Biesbosch ‘gebaat’ bij wateroverlast

Vandaag zullen er in Nationaal Park De Biesbosch 26 vlaggen wapperen. Ze vertegenwoordigen maar liefst 26 verschillende organisaties die op de een of andere manier betrokken zijn bij de uitbreiding van het gebied met 600 hectare....

Van der Neut parkeert zijn bestelauto van Staatsbosbeheer op een nieuwe brug (De Ooievaar) die twee stukken doorgestoken Bandijk met elkaar verbindt. Hij wijst: ‘Kijk, dat stukje dam gaat Willem- Alexander doorgraven. Nee, niet helemaal natuurlijk. Waarschijnlijk zal hij er met een machine een hap uitnemen.’

Met het doorsteken van de dam worden de Maas en de Rijn via het nieuwe zoetwatergetijdegebied de Kleine Noordwaard met elkaar verbonden. Daarmee is de eerste fase van de uitbreiding van de Biesbosch een feit. De tweede fase (de Grote Noordwaard), die nog veel omvangrijker is, moet in 2015 zijn afgerond. Dan is het voor Nederlandse begrippen toch al omvangrijke nationale park bijna verdubbeld in grootte.

Jacques van der Neut spreekt over het project de Kleine Noordwaard alsof het een cadeau is. In zekere zin is dat ook zo. Na twee jaar hoog water, in 1993 en 1995, kreeg Staatsbosbeheer deze nieuwe natuur min of meer in de schoot geworpen.

Van der Neut: ‘Er kwam opeens haast om meer ruimte voor rivieren te maken. Deze dunbevolkte landbouwgebieden, die grenzen aan de Biesbosch en zijn ingeklemd door rivieren, waren heel geschikt als overloopgebied.’ Opeens was er geld genoeg om de weinige boeren in het gebied uit te kopen en het gebied opnieuw in te richten.

Zowel vanaf de Merwedekant (de Rijnkant) als de Maaskant is er inmiddels water in de gegraven geulen gelopen. Terwijl de graafmachines nog staan opgesteld in een vlakte van maagdelijk zand, hebben de eerste watervogels het gebied al ontdekt.

Van der Neut: ‘In de Kleine Noordwaard is natuurontwikkeling de rode draad. Dit gebied wordt heel spannend. De rivierdynamiek komt terug. Bochten worden uitgesneden door het water, langzaam maar zeker ontstaan er natuurlijke geulen, het getij wordt heviger, soms zal het verschil een meter zijn. Voor bevers is dit geweldig en het wordt ook heel interessant voor steltlopers. Het wordt een getijgebied dat af en toe droogvalt. Dat hier straks purperreigers in plaats van suikerbieten zijn, daarover zul je mij niet horen klagen.’

En zo gaat Van der Neut nog even door, over de kans op de spindotter, de mattenbies en de bittere veldkers, allemaal karakteristieke plantjes voor de Biesbosch.

Een veel lagere waterstand zal de opvang van hoog water in de Kleine Noordwaard niet opleveren, hoogstens 5 centimeter in het gebied onder Gorinchem. Pas door de ontpoldering van de Grote Noordwaard in de toekomst zal de waterstand bij hoog water flink – 30 centimeter – lager zijn dan bij hoogwater nu.

De Grote Noordwaard is dan ook vooral bedoeld als ‘doorstroomgebied’. Het water moet zo snel mogelijk richting zee worden geleid. Leuk natuur ontwikkelen is er voor Staatsbosbeheer dan ook niet bij. Dat zou het water alleen maar afremmen.

Maar dan nog vindt Van der Neut het interessant om te fantaseren over hoe het er straks uit gaat zien. Hij rijdt de Witboomkil op, een dijk die de Grote en de Kleine Noordwaard scheidt. Rechts de nieuwe natuur van de Kleine Noordwaard, links uitgestrekte landbouwgronden met enkele huizen, die straks de Grote Noordwaard vormen. Van der Neut: ‘Onvoorstelbaar dat ook dit straks allemaal onder water kan lopen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden