Bij de bakker

Donderdagavond schoof Inge de Bruijn aan bij Barend & Van Dorp. Ze zag eruit als een vamp en niet als een zwemster....

Inge voelt zich miskend. Dat is altijd vervelend natuurlijk, vooral als Frits Barend begripvol - zó begripvol dat het zweet je uitbreekt - schande gaat spreken over het gebrek aan waardering dat Nederlandse topsporters ten deel valt.

Dan gaat het al gauw over Nederland, met zijn bekrompen denkbeelden en koppen die onmiddellijk worden afgehakt op het moment dat ze boven het maaiveld uitsteken.

Bewondering is in Nederland altijd maar tijdelijk. Op het moment dat de koningin van Sydney geen gouden medailles meer wint, is ze weer gewoon Inge de Bruijn en moet ze, net zoals wij allemaal, wachten voor een rood stoplicht.

Als ze door zou rijden, wordt er schande van gesproken, door mij als eerste, want dat mens moet niet denken dat ze meer is dan wij. Wij zijn de inwoners van een land waar De Havenzangers een koninklijke onderscheiding krijgen en Jos Staatsen trouwens ook, de bestuurder die Sport 7 begon en verder vooral zichzelf diensten heeft bewezen, in het bedrijfsleven. (Maar een lintje voor Frank de Boer ho maar.)

Dat oud-sporters in landen als Italië, Amerika of Spanje tot hun dood worden aanbeden, over een rode loper mogen wandelen en in niet één restaurant hoeven te betalen, komt waarschijnlijk omdat ze daar geen polders hebben. In een polder is iedereen gelijk.

In een polder gaat het zo: `Ik kan geen brood halen bij de bakker hier op de hoek en dan zeggen Ik ben Cruijff en geef me nu maar een brood. Dat gaat niet.' (Johan Cruijff in Cupstukken 71/72.) In Spanje mág Cruijff niet eens betalen bij de bakker, in Nederland moet hij betalen en netjes op zijn beurt wachten.

En zo is het goed, in de meeste gevallen. Dat overdreven gedoe moeten we maar aan andere landen overlaten. Inge moet niet zeuren.

Ze was even Onze Inge, de hoogste eer die een sporter in Nederland ten deel kan vallen, en werd bovendien al in 2000 benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Zij werd tenminste op haar sportieve hoogtepunt, de Olympische Spelen in Sydney, uitgebreid bejubeld, op de voorpagina's van alle kranten en in de televisiejournaals.

Daar zouden voetballers jaloers op kunnen zijn, en één in het bijzonder. Wat ik me afvraag: die zeikerige stukjes over Patrick Kluivert hier en daar, waar is dat allemaal goed voor?

De ene collega beschuldigt hem van landverraad (de Volkskrant), een ander wil dat hij niet wordt opgesteld in Oranje (Voetbal International) en een derde vindt hem `de vleesgeworden gemakzucht, de luie parasiet op het eigen talent' (Johan).

Kluivert is een onbegrepen voetballer. Lekker gewerkt, zegt de vader hier na afloop van de wedstrijd tegen zijn zoon. Voetbal is strijdlust, en strijdlust is aangenaam, lekker zelfs. Wie een doelpunt maakt, is een uitslover. Een doelpunt is geen bewijs van talent, maar een kwestie van geluk.

Ja, halloooo!

Die gozer maakt in het Nederlands elftal gemiddeld één doelpunt per uur!

Al bijna tien jaar lang!

Hè ja, laten we Kluivert eens naast het elftal gaan zetten, die is al 26 jaar en heeft in 68 interlands maar 37 doelpunten gemaakt, terwijl hij, in tegenstelling tot Bergkamp en Van Basten, in Oranje nooit strafschoppen mag nemen.

In de uitwedstrijd tegen Moldavië deed hij niet erg zijn best, dus: wegwezen. Dirrukie Kuijt erin, die werkt tenminste voor zijn centen. Of Pierre.

Leken vinden Edgar Davids altijd de beste speler van het Nederlands elftal, omdat hij zo lekker heen en weer rent. Jaap Stam is ook altijd héél goed. Jaap is van ons.

Arbeiders willen we zien in de polder, geen voetballers die met feilloze precisie en met de juiste snelheid een bal tussen drie man door passen, terwijl ze besprongen worden door twee andere tegenstanders. Dat is helemaal geen voetbal, in de polder. Daar wordt souplesse aangezien voor gemakzucht.

Niemand, behalve de topvoetballer zelf, weet hoe moeilijk het is om een doelpunt te maken in een wedstrijd tegen een ploeg als Portugal; hoeveel kracht dat kost en hoeveel inzicht en talent is vereist; hoe onvoorstelbaar begaafd en gedreven je moet zijn om ze-ven-en-der-tig keer te scoren in interlands.

Het zou hem in Spanje, Italië of Amerika inderdaad niet zijn overkomen, het gebrek aan waardering voor deze legendarische sportprestatie. Een gemiddelde waar zelfs Henry, Raul, Owen en Inzaghi jaloers op zijn, en dan moeten lezen en horen dat je eens een keer je best moet gaan doen, dat is wel het andere uiterste.

Patrick Kluivert is de man bij de bakker, die helemaal niet wordt geholpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden