Reconstructie Chroom-6

Bij Defensie ging werk jarenlang boven gezondheid

Voorzitter Paritaire Commissie Ruud Vreeman tijdens de presentatie van de resultaten van het onderzoek door het RIVM naar de gevolgen van het werken met chroomhoudende verf bij Defensie. Beeld ANP

Reeds in 1973 wist de Luchtmacht dat er iets grondig mis was met Chroom-6. Pas in 2018 erkent het ministerie van Defensie dat het heeft gefaald als werkgever. Wat ging er al die jaren mis?

De eerste duidelijke signalen dat er iets niet pluis was, kwamen naar voren tijdens reünies van oud-defensiemedewerkers die tussen 1984 en 2006 onderhoud hadden gepleegd aan Amerikaanse legervoertuigen. Het viel de reünisten op dat opmerkelijk veel collega’s ziek waren, of al waren overleden. Op die zogenoemde Poms-locaties (Prepositioned Organisational Material Storage) pleegden Nederlandse defensiemedewerkers onderhoud aan Amerikaans legermateriaal. Ze lagen in Brunssum, Eygelshoven, Vriezenveen, Coevorden en Ter Apel. Tussen 2.000 en 3.000 mensen hebben er gewerkt.

Medio 2014 kwamen die gezondheidsklachten nadrukkelijk in het nieuws. Oud-medewerkers klaagden het ministerie van Defensie aan omdat zij jarenlang onbeschermd met chroom-6 hadden gewerkt, een kankerverwekkende stof in verf, en daardoor ziek zouden zijn geworden. Toenmalig minister Hennis besloot tot een onderzoek, uitgevoerd door het RIVM en begeleid door een maatschappelijke onderzoeks- en adviescommissie onder voorzitterschap van Ruud Vreeman.

Bijna vier jaar later komt dat onderzoek naar ‘gezondheidseffecten en verantwoordelijkheden’ - 1.200 pagina’s dik - met een keihard en glashelder oordeel: het ministerie van Defensie heeft zijn zorgplicht als werkgever ernstig verzaakt en werknemers willens en wetens blootgesteld aan de giftige verfstof. Want al in 1973 was in ieder geval bij de Luchtmacht bekend dat ‘in nieuwe verfmaterialen stoffen zaten die gezondheidsrisico’s met zich meebrachten’, aldus het RIVM-rapport.

Zo werd in cursusmateriaal voor schilders toen al gewezen op de risico’s van onder andere zinkchromaat: een verbinding van chroom-6 met zink. Er zijn echter geen aanwijzingen gevonden dat die informatie is gedeeld met de Poms-locaties. ‘Ten tijde van het opstarten van de eerste Poms-locatie in Brunssum op 1 maart 1984 moet de schadelijkheid van chroom-6 dus in ieder geval binnen onderdelen van Defensie bekend zijn geweest’, concludeert het RIVM.

Memo

Een eerste intern document over de gevaren van chroom-6 binnen de Poms-organisatie zelf dateert van 1989. Daarnaast wordt in een intern memo uit 1992 van de Directie Materieel van de Koninklijke Landmacht gewezen op gezondheidsrisico’s ‘bij het schuren/behandelen van oude verflagen die lood- en zinkchromaten bevatten, oftewel: verbindingen van chroom-6 met lood en zink’. Ook dit memo is niet gedeeld met de Poms-locaties.

In de jaren daarna zijn binnen Defensie nog zeker vijf andere interne documenten over de schadelijke effecten van chroom-6 opgesteld die evenmin zijn gedeeld met de werknemers die eraan werden blootgesteld. Niet alleen de schilders, schuurders, gitstralers, lassers en monteurs werden onwetend gehouden, ook de bedrijfsartsen wisten niet dat werknemers mogelijk blootgesteld waren aan het toxische chroom-6.

In het algemeen werd de arbowetgeving slechts heel geleidelijk en voorzichtig ingevoerd. Dat had mede te maken met de rolverdeling van de Navo-partners: op de opslag- en onderhoudslocaties zwaaiden het Amerikaanse leger organisatorisch de scepter, maar het personeel was in dienst van de Koninklijke Landmacht. Met het einde van de Koude Oorlog (na de val van de Muur) hing sluiting van de onderhoudslocaties in de lucht – elders in Europa waren er al enkele gesloten.

‘Door het management werd gevreesd dat aanvragen voor kostbare verbetering van de arbeidsomstandigheden het proces van sluiting van Poms-locaties zou kunnen versnellen’, aldus het RIVM-rapport. ‘Ook bij de medewerkers leek de angst voor verlies van werk de acceptatie van minder goede werkomstandigheden te vergemakkelijken.’

Kosten

Het arbobeleid was vooral ‘een papieren wereld’, aldus de onderzoekers. ‘Verschillende documenten bevestigen dat het management uit kostenoverwegingen de grenzen opzocht van de arboregelgeving. Er werd bijvoorbeeld gemarchandeerd met de aanwijzingen van de Inspectie SZW over arbeidsomstandigheden.’

Medewerkers kregen ‘te laat en te weinig bescherming’ tegen chroom-6, verklaarde RIVM-coördinator Ronald van der Graaf maandag tijdens de perspresentatie. ‘Het ontbrak aan afzuiging, beschermende kleding, goede instructies en passend medisch onderzoek.’ Over het waarom, zei hij: ‘Ze waren bang dat de locaties gesloten zouden worden.’

Volgens commissievoorzitter Vreeman is er ook sprake van ‘een arbeidscultuurclash’. Defensie is een ministerie van gevechtsmissies, stoere militairen en ‘niet teveel zeuren’. Maar het onderhoud aan militaire voertuigen en vliegtuigen is gewoon ‘garagewerk’, aldus Vreeman, en daarvoor is binnen Defensie te weinig aandacht.

De gezondheidsrisico’s zijn door Defensie veel te lang verzwegen of gebagatelliseerd, meent vakbondsvoorzitter Anne- Marie Snels (AFMP). Ook volgens haar speelt daarbij zeker het argument van de werkgelegenheid een rol: ‘De Poms-locaties boden werk aan laag opgeleiden. Dat was zeker in een regio als Zuid-Limburg zeer welkom.’ De RIVM-onderzoekers constateren eveneens dat de onderhoudslocaties voor Amerikaanse legermaterieel ‘als geroepen’ kwamen in een tijd van ongekend hoge werkloosheid.

Maskers

Commissievoorzitter Vreeman deed de aanbeveling, naast een collectieve schaderegeling en goede nazorg voor slachtoffers, om meer aan preventie te doen. De goedkoopste oplossing is natuurlijk om medewerkers uit te rusten met degelijke beschermingsmiddelen, zoals maskers. Maar Vreeman vroeg zich ook af: ‘Kunnen we zonder chroom-6?’ Technologisch moet dat wellicht kunnen, aldus Vreeman, en asbest is inmiddels ook verboden. Bovendien wordt in duizenden andere bedrijven ook met het giftige goedje gewerkt.

Staatssecretaris Barbara Visser zei alle aanbevelingen van de commissie over te nemen. Maar Defensie blijft voorlopig met chroom-6 werken: ‘Er zijn geen passende alternatieven voor vliegtuigen en helicopters.’

Defensie erkent aansprakelijkheid chroom-6-ziekten; verzweeg gezondheidsrisico’s voor medewerkers

Staatssecretaris Barbara Visser van Defensie gaat diep door het stof voor oud-medewerkers die ziek zijn geworden door het werken met chroom-6. Zij biedt excuses aan omdat Defensie decennialang heeft verzuimd aan personeel te vertellen dat zij zijn blootgesteld aan de schadelijke verfstof. Defensie erkent aansprakelijkheid voor diverse ziekteklachten en zal een schadevergoeding aan slachtoffers betalen.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.