Biertje?

Wat gebeurt er als iemand met jouw identiteit aan de haal gaat? Het is de kernvraag waarom de hele plot draait van de nieuwe, tweede reeks Bellicher: Cel, zondag begonnen bij de VPRO. Het acteerwerk van de zesdelige thrillerserie liet in elk geval in de eerste aflevering zwaar te wensen over (het emotieloze, houterige van dialogen lijkt soms wel verplichte kost in Nederlands televisiedrama), maar het steunt in elk geval op een sterke plot, naar de boeken van misdaadauteur Charles den Tex.


Een dag eerder ging televisie met nóg iemands identiteit aan de haal: in Freddy, leven in de brouwerij (TROS). Na De ontmaskering van de vastgoedfraude opnieuw een zakenmilieu als decor, ook nog van dezelfde scenarioschrijvers: de broers Marc en Roeland Linssen.


Die laatste serie, min of meer de verfilming van een boek, kampte met een schrijnend contrast tussen het grootse acteerwerk van wijlen Jeroen Willems versus de rest. En overigens was de verhaallijn voor niet-ingewijden soms best lastig te volgen.


Freddy, leven in de brouwerij leek op het eerste gezicht de verfilming van Heineken, een leven in de brouwerij, de 'corporate biography' die journaliste Barbara Smit in 1997 publiceerde over de dwarse biermagnaat. Het boek wordt in de aftiteling niet genoemd; wellicht dachten de huisjuristen dat de minieme wijziging in de titel voldoende was voor een geheel eigen interpretatie van de werkelijkheid.


Nu is waarheid in drama altijd een lastige kwestie. Het is immers geen documentaire. Maar het is toch niet handig dat journalist Frénk van der Linden in de brievenrubriek van deze krant zaterdag alvast moest rechtzetten wat hij ooit had gezegd en wat nu in de serie lijkt te zitten: dat Heineken zijn chauffeur Doderer na hun ontvoering zou hebben 'afgekocht' en nooit meer zou hebben willen spreken.


Dodelijk voor elk drama is een gebrek aan geloofwaardigheid. Daar ging het debuut van de - zaterdag nog veel bekeken - Heinekenserie aan ten onder.


De verhaallijn springt heen en weer tussen Freddy's jongere jaren en de ontvoering in de jaren tachtig. De kantoorscènes uit de jaren vijftig en zestig deden om meerdere redenen denken aan Mad Men. Zelfde bruinige beeldkleuring, soortgelijke foute, seksistische grappen. Ook de karikatuur dat iedereen de héle dag door liep te roken, kenden we dus al van televisiedrama.


In de casting bleek het een goede vondst om actrice Liz Snoijink de oudere Lucille Heineken te laten spelen, tegenover Anna Drijver (een dag later tevens de zus van Michael Bellicher) als de jonge versie. Een soortgelijke gelukkige chemie ontstond niet tussen de jonge Heineken (Xander van Vledder) en zijn oudere versie door Thom Hoffman.


Het acteerwerk liet toch al - opnieuw - te wensen over. Dat daarnaast de jonge Anna 'Lucille' Drijver geacht werd overtuigend Amerikaans te spreken, bleek een aanslag op de goodwill van de kijker.


In het verhaal van zaterdag zat te weinig vaart, een spanningsboog ontbrak. Er was, kortom, opmerkelijk weinig leven in de brouwerij. Misschien dat het nog goedkomt in de volgende afleveringen. Ook dan helpt het allemaal niet wanneer de kijker in het hoofdkantoor van Heineken het oude stadhuis van Rijswijk herkent, en in een ballroom te Los Angeles toch duidelijk de wintertuin van Krasnapolsky ontwaart.


Als je uit zo'n vaatje tapt, slaat een biertje snel dood.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden