'Bij een bevalling ben ik echt helemaal los'

Ze is de beroemdste verloskundige van Nederland en verre omstreken; ze staat aan het hoofd van een keten 'geboortewinkels'; ze schreef boeken; ze maakt volgend jaar een tv-programma; ze voert met succes de vroedvrouwenlobby aan....

Beatrijs smulders is wat je noemt een positief ingesteld mens. Ze heeft een grenzeloze bewondering voor de Nederlandse vrouw en een groot ontzag voor de oerkracht van de natuur. En bij een bevalling, zo weet ze als de beste, komt er een dergelijke oerkracht los. 'Dat is echt te vergelijken met een enorme storm, met een vulkaanuitbarsting of met klaarkomen tijdens een vrijpartij.'

Zelf heeft ze ook wel iets van een natuurverschijnsel. Van een wervelwind. Zoals ze in razend tempo voorgaat in 'haar' straatje, de Genestetstraat te Amsterdam, ook wel de 'geboortestraat' genoemd. Van 'geboortewinkel' naar kraamcentrum, van kantoor naar het cursuscentrum voor zwangere vrouwen, in vijf minuten, ondertussen basic information opdreunend.

Vijf panden omvat het imperium van Smulders, die naast vroedvrouw ook succesvol ondernemer is. Zo'n tachtig mensen - bijna alleen vrouwen - werken er, van wie steeds meer op kantoor, om de zich almaar uitbreidende keten van geboortewinkels door het land te 'managen'. Het door Smulders verzonnen concept van winkel annex informatiecentrum is nu ook in het buitenland ontdekt. In Sydney, London en Frankfurt bestaat grote belangstelling en Smulders ultieme droom is een birth shop in New York. Smulders voelt zich niet voor niets verwant aan Anita Roddick van The Body Shop. Detailhandel met een missie, voor en door vrouwen. In Nederland schrijft Smulders ondertussen nog boeken; na de standaardwerken Veilig Zwanger en Veilig Bevallen volgt binnenkort Veilig Opvoeden (Smulders schatert: 'Mijn vader zei: en daarna Veilig de Kist in'). Ze schrijft een column in Ouders van Nu, is druk bezig met een ambitieuze website en gaat volgend jaar een tv-programma maken voor een publieke omroep. Ze wil niet zeggen welke. Daarnaast is ze nog actief in de succesvolle vroedvrouwenlobby (die onlangs 23 procent loonsverhoging in de wacht sleepte en eind dit jaar opnieuw actie gaat voeren) en is ze, door posities in internationale organisaties, zo langzamerhand ook 's werelds bekendste vroedvrouw. Bevallingen doet ze ook nog overigens, zo'n dertig per jaar. Want, zo zegt ze: 'Van een bevalling gaat mijn bloed sneller stromen. Als ik bij een bevalling ben, dan ben ik echt helemaal los.'

Uiteraard, zou je bijna zeggen, is ze ook nog gelukkig getrouwd, met documentairemaker Roel van Dalen, met wie ze samen twee kinderen grootbrengt.

Binnenkort, zo verwacht ze, nadert de geboortestraat de door Smulders zo vurig gewenste voltooiing; het straatje wordt, na een jarenlange lobby, autovrij. Smulders ziet het al helemaal voor zich: 'Dan wordt dit een oase in de stad. Met een speeltuintje voor de kinderen en een jeu de boules-baan voor ouderen. Heerlijk. Er zouden veel meer van dit soort plekken moeten komen in de stad.'

Goed, dat was de rondleiding. Smulders gaat voor naar de 'vergaderkamer', een etage in een van de panden in het straatje, waar ze drie uur lang zal spreken, slechts onderbroken door een telefoontje van haar man (ze tovert haar mobieltje uit haar decolleté tevoorschijn). Pas tegen het einde van het gesprek, als het binnenvallende zonlicht haar wat vermoeide gelaatsuitdrukkingen accentueert, lijkt ze in de verte op de 'midden-veertiger' die ze al een tijdje is.

Tot de 'klassiek' feministische school behoort Beatrijs Smulders niet, zo wordt al meteen duidelijk. Net vanochtend heeft ze - in Marie Claire - gelezen dat Nederland het hoogste percentage parttime werkende vrouwen heeft van Europa. En dat vindt ze heel mooi. 'Daaruit blijkt hoe geëmancipeerd Nederlandse vrouwen zijn. Ze laten zich de geneugten van het moederschap gewoon niet door de neus boren. Fantastisch vind ik dat.'

Maar uit datzelfde onderzoek blijkt dat vrouwen in topfuncties in Nederland zeldzaam zijn. Dat lijkt, uit feministisch oogpunt bezien, toch niet de bedoeling?

Smulders: 'Jawel hoor. Juist wel. Er wordt vaak geschreven, in bladen als Opzij: Hollandse vrouwen zijn niet geëmancipeerd, want ze hebben zelden een topfunctie. Dat is nog maar de vraag. Ik vind dat vrouwen die kinderen krijgen de eerste jaren sowieso parttime moeten werken en vooral geen topfuncties moeten hebben. Het is een bewijs van emancipatie dat vrouwen ervoor kiezen een kind groot te brengen, om zich daarna weer des te krachtiger op een carrière te storten.

'In de ons omringende landen hollen juist feministen vaak, zo gauw ze zwanger zijn, naar het ziekenhuis en leveren zichzelf over aan de medische stand. In Frankrijk gaan vrouwen drie weken na de bevalling weer terug naar hun topfunctie. Hun kinderen worden in de crèche opgevoed. Het is een bewijs van emancipatie dat Nederlandse vrouwen dat gewoon weigeren. En mannen trouwens ook, in toenemende mate.'

Ze wist dat ze was voorbestemd om vroedvrouw te worden. 'Het zit in mijn genen', zegt ze. Haar vader was huisarts en was 'helemaal dol op' de verloskunde. Haar grootvader promoveerde op neonatale sterfte, haar overgrootvader was vroedmeester en haar moeder had eigenlijk ook vroedvrouw willen worden. Ze groeide op in het Brabantse dorpje Bergeyk, vlakbij de Belgische grens. Hier hadden haar vader en haar grootvader hun praktijk. In de jaren vijftig was het leven nog overzichtelijk in de Brabantse Kempen. Hun huis stond naast dat van de burgemeester en de gemeentesecretaris, tegenover het gemeentehuis en nabij de woningen van de overige notabelen van het dorp. Ze waren met acht kinderen in huize Smulders, waar het rijke roomse leven in volle glorie werd beleefd. Smulders: 'Het was een liberaal- katholiek milieu, helemaal niet onderdrukkend. Echt zo'n milieu waarin je rond je twaalfde Jezus afzweert alsof hij Sinterklaas is en dan gewoon vrij kunt ontdekken waar het leven eigenlijk om draait. Ik was altijd apetrots op mijn vader. Zo'n grote, mooie man die alle mensen beter maakte en ook nog veel voor de gemeenschap deed. Voor kunstenaars, voor het gemeenschapswerk, voor de jeugd.'

De vroedvrouw van het dorp was een huisvriendin van haar ouders. 'Juffrouw Vervoort heette ze, en zij was de eerste vrouw in het dorp met een auto. Een klein zwart Volkswagentje. Daarmee ging ze door weer en wind naar de boerderijen om kinderen te halen. Ik had daar als kind grote bewondering voor. Ik dacht: wat een power, om in je eentje, zonder man en kinderen door het leven te gaan. Ze werd verliefd op een weduwnaar in het dorp, maar ze koos uiteindelijk voor haar vak.'

Dat was in die tijd nog een echte keuze voor vrouwen. Smulders: 'Als een vrouw ging trouwen, moest ze ophouden met werken. Veel vroedvrouwen deden dat niet. Die hadden zo'n voldoening in hun werk; ze waren onafhankelijk en ze hadden een belangrijke maatschappelijke rol. Dat wilden ze niet zomaar opgeven.'

Daarmee waren vroedvrouwen in die tijd, aldus Smulders, 'feministes avant la lettre'. 'Samen met boerinnen, nonnen en onderwijzeressen. Dat waren de vier beroepen waarin je als vrouw legitiem vrij kon zijn van maatschappelijke onderdrukking.'

De jonge Beatrijs had dan wel grote bewondering voor 'die stevige vrouwen met dikke bovenarmen', ze kwam er in de loop van de jaren zestig ook wel achter dat vroedvrouwen in die tijd veroordeeld waren tot een soort nonnenbestaan, dat het een beroep was voor stoere vrouwen met een roeping, maar niet voor de jonge, moderne vrouw.

Smulders was ambitieus, net als al haar zussen. Een indirect gevolg van het wereldbeeld van haar vader, meent ze. 'Mijn vader was nog van de vooroorlogse generatie, hij was veel ouder dan mijn moeder. Hij wilde dat zijn zoons naar de universiteit gingen, de dochters moesten allemaal trouwen met iemand die het gemaakt had. Haha. Het gevolg was dat juist de dochters heel ambitieus werden.'

Op haar zestiende ging ze voor een jaar naar Amerika, naar Texas, waar ze eindexamen highschool deed. 'Tussen de superreligieuze rednecks, die ontzettend discrimineerden.' Toen ze terugkwam, was ze - net als iedereen eind jaren zestig - links. In het Amsterdam van 1969, waar ze op haar zeventiende ging studeren, was al een tijdje de seksuele revolutie uitgebroken. Ze giechelt: 'De pil was er, je was onafhankelijk, je hoefde niet zwanger te worden, je kon gewoon zelf bepalen wat waardevol was of niet. En als je een beetje een leuke opvoeding had gehad, hoefde je daar niet het slachtoffer van te worden.'

Maar om haar heen vielen wel slachtoffers. 'Vriendinnen van mij gingen ten onder aan de seksuele revolutie. Sommigen verloren hun vruchtbaarheid. Je kon bij wijze van spreken met iedere man naar bed en je kon allerlei geslachtsziektes oplopen. En je kon op een ongelooflijke manier je identiteit verliezen. Want seks kan ook een machtsmiddel zijn. Dan dacht je: ik moet maar weer. Je ging naar een feestje en het was heel normaal dat je diezelfde nacht nog met iemand naar bed ging. Of dat je dacht: wat moet ik met die sukkel? De waarden waren weg. Je moest echt zelf uitvinden wat de waarde was van een seksuele relatie.'

Zelf had ze het ook niet altijd even gemakkelijk. 'Ik was een ongelooflijk bange begin-twintiger. Ik dacht echt: wat moet ik in deze jungle en wie houdt er eigenlijk van mij. Ik was heel erg behoeftig. Later leerde ik het referentiepunt niet buiten, maar in mezelf te zoeken. Ik denk dat dat ook je opdracht is als mens: dat je de kracht vindt zonder angst te leven. Je wordt als bange kwezel geboren en je opdracht is om als liefdevol mens te sterven.'

Ze studeerde ergotherapie, maar dat was alleen maar om 'hier in Amsterdam uit te freaken in het studentenleven'. 'Maar op mijn 23ste dacht ik: ik wil iets doen dat mijn passie heeft. Ik ben toen heel diep in mezelf afgedaald en heb me afgevraagd: welke krachten in mijn leven raken mij nou echt. Ik kwam uit op de oerkracht en dat is natuurlijk seks, seksualiteit.'

Opnieuw schatert ze het uit. 'Ik dacht: wat kan ik daar nou mee doen, professioneel gezien? Je kunt een hoerenkast beginnen, maar wat nog meer? Ik kwam uit bij de verloskunde. Ik heb toen een keer een bevalling meegemaakt en het was waar: zelfs de geuren en geluiden doen je aan seks denken. Ik wil dat helemaal niet benadrukken, maar uiteindelijk draait alles toch om relaties, om de aantrekkingskracht tussen de seksen, om de liefde en om de voortplanting.'

Ze kan er lyrisch over praten, over het vak, over de band tussen de verloskundige en de bevallende moeder, over de functie van pijn bij een bevalling en over de uniekheid van het 'Nederlandse syteem,' waarin thuisbevallen nog (weer) heel normaal is, in tegenstelling tot alle andere westerse landen. Want daar heeft de vervreemding, in haar ogen, zwaar toegeslagen. En, zo zegt ze, ze zal dat Neder landse systeem zolang ze leeft, proberen veilig te stellen. 'Met alle talenten die ik heb.' Vandaar dat zo'n kersverse hoogleraar verloskunde in Maastricht, dr. Nijhuis, direct op een brief van haar hand kan rekenen omdat hij voorspelde dat bevallingen in de toekomst steeds vaker in het ziekenhuis zullen plaatsvinden. En vandaar ook dat ze geen spaan heel laat van 'tuttebel' Marjet van Zuijlen, het pvda-kamerlid dat vorig jaar 'zonder enige kennis van zaken' pleitte voor het 'recht' voor iedereen op een pijnloze baring, ook bij de gezonde bevalling. Smulders: 'Kijk, als zo'n hoogleraar vindt dat totale hospitalisering een goede ontwikkeling is, dan is dat zijn goed recht. Maar daar krijg je in Nederland niemand meer warm voor. Die discussie heeft zich in de jaren tachtig al afgespeeld. De overheid heeft gekozen voor het Nederlandse systeem, waarbij de beroepsgroep van verloskundigen een centrale rol speelt. Waarbij een vrouw in principe thuis kan bevallen en alleen bij complicaties naar het ziekenhuis verhuist. En waarbij we ook kiezen voor de-medicalisering. Want dat geeft de beste medische resultaten; de geringste neonatale sterfte, de minste ingrepen en de mooiste ervaringen voor vrouwen en mannen. Daar is het beleid dus op afgestemd.

'Maar ik herinner me nog wel de strijd tussen vroedvrouwen en gynaecologen in de jaren tachtig. Dat we op congressen schreeuwend tegenover elkaar stonden. Wij zeiden: thuis bevallen is het beste wat er is. En zij zeiden: nee, alles moet in het ziekenhuis. Sindsdien is er heel veel wetenschappelijk onderzoek gedaan en het is nu genoegzaam bekend: het Nederlandse systeem is gewoon het veiligste. Op alle fronten. Nu zijn heel veel gynaecologen zelfs trots op het Nederlandse systeem. Zij zeggen: als vrouw krijg je in Nederland het beste uit twee keukens. Je begint thuis, je kijkt hoever je komt, en als het niet gaat, ga je naar het ziekenhuis. De gynaecoloog en de vroedvrouw zijn nu veel meer twee handen op een buik. Ze werken samen. En als vrouw glorieer je; je krijgt intimiteit, persoonlijke zorg, liefde, aandacht, emancipatie en als het moet de hightech van de 21ste eeuw. En dan is er ineens zo'n man die zijn eigen spijt tentoonspreidt en hoopt dat het toch nog anders zal gaan in Nederland.'

De discussie over 'pijnloze baring' is volgens Smulders zo mogelijk nog achterhaalder. 'Nog maar 8 procent van de Nederlandse vrouwen baart met een ruggenprik. Daaraan zie je ook dat vrouwen in Nederland op een diep existentieel niveau heel erg autonoom zijn. Op het gebied van hun lichaam, op het gebied van 'nee' zeggen, op het gebied van pijn accepteren. Op een diep niveau weten ze dat die pijn nodig is om jezelf open te laten gaan tijdens de baring. Ik ben niet tegen pijnstilling als de pijn ondraaglijk wordt. Maar in principe moet je het zien te voorkomen. Omdat je anders allerlei ellende in huis haalt. Zoals weeën die je moet gaan opwekken of allerlei kunstgrepen die je moet uithalen om de baby er uiteindelijk toch uit te pulken. En elke ingreep verhoogt het risico dat er iets mis gaat.'

Volgens Smulders is bevallen een 'bio-energetische ervaring'. Ze wijst op verschillende plaatsen van haar hoofd. 'De mens is een hoog-ontwikkelde diersoort. Hier zitten de grote hersenen, hier de kleine hersenen. Daar komen de hormonen vrij die de baarmoedermond openmaken. Zodra je pijn krijgt kun je niet meer goed communiceren, je kunt niet meer praten en je komt in een soort dierlijk functioneren. Je wordt puur stoned. Daar is die pijn ook voor bedoeld. Je komt in een staat die vergelijkbaar is met de staat waarin je bent als je plast, poept of klaarkomt.'

Hierin schuilt, weet Smulders, ook de schoonheid van het vak van de vroedvrouw, die maakt dat ze zelf ook weleens huilt 'op de golven van een bevalling'. 'Als je bevalt verlies je de controle en er komen allerl'i emoties vrij, van afhankelijkheid, van angst, van kracht. In die toestand probeer je met een vrouw contact te maken om haar over drempels heen te krijgen, waardoor totale overgave ontstaat en waardoor er een diep gevoel van glorie en autonomie is na de bevalling. En van trots zijn op jezelf en op je baby. Als verloskundige kruip je op zo'n moment volledig in de huid van de vrouw. En als zo'n baby er dan is en je hebt die hoop der natie in je handen, dan wil ik nog weleens huilen. Als ik uitgerust ben, of juist als ik heel moe ben, dan ga ik in zo'n nacht mee in de emotie van zo'n vrouw.'

Een bevalling is nu eenmaal een heftige gebeurtenis, zegt ze, een bijna religieuze ervaring, jazeker. 'Ik ben niet kerkelijk, maar ik laat het altijd goed tot me doordringen dat het een wonder is dat er weer zo'n mens komt aanzeilen, out of nowhere. Als vroedvrouw bungel je soms een beetje tussen hemel en aarde. Je staat aan de poort van iemand die weer moet beginnen aan het leven. Ik denk dat je dat ook hebt als je als pastoor of als stervensbegeleider iemand ziet vertrekken. Op dat soort momenten komen toch de existentiële vragen op over waartoe het allemaal dient?'

Smulders is er vaak op aangevallen dat ze ooit het verband legde tussen het bevallen met pijnstillers en geweld in de samenleving. 'Zo boud heb ik het nooit gesteld', zegt ze. 'Maar goed, ik denk wel dat een natuurlijke bevalling zonder pijnstilling een goede basis is voor de hechting tussen moeder en kind. Die band wordt ook gesmeed tijdens de zwangerschap, maar ik geloof dat er tijdens de bevalling allerlei elementaire dingen gebeuren waardoor er ook een moeder en een vader geboren worden. Zij gaan zorgen en zich verantwoordelijk voelen. Ik vind dat je alle dingen die je kunt doen om liefde te ontketenen moet koesteren. En de verloskunde die er in Nederland is, ontketent die liefde.'

Er valt wat dat betreft nog heel wat missiewerk te verrichten in het buitenland. Want Nederland is een eiland in de westerse wereld als het gaat om thuis bevallen zonder pijnstilling. In feite is haar beroep buiten Nederland bijna uitgestorven. Smulders schat het percentage thuisbevallingen in Nederland op 35 procent, in de rest van de westerse landen, met uitzondering van Engeland, ligt dat cijfer beneden de 1 procent. 'In de vs is het percentage 0,1 procent. En 97 procent van de vrouwen bevalt met een ruggenprik. Vrouwen ontlenen in de VS geen enkele kracht meer aan een bevalling. Ze weten alleen dat het doodeng is. Maar de hele bezieling, de fysiologie van een bevalling, wordt totaal miskend. Als je in Duits land in een ziekenhuis komt, dan zie je een legbatterij. Die vrouwen zijn totaal ondergeschikt gemaakt aan de ziekenhuiscultuur. In Londen loopt het aantal keizersneden in ziekenhuizen soms op tot 40 procent, in Brazilië is het percentage 80. Wat dat betreft is Nederland een oase en hebben we bijna een morele plicht om dit immateriële product te exporteren.'

Haar ontzag voor de natuur, haar overgave aan de liefde, dat heeft ze aan de katholieke opvoeding overgehouden, zegt ze. 'De bullshit van het katholicisme heb ik overboord gegooid, maar als je dan toch een religieuze achtergrond moet hebben, dan liever het rijke, roomse leven. Zo vind ik de erfzonde een prachtig principe: je hoeft niet perfect te zijn, je bent maar een mens. Ik voel me dan ook zelden schuldig. En tegelijkertijd geeft het je een soort basisvertrouwen in de Almacht, wat dat ook moge zijn. Mijn vader heeft diezelfde esprit, die heeft hij op ons overgebracht. Hij is wel van de oudere generatie die nog steeds naar de kerk gaat, maar hij heeft ons ook het begrip 'de kracht van de intentie' bijgebracht. Zo van: een pelgrimstocht is niet om het geluk te vragen van God, in de zin van: geef mij dit of dat, maar het is bedoeld om kracht bij te zetten aan je eigen intentie, aan je eigen doel. Dat vind ik mooi.'

Bij die 'kracht van de intentie' had ze veel baat toen ze zelf vond dat ze aan kinderen toe was. Smulders: 'Ik had een paar jaar een geweldige liefdeservaring gehad met een Indonesische man die veel jonger was dan ik. Op mijn 35ste ging ik weer alleen wonen en door die ervaring dacht ik: het moet echt fantastisch zijn wil ik met iemand in zee gaan. Maar op mijn 38ste dacht ik: ik wil me het moederschap niet door mijn neus laten boren dus moet ik nu toch een man tegenkomen. Ik besloot om gewoon bij een oude liefde een zaadje te gaan lenen. Ik ben naar mijn vader gegaan: "Pap, ik ga moeder worden, maar dan alleen. Want ik heb helemaal geen zin om een concessie te doen aan zomaar een man." Mijn vader reageerde eigenlijk heel goed. Hij zei alleen maar: "Wat ongezellig." Toen zei ik nog: "Dan doen we het op z'n Arabisch, dan zoekt u een goede man voor mij." Maar na drie maanden had hij natuurlijk nog niemand en toen heeft hij de hele familie gerecruteerd voor een pelgrimstocht naar de heilige Anna in Molenschot. Ik moest op de knieën voor de heilige Anna en iedereen ging bidden voor een man. Allemaal met de humor van: pa heeft weer wat bedacht. Toen we de kerk uitliepen zei mijn vader: "Het komt allemaal voor de bakker. Je moet alleen niet zelf op zoek gaan, die man komt wel naar jou."

Vier maanden later stond Roel hier letterlijk op de stoep. Hij wilde een documentaire maken over het geboortecentrum. Een tijdje later was ik hartstikke verliefd, maar ik had het nauwelijks in de gaten. Ik vond het haast te cliché dat de heilige Anna dat voor mekaar had gebokst. Maar ik was meteen zwanger en op mijn veertigste kreeg ik mijn eerste kind. Ik zal nooit de triomfantelijke blik van mijn vader vergeten.'

Samen met twee vriendinnen organiseert ze nu zelf ieder jaar in juli, op de naamdag van de heilige Anna, een pelgrimstocht uit Amsterdam naar de heilige Anna in Molenschot. Met mensen die op zoek zijn naar een partner of een kind willen. 'Ik doe dat puur voor de lol. In Molenschot is er dan ook feest. We hebben het op een akkoordje gegooid met het kerkbestuur daar; ze houden dan een speciale dienst voor de pelgrims. Na de dienst zetten we het vreselijk op een zuipen in café De Drie Linden. Op de heenweg draaien we het requiem van Mozart en houden we een mooie speech over de kracht van de intentie en voor het doelbewust kiezen voor de liefde. En op de terugweg is het alleen maar Marco Borsato: dromen zijn bedrog. Haha.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden