Analyse Euthanasiewet

Bij de uitvoering van euthanasie staat de arts op de rem

Woensdag hoort een verpleeghuisarts of ze zich bij de euthanasie van een demente patiënt schuldig heeft gemaakt aan moord. Uit beduchtheid voor vervolging – maar niet alleen daarom – mijden artsen de ‘randen van de euthanasiewet’ nu zo veel mogelijk. 

Procureur -generaal Rinus Otte Beeld Hollandse Hoogte / Jörgen Caris

‘Het recht is niet het domein van het hart’, zei procureur-generaal Rinus Otte vorig jaar in een interview met Coen Verbraak. ‘Het gaat om het hoofd, en om de uitleg van het wetboek.’ Daarin is hij rechtlijnig, gaf hij gretig toe. ‘Er is mij vaak verweten dat ik een systeemdenker ben die eerder hecht aan een systeem dan aan het eigen juridische oordeel. Ik denk dat dat wáár is. Persoonlijke opvattingen en emoties horen niet te prevaleren boven het systeem.'

Een verpleeghuisarts die onzorgvuldig zou hebben gehandeld bij de euthanasie van een 74-jarige dementiepatiënt, heeft de gevolgen van deze opvatting ondervonden: zij moest zich voor de strafrechter verdedigen tegen de verdenking van niets minder dan moord, en hoort woensdag de uitspraak. Artsen zouden van deze strafzaak zo zijn geschrokken, dat zij terughoudender zijn geworden bij de inwilliging van een euthanasieverzoek. Dientengevolge wenden steeds meer patiënten met een stervenswens zich in arren moede tot de Levenseindekliniek.

Vanuit het perspectief van het Openbaar Ministerie is de handelwijze van Otte logisch, zegt de Tilburgse hoogleraar Bestuurskunde Stavros Zouridis. ‘Als een hamer je belangrijkste werktuig is, zie je overal spijkers.’ Maar vanuit maatschappelijk perspectief is de bemoeienis van het OM met zo’n delicaat onderwerp als euthanasie bij ‘wilsonbekwamen’ zorgwekkend. ‘Bij Otte leeft het sentiment: dit thema is te lang in de schaduw gebleven. Er moeten duidelijker normen komen voor de complexe euthanasiezaken. Het is alleen jammer dat hij daarvoor het zwaarst denkbare middel heeft ingezet.’

Daarmee miskent Otte dat het recht, in de woorden van rechtsfilosoof Herman van Gunsteren, een ‘reservecircuit’ is: een back-up voor het geval een probleem niet op een minder ingrijpende manier kan worden opgelost. Bezwaarlijker is nog dat het OM de rechter vraagt om met een nieuwe normering te komen. En dat is, zegt Zouridis, niet de taak van de rechter maar van de politiek. Al was het maar omdat de rechter, anders dan de volksvertegenwoordiger, geen democratisch mandaat heeft.

Sociaal wantrouwen

Helaas staat dit voorbeeld van ‘juridisering’ van ingewikkelde kwesties niet op zichzelf: het recht moet klaarheid scheppen als de politiek en het openbaar bestuur in gebreke blijven. Van die ontwikkeling – een ‘vicieuze spiraal’ in de kenschets van Zouridis – is ‘sociaal wantrouwen’ de grote aanjager. Er komen meer regels naarmate het onderlinge vertrouwen tussen burgers en de overheid afneemt. ‘Het aantal rechters drukt uit hoe groot het sociaal vertrouwen is’, zegt Zouridis. ‘In de Verenigde Staten, waar de juridisering van politiek en samenleving extreme vormen heeft aangenomen, zijn er – gerelateerd aan de omvang van de bevolking – tien keer zoveel rechters als in Japan.’

De strafzaak tegen de verpleeghuisarts in Nederland kan zeker als voorbeeld van juridisering worden aangemerkt, beaamt René Héman, voorzitter van artsenorganisatie KNMG. ‘Wij willen als artsen graag open zijn over ons handelen en over de fouten die we maken, en daar willen we ook van leren. Maar dat wordt lastig als openheid tot een strafzaak kan leiden.’

Héman sluit niet uit dat de harde lijn van Rinus Otte heeft bijgedragen aan de terughoudendheid van artsen om euthanasie te verlenen aan patiënten bij wie niet objectief kan worden vastgesteld dat zij ‘ondraaglijk lijden’. Oftewel: patiënten in een vergevorderde staat van dementie, met psychische aandoeningen en/of een ‘stapeling van ouderdomsaandoeningen’. Maar het is ook weer niet zo dat de arts uit angst voor Rinus Otte opeens in zijn schulp is gekropen: het verlenen van euthanasie is voor hem of haar altijd belastend geweest. Daarin heeft de Wet toetsing levensbeëindiging – zoals de euthanasiewet eigenlijk heet – geen wezenlijke verandering gebracht. ‘Het uitvoeren van euthanasie is geen medische handeling in de gangbare zin van het woord. De betrokken arts maakt, om het plat te zeggen, iemand dood. Op verzoek van de betrokkene weliswaar, maar toch: hij doet iets waarvoor hij niet is opgeleid. Alleen dat is al een reden voor behoedzaamheid.’

Recht op euthanasie

Daar is, zegt Héman, de laatste jaren nog iets bijgekomen. ‘Zaken die zich afspelen aan de randen van de euthanasiewet krijgen veel aandacht in de media. Daarvan gaat druk uit op de artsen. Dat maken wij onder andere op uit een enquête die we begin dit jaar onder 1.500 artsen hebben afgenomen. Maar een belangrijker factor bij hun schroom is dat patiënten en hun familieleden euthanasie toenemend als een recht zien. Dat impliceert dat zij het als de plicht van de arts zien om hun daarin ter wille te zijn. Daar kunnen artsen niet zonder meer in meegaan.’

Bij de totstandkoming van de euthanasiewet in 2001 ging de verantwoordelijke minister, wijlen Els Borst, er nog van uit dat de wet op gezette tijden zou worden verruimd zodat patiënten met steeds meer aandoeningen er een beroep op zouden kunnen doen. Daarvoor heeft de KNMG zich nooit willen beijveren: de bestaande wet voldoet in beginsel uitstekend. Wel probeert de organisatie met zogenoemde handreikingen te voorzien in de grote behoefte aan duidelijkheid over de omgang met complexe situaties aan de randen van de wet. Die duidelijkheid zou wel zo veel mogelijk buiten de juridische sferen geschapen moeten worden, zegt Héman.

‘Binnenkort moet voor sommige medische handelingen, zoals het inbrengen van borstimplantaten, door beide partijen een ‘informed consent’-verklaring worden ondertekend. Dat is niet zoals wij gezondheidszorg willen uitvoeren. Anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten was vertrouwen tot dusverre de basis van de omgang tussen arts en patiënt. De juridisering van ons vak ondermijnt dat vertrouwen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden