Biefstukken van de lopende band

De vraag naar vlees zal naar verwachting in 2050 tweemaal zo groot zijn als in 2002. Dat betekent extra dierenleed, meer vervuiling en een grotere energieconsumptie. Tenzij we het vlees gaan kweken. Aan de universiteit van Maastricht testen ze de praktische haalbaarheid daarvan, in een 'hamburgerproject'.

'Over vijftig jaar zullen we af zijn van de absurde situatie dat we een hele kip moeten fokken alleen maar om de filet en de vleugels te eten. We zullen die onderdelen dan apart kunnen kweken.' Dat schreef sir Winston Churchill in 1932 in Fifty Years Hence, een serie toekomstbespiegelingen.


Churchill was een groot staatsman, maar hier had hij het mis. Anno 2011, bijna zeventig jaar na zijn voorspelling, komt kipfilet nog steeds van hele kippen - zij het dat die met tienduizenden tegelijk in fabrieksachtige omstandigheden worden gehouden. Een ontwikkeling die Churchill kennelijk niet voorzag.


Maar misschien zat de Brit er ook weer niet helemaal naast. Want in een laboratorium aan de universiteit van Maastricht wordt gewerkt aan iets dat Churchills visioen dichterbij brengt. In twee incubators staan petrischaaltjes met 1 centimeter lange witte stripjes in roze groeivloeistof.


Die stripjes zijn spiervezeltjes, en zij zijn het begin van wat een wereldprimeur moet worden: de eerste hamburger van kweekvlees. Als dat lukt, dan zijn we nog maar één stap verwijderd van biefstuk uit de fabriek, zegt professor Mark Post, de inspirator van het project dat ook meteen de duurste hamburger uit de geschiedenis oplevert: 250 duizend euro. Zonder broodje.


Kweekvlees is een onderwerp dat velen aanspreekt. Zowel mensen die van dieren houden in levende lijve als degenen die ze net zo lief dood op hun bord zien. Het idee van biefstukken die van de fabrieksband rollen zonder dat er een dier voor hoeft te sterven, spreekt tot de verbeelding. Een 'sympathieke gedachte', vindt zelfs Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren.


Interessant voor Nederland is dat er een sterke vaderlandse component aan zit. In de jaren vijftig kwam een Nederlander - Willem van Eelen - op het idee om vlees te kweken. Maar het duurde tot 2005 voor er serieus werk van werd gemaakt. Met subsidie van de overheid werd aan drie universiteiten - Utrecht, Amsterdam en Eindhoven - onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van kweekvlees. Vier jaar later was de conclusie dat het in principe mogelijk is vlees te kweken uit stamcellen.


Daarna viel het stil, schrijft onderzoeker Rik van Dijk in het rapport Kweekvleesontwikkeling in Nederland: topsector in wording of gemiste kans? Nederland loopt voorop in het onderzoek naar kweekvlees, aldus Van Dijk, maar de ontwikkeling zit in een impasse.


Het principe - vlees kan gekweekt worden - is dan wel aangetoond, om te komen tot een marktklaar product dat op een rendabele manier geproduceerd kan worden is nader onderzoek nodig. Geschatte kosten: 50- tot 100 miljoen euro. Dat geld is er niet.


De bezuinigende overheid stelt als voorwaarde dat het bedrijfsleven meebetaalt. Dat op zijn beurt is huiverig om geld te steken in een futuristisch plan met een hoog afbreukrisico. Zo dreigt het project kweekvlees vast te lopen of naar het buitenland (China) te verdwijnen, waarschuwt Van Dijk.


Vervuilend

Het belang van kweekvlees kan moeilijk overschat worden. Volgens de VN-landbouworganisatie FAO zal de vraag naar vlees in de wereld tussen 2002 en 2050 verdubbelen. Het is een recept voor onheil, want de vleessector is nu al een van de meeste vervuilende en energieverslindende bedrijfstakken ter wereld.


Volgens diezelfde FAO is vleesproductie verantwoordelijk voor 18 procent van de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen - meer dan de uitstoot van de transportsector. Daarnaast neemt het vee 10 procent van de jaarlijkse verswaterconsumptie voor zijn rekening.


Kweekvlees steekt daar aanzienlijk gunstiger bij af, suggereert een onderzoek van Hanna Tuomisto aan de universiteit van Oxford. Zij becijferde dat voor de productie van vlees in de fabriek 35 tot 60 procent minder energie nodig is, 80 tot 95 procent minder broeikasgassen worden uitgestoten en het landgebruik bijna verwaarloosbaar is: stamcellen hebben geen weiland nodig.


Als het ooit zover komt. De kans daarop is aanzienlijk toegenomen sinds Mark Post is begonnen aan zijn hamburgerproject. Post raakte min of meer bij toeval bij kweekvlees betrokken, vertelt hij op zijn werkkamer in Maastricht. Als hoogleraar tissue-engineering in Eindhoven nam hij het stokje over van een collega die ziek werd.


Post is van huis uit cardio-vasculair arts. Zijn werk bestond onder andere uit het maken van bloedvaten voor bypass-operaties. Hij raakte gefascineerd door het idee vlees te maken voor de massa. 'Je praat over een life transforming technology. Dat is van een andere orde.'


Toen na 2009 de geldstroom stilviel, opperde Post om een worst te maken van kweekvlees uit de stamcellen van een varken en die dan op tv te presenteren. 'Met het levende varken ernaast. Bij Pauw & Witteman.'


Zijn collega's, die meer voelden voor verder onderzoek, liepen niet warm voor zo'n mediastunt. Want dat was het, geeft Post grif toe: 'Ik dacht dat ik op die manier zo veel interesse zou wekken, dat ik wel geld los kon krijgen.' Dat viel tegen. Drie ton moest de worst van Post kosten, maar niemand hapte toe.


Tot een geheimzinnige weldoener bereid bleek de drie ton op tafel te leggen. Op twee voorwaarden. De eerste was anonimiteit. Post kent zijn mecenas wel, maar mag niet zeggen wie het is. 'Het is zo'n bekende figuur dat alle aandacht meteen naar hem zou uitgaan.' De tweede voorwaarde was dat de worst een hamburger werd. Het zal dus wel een Amerikaan zijn.


Van het geld huurde Post een laboratorium en twee laboranten die in een half jaar tijd genoeg spiervezeltjes moeten produceren om een hamburger van te kneden. 'Ik schat dat ik er drieduizend nodig heb.'


Naast het project van Post lopen nog twee onderzoeken naar kweekvlees in Nederland, gefinancierd door de overheid. Een stamcelonderzoek in Utrecht en een studie naar de maatschappelijke acceptatie van kweekvlees aan Wageningen Universiteit. Bij dat laatste onderzoek is Cor van der Weele betrokken. Ze is filosoof met een achtergrond in de biologie.


In-vitrovlees

Posts actie riep aanvankelijk weerstand op onder collega's, aldus van der Weele. Ook bij haar. 'Maar ik ben van gedachten veranderd. We zitten in een vicieuze cirkel. We krijgen geen geld omdat we niks kunnen laten zien. En we kunnen niks laten zien omdat we geen geld krijgen. Mark neemt een risico. Maar het is de moeite waard.'


Van der Weele publiceerde vorig jaar een verkenning naar de acceptatie van kweekvlees: In-vitrovlees: Yuck!(?). De eerste reactie is er vaak een van afkeer, zegt ze. 'Mensen zetten kweekvlees op één lijn met genetische manipulatie.' Maar dat kan snel omslaan.


'Het interessante is dat als mensen even nadenken ze vaak op andere gedachten komen. Kweekvlees is gebaseerd op celdeling, wat een natuurlijk proces is. Misschien is het toch wel goed voor de dieren, zeggen ze dan.'


Sceptici vrezen dat onze band met dieren verdwijnt door de komst van kweekvlees. Maar het omgekeerde is ook mogelijk, zegt Van der Weele. In-vitrovlees zou de plaats kunnen innemen van vlees uit de intensieve veehouderij.


'De bulk haal je dan uit de fabriek. Van 'echt' vlees maak je een luxe product van dieren die op een goede manier zijn gehouden. Dan versterkt het juist onze band met dieren.' Haar verwachtingen zijn hooggespannen. 'Als dit lukt kan het een omwenteling veroorzaken.'


Over de acceptatie maakt Post zich geen zorgen. 'Als je mensen frikandellen kunt laten eten, kan alles.' Zijn hamburger is een eerste stap. Het moet een proof of principle worden, een bewijs dat het kan. Lukt dat, dan ligt de weg naar een kweekvleesfabriek wijd open. 'Als mijn financier er geld in steekt, dan kan die er binnen tien jaar staan.'


De techniek is er. 'Het is vooral een kwestie van uitproberen. Daarvoor is geen doorbraak nodig.' De mogelijkheden zijn eindeloos. Vlees van koe, muis, duif of zelfs mens, in principe kan het allemaal. 'Stamcellen zijn stamcellen.'


In september 2012 moet zijn hamburger klaar zijn. De vraag is: Gaat-ie ook smaken? Voor het eerst aarzelt Post. 'Als ik een weefsel maak dat precies lijkt op een natuurlijk weefsel, smaakt het dan ook hetzelfde? Alles spreekt daar vóór. Maar eigenlijk weten we dat nog niet. Je kunt gerust zeggen dat dat de hamvraag is.' Voorspelde Churchill niet ook al de draadloze telefoon, waarbij je een conversatie kunt horen 'alsof je je hoofd door het raam hebt gestoken'?


DE PRODUCTIE VAN KWEEKVLEES

Voor de productie van kweekvlees wordt gebruikgemaakt van stamcellen die uit levende dieren worden gehaald. Dat kunnen embryonale stamcellen zijn of spierstamcellen.

Het voordeel van embryonale stamcellen is dat deze zich nagenoeg eindeloos kunnen delen, zodat met een beperkte hoeveelheid ervan een enorme hoeveelheid vlees gemaakt kan worden. Het nadeel is dat embryonale stamcellen nog ongedifferentieerd zijn en ertoe aangezet moeten worden spiercellen te vormen. Dat probleem doet zich niet voor bij spierstamcellen. Het nadeel daarvan is dat deze minder vermogen hebben om zich te delen.

Bij het project in Maastricht worden spierstamcellen gebruikt. De stamcellen worden in een kweekvloeistof van suikers, aminozuren en vetten gelegd tussen twee stukjes klittenband. Na vijf tot zes weken vormen de spiercellen een dunne draad tussen de stukjes klittenband. Dat is de eerste spiervezel.

Om te groeien moeten spiervezels trainen. Dat gebeurt nu nog met stroomstootjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden