Column

Bij Greenpeace moet je op je hoede zijn

Als je schrijft over natuur en milieu kom je vroeg of laat - meestal vroeg - in aanraking met Greenpeace.

null Beeld afp
Beeld afp

Ik zat nog maar net achter het loket natuur toen ik opgewonden berichten kreeg van Greenpeacemedewerkers over een actie in de Noordzee: ze zouden blokken graniet laten afzinken in zee om de sleepnetvisserij te verstoren en om op de noodzaak van zeereservaten te wijzen. De actie leidde tot ophef: vissers woedend, Kamervragen over de 'criminele acties' van Greenpeace. Kortom: een succes voor de actiegroep, want de publiciteit was optimaal. En ik dacht: wat nu als er geen journalisten bij waren geweest, dan hadden ze voor niets op zee gedobberd met hun basaltblokken.

Bij Greenpeace moet je op je hoede zijn. Dat wisten we al sinds de Brent Spar- affaire, toen Greenpeace Shell ertoe bracht om een overbodig geworden olieopslagboei niet te laten afzinken in zee. Later bleek dat Greenpeace zich met een factor duizend had vergist in de hoeveelheid olie en andere giftige stoffen die in het platform aanwezig waren.

Maar toch. Tegenover het ongemak over het simplisme van Greenpeace, staat een andere kant. Die basaltblokken kwamen niet uit de lucht vallen. Al in de jaren negentig stond vast dat de zogeheten bodemberoerende visserij de Noordzeebodem veranderde in een onderwaterwoestijn. Tien jaar geleden werden, uiteindelijk, een paar gebieden geselecteerd waaruit de visserij geweerd zou moeten worden.

Nu is daar nog nauwelijks iets van terecht gekomen, vele keurige pleidooien van nette wetenschappers ten spijt. Ik vind het dan opeens een stuk acceptabeler dat er een organisatie is die een - voornamelijk symbolische - steen in de vijver gooit. Vorige week had ik opnieuw zo'n tweeslachtig Greenpeace-moment. De krant berichtte dat 107 nobelprijswinnaars Greenpeace opriepen om haar verzet tegen genetisch veranderde voedselgewassen te staken, en specifiek tegen genetisch gemodificeerde rijst, de zogenoemde gouden rijst, die het chronische Vitamine A-tekort in Aziatische landen zou kunnen verhelpen. Ja, wie wil er nu geen levensreddende rijst, was mijn eerste reactie.

Maar de door de Nobelprijslaureaten - onder wie géén biologen en landbouwkundigen - ondertekende brief riep ook achterdocht op. Hoeveel mensen moeten nog sterven, stond er, voordat we dit erkennen als een 'misdaad tegen de mensheid'. Op sociale media werd Greenpeace vervolgens verantwoordelijk gehouden voor de dood van honderdduizenden kinderen per jaar.

Dat leek me een typisch geval voor de rubriek: Klopt dit wel? Om te beginnen vindt het onderzoek naar de gouden rijst gewoon plaats, ondanks het verzet van Greenpeace en andere groepen. En dit onderzoek heeft - ondanks beloftevolle resultaten - ook na bijna twintig jaar nog geen kind gered. Ik vraag me weleens af wat je met die miljarden aan onderzoeksgeld had kunnen doen in het kader van de hongerbestrijding.

De opvattingen over de voedselvoorziening van Greenpeace - duurzaam, ecologisch, divers, en met minder of geen bestrijdingsmiddelen - lijken mij volstrekt legitiem. Ook veel biologen en landbouwdeskundigen hebben zo hun reserves over genetische modificatie van voedselgewassen. Zelf geloof ik dat je alleen kunt weten wat er gebeurt als je goed, lokaal onderzoek een kans geeft, en dat gentech misschien kan leiden tot minder bestrijdingsmiddelen. Maar bij dit gevoelige onderwerp moeten wetenschappers dan wel de zaad- en bestrijdingsmiddelenindustrie buiten de deur houden. Dat is een belangrijke reden voor de koppigheid van Greenpeace. Is dat paranoïde gedrag? Ik weet het niet, het gaat om miljarden. Tijdens de presentatie van de open brief tegen Greenpeace werd de Greenpeace-vertegenwoordiger de toegang geweigerd, door het voormalig hoofd communicatie van de zaad- en bestrijdingsmiddelengigant Monsanto. Dat is vreemd.

Een paar dagen geleden hoorde ik een radiospotje van Greenpeace, gericht tegen de supermarkten, voor groenten en fruit zonder landbouwgif, voor het redden van de bijen. Ja maar, dacht ik, je kunt toch onbespoten biologische groenten kopen in de supermarkt. En het ene gif is het andere niet. Maar ja, dat is nu precies de valkuil. De bestrijdingsmiddelenindustrie heeft een rookgordijn opgetrokken van tientallen middelen met onuitspreekbare merknamen. Maar uiteindelijk doen de middelen allemaal wat ze beloven: nuttige planten en dieren doden met gif. En dat moet een keer stoppen. Dus is het goed dat er een club is die gif gewoon heel simplistisch gif noemt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden