'Bier en psychiatrie, dat gaat toch niet samen?'

Bij brouwerij en biercafé De Prael heeft een deel van de werknemers een verleden vol psychiatrische problemen. Als sociaal bedrijf is het een voorbeeld van hoe het wél moet.

Eva Hol
Bierassortiment in de winkel van bierbrouwerij De Prael. Beeld Julius Schrank
Bierassortiment in de winkel van bierbrouwerij De Prael.Beeld Julius Schrank

Het was eind 2009, toen Jo (58) een psychose kreeg. Niet zijn eerste, wél zijn heftigste. 'Het gebeurde thuis. Moeder - mijn 'allessie' - was net overleden. Ineens werd ik overvallen door extreme angsten. Ik hoorde stemmen en kon alleen maar trillend als een rietje in een hoek van de kamer zitten. Volgens mij heb ik daar dagen gezeten: er bléven maar enge figuren op me af komen. Ik was er zeker van dat ik het slachtoffer was van een complot: de hele wereld wilde me kapotmaken.'

'De Prael is mijn redding'

De buurvrouw trof hem aan, en zo belandde Jo in een kliniek. Daar bleef hij drie jaar. Ruim een jaar geleden geleden kwam Brouwerij De Prael, waar 129 psychiatrisch patiënten werkzaam zijn, in beeld. 'Ik werk nu achter de schermen en plak voornamelijk etiketten op de bierflessen, maar ik hoop ooit door te groeien tot gastheer van het biercafé.'

Want achter wordt het bier gebrouwen, maar aan de straatkant van de brouwerij, aan de Amsterdamse Oudezijds Voorburgwal, waar de winkel, het café en het proeflokaal zijn gesitueerd, wordt het geld verdiend. De brouwerij, waar mensen met schizofrene en manisch depressieve stoornissen de dienst uitmaken, bestaat alweer dertien jaar.

Vandaag vormt Jo een team met Mohammed, doorgestuurd vanuit verslavingskliniek Jellinek. De taak voor vandaag is hen duidelijk. Bierflessen van een dop voorzien. Mohammed, ooit een succesvolle zakenman, raakte verslaafd aan cocaïne en beleefde meerdere psychoses. Daarna werd hij ook nog schizofreen. 'Ik snoof met gemak 100 euro per dag weg, zo kon ik de stemmen in mijn hoofd onder controle houden. Ik heb mezelf kapot gemaakt. De Prael is mijn redding. Hier leggen ze de focus op mijn kwaliteiten. Niet op mijn mafheid.'

Uit de hand gelopen hobby

Via psychiatrische ziekenhuizen, verslavingsklinieken en het Leger des Heils dienen zich maandelijks nieuwe werknemers aan bij brouwerij De Prael. Het overgrote deel lijdt aan schizofrenie. 'Een drukke bedoening', vertelt Arno Kooy, die samen met vriend Fer Kok jaren geleden een verband legde tussen bierbrouwen en schizofrenie. In eerste instantie ontstond de brouwerij niet vanuit een sociale doelstelling. Kooy noemt het liever een uit de hand gelopen hobby. 'We brouwden bier in onze vrije tijd en verdienden ons brood in de geestelijke gezondheidszorg, als verplegers.'

Achterop een bierviltje ontstonden de eerste sleutelbegrippen voor de latere onderneming: stoer werk. Geen getrut. Het plan was duidelijk. Kooy en Kok zegden hun banen op, er kwam een pand en een brouwinstallatie. Het belangrijkste doel: zorgen voor mooi werk voor psychiatrische patiënten. 'Sociale werkvoorzieningen hebben altijd iets tuttigs. Krukjes in elkaar zetten voor een meubelmakerij, schroefjes sorteren in een fabriek of van die suffe bakclubjes. Wij laten ze werken aan een eindproduct. Een product waarop ze trots kunnen zijn.'

'Niet bedelen'

Het was 2002, een tijd waarin de subsidiekraan voor projecten in de zorg nog wagenwijd openstond. Toch hadden de vrienden sterk het gevoel dat ze onafhankelijk wilden zijn. Niet gebonden aan overheidsgelden. 'Een stoere onderneming die de hand moet ophouden om dingen te kunnen realiseren, dat gaat niet samen. We hebben altijd geprobeerd het zelf te doen: niet bedelen, commercieel durven denken. Eigenlijk niet anders dan bij een brouwerij als Heineken.' In deze tijd, waarin alle sociale werkplaatsen moeten bezuinigingen, blijkt die instelling van toen, nu hun redding te zijn.

Niet alleen die instelling, ook de benadering van psychiatrisch patiënten was anders. Vernieuwend. Cliënten of patiënten zijn verboden woorden in De Prael. Zeg maar gewoon 'werknemers'. Benno (35), lijdend aan schizofrenie, is na twaalf dienstjaren uitgegroeid tot brouwmeester. Hij is daarmee verantwoordelijk voor het brouwproces, heeft het zelfs over een familiegevoel. 'Als ik stemmen hoor in mijn hoofd, kan ik terugpraten, zonder me ervoor te schamen. Niemand kijkt daar van op. En gelukkig wordt er niet de hele dag over ziektes gepraat. Iedereen weet hoe ik ben. We zijn een grote familie.'

null Beeld Julius Schrank
Beeld Julius Schrank

Geen hulpverlener

En zoals familie met elkaar omgaat, proberen ook oprichters Kok en Kooy zo min mogelijk te 'behandelen'. Ze voelen zich ondernemer, geen hulpverlener. Alle gesprekstechnieken en omgangsnormen die ze vanuit hun opleiding hebben meegekregen, proberen ze los te laten. Kooy: 'Met een beetje menselijk geduld kom je al ver. Ook bij schizofrenen.'

Vanaf januari dit jaar ondergingen de sociale werkplaatsen een drastische metamorfose. Participatie is daarbij het kernwoord. Vooral de financiering moest eraan geloven: van de 27 duizend euro die per werknemer per jaar beschikbaar was, daalde het budget naar naar 22 duizend euro.

Kooy: 'Minder subsidie betekent dus dat we meer bier moeten brouwen. We zetten nu ongeveer 1,3 miljoen euro per jaar om. Dat is veel voor een sociale firma, maar dat bedrag moet omhoog.'

Kritiek

Dat het voor andere sociale instellingen moeilijk wordt, begrijpt hij. 'Er wordt verwacht dat ze het roer omgooien. Ze moeten commercieel gaan denken en een voorbeeld nemen aan De Prael. Maar als je nooit een zakelijke instelling hebt gehad, is dat haast onmogelijk.'

Kok en Kooy vinden het wel opvallend dat ze nu als voorbeeld worden aangehaald. Er was veel kritiek toen ze begonnen. Bier en psychiatrie, dat gaat toch niet samen? Van deze kritiek - onder meer vanuit hun oude werkplek - hebben ze zich nooit iets aangetrokken. Zij geloofden vanaf het begin dat de regelmaat van het malen van het graan, het brouwen, het afvullen, het lageren, het etiketteren en het inpakken juist uitstekend zou aansluiten bij de doelgroep.

Dat hun opzet wordt omarmd, is te lezen in het dossier De Kracht van Sociale Innovatie, opgesteld door de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. De Prael wordt daarin meerdere malen ten voorbeeld gesteld: 'De manier waarop De Prael de winst terug laat vloeien naar de onderneming en hierdoor de sociale doelen kan financieren en uitbreiden, daar zouden alle sociale ondernemingen een voorbeeld aan moet nemen.'

Een medewerker roert in een brouwketel. Beeld Julius Schrank
Een medewerker roert in een brouwketel.Beeld Julius Schrank

Foutjes

Tevreden loopt Kooy rond op de werkvloer. Hij fungeert als een soort moeder, met een liefdevolle, verzorgende functie. Mede-eigenaar Kok stelt ondertussen een nieuw arbeidscontract op. Bij De Prael staat weer een nieuwe werknemer op de loondienst. 'Jerry kan fantastisch koken. Hij heeft een alcoholprobleem, torenhoge schulden en stemmingswisselingen, maar je ziet dat hij de discipline heeft om er hier iets van te maken.'

Toch weet Kooy dat er geregeld iets misgaat in het bedrijf. Een driftige werknemer die gekalmeerd moet worden, verkeerde data op de etiketten of klanten in het biercafé die per ongeluk een half uur zitten te wachten op hun biertjes. 'Die foutjes maken het ook leuk', grijnst Kooy.

Toeristen proeven het bierassortiment in het proeflokaal van De Prael. Beeld Julius Schrank
Toeristen proeven het bierassortiment in het proeflokaal van De Prael.Beeld Julius Schrank

Toekomstplannen

Brouwmeester Benno kan maar slecht tegen fouten. 'Ik heb hier een baan met verantwoordelijkheid, ik ben voortdurend alert. Ik moet eigenlijk vooral opletten dat anderen geen fouten maken.' Er verschijnt een lach op het gezicht van Benno, die al jaren een medicijnencocktail van antipsychotica en antidepressiva slikt. Het gaat goed met hem, dus zo af en toe proeft hij ook een biertje. Kan geen kwaad, zegt hij. 'Als brouwmeester moet je toch weten wat je maakt, nietwaar?'

De toekomstplannen voor de brouwerij zijn helder. Nóg een brouwlocatie openen, zonder zorggelden, en meer bier produceren. Commercieel denken, de winst laten groeien. 'Wij kunnen niet stilzitten en achterover leunen, profiterend van het succes. We kunnen nu amper aan de vraag voldoen. Het café zit elke dag vol. We willen meer, maar zitten aan de maximale productie.'

Jo en Mohammed nemen weer een pauze. Tijd voor een sigaret. Even rust. Gisteren was het nogal druk in het hoofd van Jo. Honderden etiketjes van de flesjes 'Johnny bier'- vernoemd naar volksheld Johnny Jordaan - plakte hij op flesjes waarin 'Heintje bier' zat. 'Dan voel ik me wel klote.' Kooy grijnst opnieuw. 'Je lacht je vaak de ballen uit je broek, maar er zitten ook veel treurige verhalen tussen. Hij wijst naar de biersoorten, die allemaal zijn vernoemd naar volkszangers. 'Mary, Willeke, Johnny en André: zij hebben ook het echte leven gekend, een leven vol ups en downs. Zo is het hier ook. Het is werk met een lach en met een traan.'

Etiketten plakken op bierflesjes. Beeld Julius Schrank
Etiketten plakken op bierflesjes.Beeld Julius Schrank
Biertappen aan de voorkant, het café, van De Prael. Beeld Julius Schrank
Biertappen aan de voorkant, het café, van De Prael.Beeld Julius Schrank
Werk aan de achterkant, de bierbrouwerij. Beeld Julius Schrank
Werk aan de achterkant, de bierbrouwerij.Beeld Julius Schrank

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden