Bij de broze kabouters

Iedereen bedenkt wel zijn eigen sprookje bij het monumentale Huis met de kabouters aan de Amsterdamse Ceintuurbaan. Maar de eigenaren beleefden er een nachtmerrie van grootschalige houtrot....

Als Toon van der Tak, hij is van 1947, vroeger stevig aan de hand van zijn vader langs het Huis met de kabouters aan de Amsterdamse Ceintuurbaan liep, waande hij zich altijd in een sprookje.

‘Elke Amsterdammer kent het huis. Als we in de buurt waren, fantaseerde m’n vader spannende verhalen. Over die twee reuzenkabouters op het dak, de houten engelen, visjes en bloemen. En natuurlijk die grote groen geverfde roofvogels aan de uiteinden. Die fascinatie is nooit verdwenen.’

Oud-aannemer Van der Tak, inmiddels met pensioen, belandde twee jaar geleden plotseling in het door hem zo bewonderde en monumentale pand, vlakbij de Amstel, dicht bij de hoek van Ceintuurbaan en Amsteldijk. Beroepshalve, als bouwbegeleider.

Even eerder, op donderdag 24 augustus 2007, hadden Peter Velthuis en Mirjam van Tiel met hun drie schoolgaande kinderen hun intrek genomen in het Huis met de kabouters. Een sprookjeshuis, dachten ze. Velthuis (55), arts: ‘Je woont wél ergens. Altijd speciaal om in een rijksmonument uit 1885 je gasten te ontvangen.’

Van Tiel (42): ‘Ook nog eens een heerlijke buurt, waar ik altijd al had willen wonen. Alle winkels onder handbereik, dicht bij het centrum en je zit zo op de snelweg. En dan zo’n huis, ik was er op slag verliefd op.’

Het Huis met de kabouters werd eind 19de eeuw aan de toen nog vrijwel lege Ceintuurbaan ontworpen door de architect A.C. Boerma, volgens experts niet echt een beroemdheid, maar wel een bouwkundige met een grote fantasie. Het gebouw is een mengsel van gotiek en chaletstijl, opgetrokken uit baksteen, kalksteenblokken en voorzien van houten erkers.

De drie zadeldakken kregen aan de uiteinden uit hout gesneden dierenkoppen; engelen lijken door de lucht te zweven en bovenop kwamen, elk tweeënhalve meter groot, de twee kabouters. Ze lijken elkaar een bal toe te werpen, vermoedelijk een verwijzing naar de opdrachtgever, ene Ballegooyen. Al doen ook andere versies de ronde.

Op grond van die naam wordt ook het vermaarde biljartcafé pal naast het Huis met de kabouters door oudere Amsterdammers nog steeds ‘Ballegooyen’ genoemd. Vanaf het caféterras hadden de gasten vroeger uitzicht op de imposante St. Willibrorduskerk aan de overzijde, ontworpen door architect P.J.H. Cuypers. Sinds 1971 bestaat de kerk niet meer.

Het Huis – 27 meter breed, 13 meter diep en 17 meter hoog – omvat drie panden waarin twaalf appartementen zijn ondergebracht. Zeven stuks zijn eigendom van een vastgoedfirma die ze verhuurt. De overige vijf zijn particulier eigendom.

Velthuis en Van Tiel lieten hun oog vallen op twee appartementen van in totaal royaal 200 vierkante meter, verdeeld over de derde en vierde verdieping, met op de bovenste etage toegang tot het dak plus een ruime, spannend onverwachte nis met weer een trappetje omlaag: de slaapkamers van de kinderen. Dat mag wel wat kosten, dachten beiden.

Hetgeen is uitgekomen.

Koopprijs van de twee appartementsrechten: 795 duizend euro, k.k. Een vermogen, maar in de hoofdstad niet uitzonderlijk voor zo veel ruimte in zo’n historisch pand en op die locatie. Bouwtechnisch onderzoek had uitgewezen dat er op enkele zwakke plekjes na niets aan de hand was. De fundering was 100 procent.

Nog geen twee weken later sloeg het sprookje om in een nachtmerrie. Velthuis: ‘Bouw- en woningtoezicht aan de deur. Er was een houten ornament naar beneden gekomen. Zo’n zwaar blok met puntig uiteinde was meters omlaag op de stoep beland. De buitenkant is onveilig, kregen we te horen.’

Het was nog erger. Er diende per direct een steiger te worden opgetrokken langs de volle breedte van het pand. Erkers en balkons werden met zware stempels gestut. De balkons mochten niet meer worden betreden; Velthuis: ‘Terwijl we er een paar dagen eerder nog met vijf man op stonden om de piano naar binnen te takelen.’

Niet alleen de familie Velthuis schrok zich een ongeluk. Met name de eigenaar van de zeven verhuurde appartementen voelde de bui hangen: een rijksmonument immers, dat móet onder streng toezicht worden gerestaureerd, ongeacht de kosten.

Er was sprake van grootschalige houtrot. Ornamenten bleken met papier te zijn opgevuld en het laatste schilderwerk, uit 2001, was miserabel. Bovendien was de achtergevel hoognodig toe aan restauratie. Kennelijk had het strenge toezicht bij eerdere restauraties van het onderhoudsgevoelige monument ernstig gefaald.

Om een heel lang verhaal vol hoog oplopende spanningen en bizarre offertes van verscheidene aannemers overzichtelijk te houden (de bouwdossiers van Velthuis, tevens voorzitter van de Vereniging van Eigenaars, beslaan inmiddels enkele gestrekte meters), kan Velthuis volstaan met het noemen van de uiteindelijke prijs van de restauratie: 800 duizend euro, inclusief btw. Alleen al het opknappen van de totaal verrotte adelaars kostte 20 duizend euro. Per stuk wel te verstaan.

Velthuis: ‘Subsidie? Die bestaat niet meer. Je kunt een extra hypotheek opnemen tegen een rente van 1,5 procent. Een lage rente, ja. Maar het moet wel worden betaald.’

Het boze sprookje naderde zijn hoogtepunt in december vorig jaar. Het Huis met de kabouters stond nog steeds in de steigers en het aannemersbedrijf van Sebregt (‘zeg maar Swiep’) Alderse Baes uit Obdam legde de laatste hand aan een indrukwekkende schadekaart van 127 herstelpunten. Begin 2009 zou het werk beginnen.

Toen meldde zich op 6 december 2008 het Amsterdamse Stadsdeel Oud-Zuid, nadat Velthuis een verlenging had gevraagd van de steigervergunning. Het Hoofd Afdeling Handhaving Bouw en Wonen schrijft een dag na Sinterklaas: een dwangsom van 333 duizend euro per dag indien de restauratie niet onmiddellijk wordt gestaakt. Velthuis: ‘Terwijl er dus nog niet werd gewerkt!’

Bouwbegeleider Toon van der Tak: ‘We kregen nog geen bouwvergunning, alleen het hoognodige, het heel urgente verval mochten we aanpakken. Enfin, toen we bijna klaar waren met de gehele restauratie kwam er weer een brief van het stadsdeel. Het was 11 juli dit jaar. De bouwstop werd opgeheven. Terwijl we dus al bijna klaar waren!’

Een maand later, afgelopen augustus, konden de steigers worden afgebroken, de klus was geklaard. Het was eigenlijk voor het eerst dat Velthuis en Van Tiel sinds de koop van hun nieuwe woning pas goed de gevel van het Huis met de kabouters konden bekijken. Velthuis: ‘Vergeet niet, twee weken na de koop verdween alles achter de steigerdoeken. Al die tijd in het donker gezeten, nooit de balkons op. Onze stoep met die naargeestige bouwlampen langs een houten schutting leek meer op een vieze steeg.’

Het kostte een paar centen, maar nu kan de familie echt haar gasten ontvangen. Ofschoon: zes engelen en een adelaar liggen nog steeds in het atelier; het had niet veel langer moeten duren of deze ornamenten waren helemaal niet meer te repareren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden