Bij de dood van Lux Interior (1948-2009)

Op vrijdag 3 april 1986 zouden we naar The Cramps in Paradiso gaan. Ze zouden er twee avonden spelen en de concerten waren al weken uitverkocht. Ik had er erg veel zin in. Hun lp A Date With Elvis was net verschenen, de single Can Your Pussy Do The Dog leek een hit te gaan worden en The Cramps waren op dat moment zo ongeveer de meest hippe band.

Ik had alleen geen hamburger moeten eten die donderdag ervoor, want ik werd rilllend van de koorts wakker en hing voortdurend boven de wc-pot. Aan het begin van de avond kon ik niet anders dan besluiten maar niet naar The Cramps te gaan. Ik woonde nog in Hilversum, maar een uur na mijn beslissing stond er een vriend uit Amsterdam op de stoep die geen kaartje had.

De volgende dag was ik opgeknapt en hoorde ik in de platenzaak waar ik toen werkte, wat ik gemist had. Niet veel zeiden een stel skinheads die helemaal into psychobilly waren, want het was niet strak genoeg. Heel veel zeiden de liefhebbers van garagepunk. Het zien van The Cramps was ook een soort van inhaalslag geweest voor velen. Hoe enthousiast we ook waren over A Date With Elvis, hij haalde het niet bij hun klassieke eerste twee platen Songs The Lord Taught Us (1980) en Psychedelic Jungle (1981). Die nieuwe Cramps was er een die volgens mij iedereen heel goed wilde vinden en ook veel beter ging vinden dan dat ie was.

Best een leuke feestplaat, denk ik nu ik 'm op heb staan. Maar die sinistere, wat duistere ondertoon die hun eerste platen zo mysterieus maakte ontbreekt volledig.

Maar dat oude werk was aanvankelijk goeddeels aan mij voorbijgegaan. Ik las over de Cramps voor het eerst in Muziekkrant Oor in 1980. Hun album werd als ik me goed herinner tegelijk besproken met Like Flies On Sherbert van Alex Chilton, die Songs The Lord Taught Us produceerde. Twee namen die me nog niks zeiden. Ik kan ook niet zeggen dat ik erg ondersteboven was toen ik de platen beluisterde. Ik hield van Joy Division om naar te luisteren en van ska om op te dansen. Bovendien kwam er in die tijd zoveel goede muziek uit, althans voor mijn ongeoefende oren, dat ik The Cramps nog even aan me voorbij liet gaan.

Het was inmidddels 1983 toen de verzamel-lp Off The Bone verscheen. Een plaat die vooral opviel vanwege de rare 3D hoes, en het brilletje dat er bij geleverd werd. De plaat stond weken lang in de bak met nieuwe titels op de toonbank, werd er heel vaak uitgevist, maar zelden verkocht.

Niet lang daarna, het was inmiddels 1984, kwam er vooral vanuit de VS een hele stoet aan nieuwe platen van jonge bands die allemaal iets hadden met jaren zestig garagerock. De popmuziek was inmiddels in een creatief dal geraakt. Dus een beetje opwinding konden we wel gebruiken. Belangrijkste band, althans mijn favoriet, was de Gun Club, die ik in 1983 had zien spelen in Paradiso, zo rond het verschijnen van hun EP Death Party.

In 1984 verscheen hun Las Vegas Story, een nog altijd geweldige plaat vol vuige blues en rock 'n roll met een zeldzame begeestering gezongen door Jeffrey Lee Pierce. Er was nog veel meer: The Lyres, Dream Syndicate, Rain Parade en uit Zweden The Nomads.

Er kwam in 1984 ook een verzamel-lp uit die misschien wel de grootste eye-opener bleek Rockabilly Psychosis And The Garage Disease. Hierop stonden zowel oude als nieuwe garagepunk klassiekers verzameld. Vooral die oude liedjes van de Trashmen (Surfin' Bird) en The Legendary Stardust Cowboy (Paralysed) hakten er goed in. Er bleek en enorme geschiedenis achter die nieuwe bandjes te liggen. Iets waar ik geen weet van had. Anders dan tegenwoordig waren platen met 60's punk in die tijd ook zo goed als onvindbaar. De dubbel-lp Nuggets was een collector's item.

Ineens kwamen ook die oude Cramps platen weer te voorschijn. Vooral Off The Bone bleek precies de juiste plaat op het juiste moment. Ineens begreep ik ook waar Lux Interior en zijn vrouw Poison Ivy het over hadden. Hun voorliefdes voor b-films, bad taste, sci-fi en obscure rock 'n roll uit de jaren vijftig was ineens niet zo onbegrijpelijk meer.

In die hoogtijdagen van de garagerock (in Nederland hadden we natuurlijk Claw Boys Claw) kon de naam van The Cramps steeds groter mythische proporties aannemen. Maar waar bleven ze zelf met een nieuwe plaat?

Die kwam dus in 1986, toen de Gun Club al niet meer bestond, net als de meest garagebands die twee jaar eerder de wereld leken te gaan veroveren. Zoals gezegd: A Date With Elvis moest wel een fantastische plaat zijn.

Nog altijd vind ik het jammer dat ik er in april 1986 niet bij kon zijn. Ik zag de band in 1990 wel in de Jaap Eden Hal en hoewel ik me er weinig van kan herinneren weet ik nog wel dat ik me er goed geamuseerd heb. Daarna ben ik de band eerlijk gezegd uit het oog verloren.

Ik denk dat een enkele tune uitgezonderd (Human Fly) de band het vooral moest hebben van hun covers. Lux Interior en zijn vrouw waren verwoedde platenverzamelaars die hun verworven obscuriteiten graag met de buitenwereld wilden delen door die nummers te coveren.

En als je nu Green Door opzet, dan word je opnieuw getroffen door het door Interior geopperde mysterie. Wat gebeurt er achter die groene deur? Welk universum ontvouwt zich wanneer je die deur opent? The Cramps boden een blik in een parallel rockuniversum, niet helemaal mijn wereld, (ik haat science fiction en fantasy) maar voor even zeer opwindend. In ieder geval heeft Shakin' Stevens met zijn Green Door uit hetzelfde jaar 1981 nooit dat effect bereikt. Wat er achter zijn groene deur plaatsvindt, dat wil ik niet eens weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden