REPORTAGETHUISZORG

Bij elke cliënt denkt de thuiszorger: breng ik het virus mee naar binnen?

De wijkverpleging is flink versoberd sinds de corona-uitbraak. Om essentiële zorg te garanderen is één op de zes huisbezoeken inmiddels geschrapt. Thuiszorgers krijgen nauwelijks beschermingsmiddelen en voelen zich voor de keuze gezet: cruciale zorg bieden of besmettingsgevaar voor hun kwetsbaarste cliënten beperken?

Voor Jan Verhoeven in Renkum is thuiszorg onontbeerlijk. En dit soort zorg verlenen kán niet van anderhalve meter afstand, zegt thuiszorgmedewerker Chantal van Emden.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Een rol keukenpapier is het voornaamste wapen van Jan Verhoeven (84) tegen het coronavirus. ‘Na het handen wassen moeten we ons daaraan afdrogen en het papiertje weggooien’, zegt thuiszorgmedewerker Chantal van Emden terwijl ze op veilige afstand van haar cliënt staat. ‘Dat heeft hij op televisie gezien. Sindsdien blijft hij ons erop wijzen. Heel goed van hem.’

Van Emden leidt ons per videoverbinding door de kleine seniorenwoning in Renkum. Verhoeven kijk mee vanuit zijn stoel. Het huis biedt weinig ruimte voor andere voorzorgsmaatregelen. ‘Kijk, de badkamer is nog niet eens twee bij twee, hoe houden we daar anderhalve meter afstand?’ Om haar kwetsbare cliënten toch enigszins te beschermen, heeft ze zelf maar een mondkapje meegenomen. ‘Dat had ik thuis nog liggen, van mijn vorige werk in de pedicure.’

In een kleine doucheruimte is de anderhalvemeterregel voor thuiszorgmedewerkers en cliënten onuitvoerbaar.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskant

Zo’n zeshonderdduizend Nederlanders hebben wijkverpleging nodig, de helft van hen is boven de 80. Vaak gaat het om kwetsbare mensen. De druk op verpleegkundigen en verzorgenden is sinds de uitbraak van het coronavirus flink toegenomen. Zij dreigen ziek uit te vallen, terwijl de zorgvraag door het virus juist toeneemt. Eén op de zes huisbezoeken is inmiddels geschrapt, blijkt uit cijfers van medisch adviesbureau Gupta. De organisaties proberen capaciteit voor essentiële zorg te garanderen.

Thuiszorgers werken met ingehouden adem, bang zelf het virus te krijgen of het over te brengen. Beschermingsmateriaal gaat vooral naar ziekenhuizen en richtlijnen zijn niet eenduidig. Dagelijks komen de medewerkers bij tien tot vijftien hulpbehoevende ouderen thuis. Iedere keer dat Van Emden en haar collega’s aanbellen bij een cliënt, vragen ze zich af: breng ik misschien het virus mee naar binnen?

Versobering

Voor Verhoeven is de wijkverpleging onmisbaar. Elke dag heeft hij een insulinespuit nodig. De verplegers bereiden zijn maaltijden en wassen hem. Als hij is gevallen, wat regelmatig voorkomt, ontsmetten en verbinden ze zijn wonden. Voor hem zijn zij het enige contact met de buitenwereld, al is hij blij dat hij de deur niet uit hoeft nu het virus buiten rondwaart. De verpleging komt wel naar hem toe. Voorlopig dan.

Want de komende tijd moet rekening worden gehouden met verdere versobering. ‘Voorlopig alleen als cliënten dat zelf ook goedvinden, bijvoorbeeld minder vaak douchen of steunkousen aantrekken’, zegt Jeroen van den Oever, bestuurder van ActiZ, branchevereniging voor onder meer wijkverpleging. Maar de scenario’s liggen klaar voor als er meer personeel wegvalt. ‘Dan gaat zorg alleen naar cliënten voor wie het van levensbelang is.’

De organisaties vragen nu mantelzorgers om bij te springen. Daarnaast probeert de branchevereniging via het initiatief ‘Extra handen voor de zorg’, waar oud-zorgmedewerkers zich kunnen aanmelden, meer personeel beschikbaar te krijgen. ‘Er hebben zich inmiddels meer dan 20 duizend mensen aangemeld. Gelukkig, want wijkverpleging en thuiszorg zijn cruciaal. De ziekenhuizen zijn zichtbaarder, maar de grote drama’s zitten ook in thuissituaties.’

Schijnveiligheid

De angst voor het virus is voelbaar bij veel ouderen, merkt Van Emden. Dat is ook waarom ze elke keer toch weer dat oude mondkapje opdoet. ‘Maar het is natuurlijk alleen maar schijnveiligheid’, zegt de verpleegster. ‘Eigenlijk zouden wij standaard medische mondkapjes moeten hebben. Die gaan nu vooral naar de ziekenhuizen. Begrijpelijk, maar wij blijven onbeschermd, tot de eerste symptomen opduiken.’

Bij thuiszorgorganisatie Buurtzorg dragen veel van de medewerkers zelfgemaakte mondkapjes en materialen die ze van buitenlandse partners hebben gekregen. Directeur Jos de Blok: ‘Dat geeft een extra gevoel van veiligheid en controle. En volgens onderzoek van de Britse nationale gezondheidszorg helpt het ook enigszins tegen virussen.’

Niet iedereen is blij met de verschillen in aanpak tussen thuiszorgorganisaties. ‘Wij hebben juist nadrukkelijk afgesproken medewerkers niet permanent met beschermingsmaatregelen te laten rondlopen,’ aldus Jeroen van den Oever van koepelorganisatie ActiZ. ‘Handen wassen is vaak al voldoende. Werken met niet-erkende beschermingsmiddelen is zelfs gevaarlijk, omdat het een illusie van veiligheid biedt.’

Richtlijnen

Verpleegkundigen hebben vooral moeite met de RIVM-richtlijn. Die stelt dat zij moeten doorwerken zonder bescherming, behalve bij koorts of verkoudheid. Zoals een wijkverpleegster, die anoniem wil te blijven, naar de krant schrijft: ‘Ik werkte twee uur lang met een klant. Enkele dagen later lag zij met corona in het ziekenhuis. Mijn directeur verbood me andere klanten te vertellen dat ik een besmettingsgevaar voor hen vormde. Ik had zelf immers nog geen klachten.’ Testen zijn er nu nog maar mondjesmaat. Die zullen pas vanaf maandag 6 april voor thuiszorgmedewerkers beschikbaar zijn, in samenwerking met bloedbank Sanguin.

Veel thuiszorgmedewerkers dragen als het kan een mondkapje. Toch vrezen sommigen bij elk huisbezoek: breng ik misschien het virus mee naar binnen?Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bij verkoudheidsverschijnselen moet zorgpersoneel volgens de richtlijn gewoon aan het werk. Wel moeten ze zo mogelijk een mondkapje op, of anderhalve meter afstand houden. Ouderen lopen daardoor onnodig risico op besmetting, vinden thuiszorgmedewerkers die naar de krant schrijven. Mensen met lichte symptomen kunnen al besmettelijk zijn, en fysiek contact is meestal onvermijdelijk. Sommige organisaties hebben inmiddels meer mondkapjes bemachtigd, maar nog altijd moeten veel thuiszorgers hun werk zonder veiligheidsmiddelen doen.

Verpleegkundige Van Emden: ‘Het kán niet, van anderhalve meter afstand iemand wassen. Ja, met de zwabber. Dat zou een leuke foto voor jullie zijn.’ Jan Verhoeven lacht. ‘Je kunt volgende keer mijn haren wel kammen met een hark’, zegt hij terwijl hij met zijn handen een imitatie weggeeft van het gereedschap.

ActiZ-bestuurslid Van den Oever begrijpt de zorgen van medewerkers, maar vindt het beter als iedereen zich strikt aan de RIVM-lijn houdt. ‘Dit zijn goede richtlijnen, vastgesteld door virologen.’ Zo blijven bovendien meer thuiszorgmedewerkers inzetbaar.

Jan Verhoeven maakt zich niet zo druk over de richtlijnen. Hij vindt het vooral belangrijk dat de wijkverpleging nog langskomt. Voor zijn insuline, en voor wat aanspraak. ‘Ik kan me gewoon niet voorstellen dat ze er níét zou zijn’, zegt hij met een blik op Van Emden. ‘Ze zorgt zo goed voor mij.’ Maar langzaamaan komen de veranderingen ook zijn huis binnen. Wat hij nu het meest mist? ‘Een aai over de bol. Dat mag ook niet meer.’

Met ‘coronateams’ ziekenhuiszorg verlichten

In steeds meer Nederlandse wijken lopen sinds deze week speciale thuiszorgteams rond met mondkapje, handschoenen en spatbril. Met deze ‘coronateams’ willen thuiszorgorganisaties de druk op de ziekenhuiszorg verlichten door (mogelijke) coronapatiënten zo lang mogelijk thuis te behandelen.

‘Ons belangrijkste doel: mensen zo laat mogelijk naar het ziekenhuis, zo snel mogelijk er weer uit’, zegt Arno de Vries, coördinator van het Groningse coronathuisteam. In Groningen hebben zich vrijwel alle thuiszorgers zich aangesloten om zulke teams te vormen.

Buurtzorg, de grootste thuiszorgaanbieder van Nederland, doet dit inmiddels ook standaard. Directeur De Blok: ‘Wij zijn daar heel strikt in. Zo gauw er een verdenking van corona is, komen alleen die teams nog langs.’

Er is een grens aan wat thuis kan, benadrukt De Vries. ‘Voor beademing moet iemand naar het ziekenhuis. Dat beslist de huisarts.’ Het is moeilijk in te schatten in welke mate de coronathuiszorg ziekenhuizen ontlast. ‘De gemiddelde ic-opname duurt 23 dagen. Het zou mooi zijn als we dat zouden kunnen verkorten met een week. Maar dat is niet te voorspellen.’

Ook merkt hij dat veel patiënten liever helemaal niet naar het ziekenhuis gaan. De Vries: ‘Ik vind dat een heel normale vraag: willen mensen wel in een ziekenhuis aan buisjes en draden gaan liggen? De intensive care is topsport, daar kom je niet zonder schade uit.’ 

De betrokken organisaties doen daarom ook aan palliatieve thuiszorg, zodat mensen thuis kunnen overlijden. ‘Gelukkig kunnen we die keuze nu nog aan de mensen zelf overlaten', zegt De Vries. ‘Je moet niet denken aan toestanden zoals in Italië, waar artsen moeten kiezen wie ze wel of niet behandelen.’

Lees ook

Door dreigende personeelstekorten vragen thuiszorgorganisaties vakantiegangers en zieke medewerkers in te springen. Terwijl de vraag naar thuiszorg groeit, valt personeel uit en raakt beschermende kleding op.

Mantelzorgers met een kwetsbare partner maken zich extra zorgen over het coronavirus, merkt hun belangenvereniging MantelzorgNL. Zeker nu ze van de premier hebben gehoord dat deze crisis langer gaat duren dan tot 6 april. Toch tonen ze begrip voor het Nederlandse beleid.

Elke dag publiceren het RIVM, de ziekenhuizen, wereldgezondheidsorganisatie WHO en allerlei landen cijfers over de uitbraak van het coronavirus. Maar welke cijfers zijn belangrijk? En hoe moeten we ernaar kijken? We zetten de belangrijkste grafieken en kaarten op een rij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden