden op reis die de wereld nog aan het ontdekken zijn en niet gebukt gaan onder al te veel ervaring en cynisme. Zo krijg je van veel landen een ander, vaak hoopvoller beeld dan bij, pak ’m beet, een bestsellerauteur als Robert Kaplan, die vooraf eigenlijk al weet hoe het zit en overal alleen maar bekende mensen interviewt die ook al weten hoe het zit. Blankesteijn en De Zwaan babbelen met iedereen die ze tegen komen, vertoeven in internetcafés, belanden veelvuldig op terrassen en ontmoeten leeftijdgenoten die ook nog lang niet cynisch zijn en daarom zeker weten dat de dictaturen waarin ze wonen hun langste tijd gehad hebben.

Het is jammer dat niemand de jonge reizigers heeft geadviseerd dat nawoord te schrappen. Daarin vragen ze zich af of democratieën toch niet wat van dictaturen kunnen leren. In Dubai hoorden ze een topondernemer de democratie flink kraken – ‘politici zijn bij jullie alleen maar bezig met gekozen te worden’. Nee, dan de dictatuur: ‘Het is een ontzettend snelle en efficiënte manier van besturen.’ ‘Terug in Nederland zien we Balkenende en de zijnen er alles aan doen om zijn gelijk te bevestigen.’

Misschien moeten ze toch nog even gaan praten met mensen die door toedoen van zo’n snelle en efficiënte bestuurder hun huizen verloren, of hun familie, of hun ledematen. Mij lijkt het toch wel fijn dat J.P. Balkenende net zomin in staat is tot kunstjes op een skateboard als tot het met een pennestreek schrappen van een historisch stadsdeel of het met een telefoontje laten aanrukken van een vuurpeloton.

En dat eeuwige, veel gebruikte argument dat sommige landen gewoon nog niet klaar zijn voor democratie en een sterke man nódig hebben: dat is toch wel heel erg jammer voor de inwoners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden