Bij de herdenking van de coup die in 1980 plaatshad, wappert de vlag van Suriname met daarin het silhouet van Desi Bouterse.

reportage decembermoorden

Biedt de veroordeling van Bouterse ook ruimte voor verzoening?

Bij de herdenking van de coup die in 1980 plaatshad, wappert de vlag van Suriname met daarin het silhouet van Desi Bouterse. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Zondag herdenkt Suriname de decembermoorden, zoals ieder jaar op 8 december. Nu Bouterse is veroordeeld, gaan voorzichtig stemmen op voor een proces van verzoening en heling.

‘Kijk, daar stonden we.’ Lila Gobardhan-Rambocus wijst naar het hek rond haar fraai aangelegde tuin. ‘In de hoek, een beetje verscholen, maar dicht langs de weg. We waren bang, hoor, als we de legerwagens voorbij zagen komen. Voor onszelf, voor onze kleine kinderen. Het waren geen mooie tijden.’

We zijn terug in 1980. Suriname is nog geen vijf jaar onafhankelijk, als in februari van dat jaar zestien sergeanten onder leiding van Desi Bouterse een staatsgreep plegen tegen de regering van premier Henck Arron. Voor de coup bestaat steun bij de bevolking. Tot de bloedige moorden van 8 december 1982.

Mevrouw Gobardhan, nu 71, woont dan al vlak bij de Memre Boekoe-kazerne. Zij heeft in Nederland gestudeerd, is gepromoveerd en heeft in de jonge Zuid-Amerikaanse republiek de handen vol met werk en opvoeding. Met de linkse idealen van de ‘revolutie’ bemoeit zij zich eigenlijk niet. Totdat die revolutie zich met haar komt bemoeien: in de persoon van haar broer, Surendre Rambocus.

Rechts Surendre Rambocus. Beeld ANP

Tegencoup

Rambocus was een gedreven en getalenteerde jongen. In Nederland volgde hij de militaire academie. Terug in eigen land kent hij sympathie voor de sergeantencoup, waaraan hijzelf niet deelnam. Als hij vindt dat Bouterse het volk verraadt met zijn eigenzinnig optreden, organiseert hij een tegencoup, in maart 1982. Die loopt uit op een faliekante mislukking. Al snel staat Rambocus onder arrest.

Zijn zus laat het originele typoscript zien van het ‘laatste woord’ dat Surendre Rambocus in zijn proces voerde. Hier en daar is een woord doorgestreept en in keurig handschrift verbeterd. ‘Wij staan niet voor u terecht als personen of als rebellen of anarchisten, wij staan hier terecht als delen van ons kreunend Volk’, zegt hij in de rechtzaal. ‘Onze stem wordt gehoord door het hele Volk, waaraan wij ons gegeven hebben.’

Rambocus is, na zijn veroordeling tot celstraf, een van de vijftien mannen die op 8 december 1982 in Fort Zeelandia worden vermoord. ‘Jullie moeten niet rouwen’, vertelde een anoniem persoon zijn zus over de telefoon. ‘Hij is als een held gestorven.’ Volgens sommige berichten werd Rambocus’ tong afgesneden en zijn er sigarettenpeuken op zijn gezicht uitgedrukt. Mevrouw Gobardhan-Rambocus neemt ons 37 jaar later mee naar zijn graf. ‘Suriname zal vrij worden!’, staat daar. ‘Elk volk weet zich altijd te bevrijden van zijn ketenen.’

Veel nabestaanden voelen zich pas sinds afgelopen vrijdag weer enigszins ‘vrij’. De rechter sprak toen een vonnis uit van 20 jaar cel tegen de hoofdverdachte van de Decembermoorden: Desi Bouterse, de man die sinds 2010 de vrij gekozen president van Suriname is. ‘Mijn vertrouwen in de rechtsstaat is weer een beetje hersteld’, zegt Gobardhan. Maar meneer Bouterse wens ik nooit te ontmoeten. Ik zal zijn hand niet schudden.’

Een groepsfoto van de leden van de Nationale Militaire Raad, gemaakt vlak na de staatsgreep in Suriname in 1980. Vanaf links: Stanley Joeman, Ruben Braaf, Chas Mijnals,Laurens Neede, Ramon Abrahams, Desi Bouterse, Roy Horb, en Badressein Sital. Beeld ANP

Proces van verzoening en heling

En daarmee heeft de bisschop een probleem. Karel Choennie is het hoofd van het rooms-katholieke bisdom in Paramaribo. Hij ontvangt in de kanselarij, die gelegen is aan de Henck Arronstraat – de man die in 1980 als premier voor veel mensen symbool stond voor het politieke falen dat aanleiding gaf tot de staatsgreep van Bouterse.

Als voorzitter van het Comité Christelijke Kerken en de Interreligieuze Raad kwam bisschop Choennie na het vonnis met een verklaring. Daarin wordt respect betuigd voor de uitspraak van de ‘onafhankelijke rechtspraak’, maar wordt ook opgeroepen ‘een proces van verzoening en heling in ons land in te zetten’. Zoals in Zuid-Afrika gebeurde, na het einde van de apartheid in 1994.

Maar is het niet te laat om een Waarheids- en Verzoeningscommissie op te richten voor gebeurtenissen van 37 jaar geleden? Bisschop Choennie, een voorzichtig formulerende man, denkt na en zegt: ‘Kent u dat boek Alles gaat voorbij, behalve het verleden? De gebeurtenissen van 1982 hebben een diep-traumatiserend effect gehad. Dit gaat niet over met wetgeving en vonnissen. We moeten naar een andere vorm van persoonlijke en maatschappelijk genezing blijven zoeken.’

De meeste nabestaanden, zoals Lila Gobardhan-Rambocus, wensen niet met de moordenaars van hun geliefden aan een tafel te zitten. Nog altijd niet. ‘De advocaat van de nabestaanden heeft ons duidelijk gemaakt dat zij begrip hebben voor ons voorstel om een verzoeningscommissie op te richten, maar dat zijzelf die vooralsnog niet ondersteunen. Wij hebben ons natuurlijk ook gericht tot de hoofdverdachte (president Bouterse, red.). Die heeft het idee niet direct afgewezen, maar is er tot op heden niet verder op ingegaan.’

Surinaamse schoolkinderen op excursie in Fort Zeelandia. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Boodschap aan de jeugd

Het ligt dus nog steeds uiterst gevoelig en is gecompliceerd, geeft de bisschop toe. ‘Maar we moeten hoop houden. Natuurlijk moeten beide partijen het willen. Dus nu is het moeilijk, zo niet onmogelijk, om zo’n commissie te beginnen. Maar toch willen we als samenleving dat het ooit tot een zo bevredigend mogelijke afsluiting komt. De OAS, de Organisatie van Amerikaanse Staten, en het Vaticaan willen ons helpen. Maar Suriname moet het uiteindelijk doen. Iedereen is nodig om dit land op te bouwen.’

Die boodschap is vooral gericht aan de jeugd, en dus aan de toekomst van Suriname. Zoals aan de jongens en meiden van de middelbare MULO-school Shri Ram, in een buitenwijk van de hoofdstad Paramaribo. Hier, met de eindexamenleerlingen in klas B4B, wordt geprobeerd verleden, heden en toekomst samen te brengen.

In de geschiedenislessen is voor de Decembermoorden slechts heel summier aandacht, vinden de jongeren. De 15-jarige Tanicha, een meisje met een lange paardenstaart, vertelt hoe zij eigenlijk vooral via haar opa en oma heeft vernomen ‘dat de heer Bouterse mensen zou hebben vermoord’. De ‘zielen van de slachtoffers’, zegt zij, ‘hebben nog geen rust gevonden. Er zijn nog heel veel vragen niet beantwoord.’

De 16-jarige Alexandro, een jongen die droomt van een carrière als profvoetballer, vertelt dat de Decembermoorden van 1982 ver van zijn wereld staan. Op de vraag wat voor hem dan wel belangrijk is, zegt hij: ‘Sowieso mijn oma en opa. En mijn tante, bij wie ik nu woon. Verder ben ik toch vooral met sport bezig. Eerst was dat atletiek. Nu voetbal.’

Afschermen van de trauma's

Volgens Xaviera Jessurun, die als activist vaak met jongeren heeft gewerkt, zijn veel Surinaamse ouders erop uit hun kinderen een zo beschermd mogelijke opvoeding te geven. ‘En dus worden zij ook zo veel mogelijk afgeschermd van de trauma’s die de Decembermoorden bij veel mensen hebben veroorzaakt. Als je als jongere al interesse hebt, moet je het meeste zelf uitzoeken. Het is soms verbazingwekkend: zelfs de huidige studenten rechten, de beginnende althans, hebben vrijwel geen idee wat er is gebeurd. Het leeft gewoon niet.’

Toch ziet Jessurun het grote belang van ‘kennisoverdracht’, ook over de gebeurtenissen van bijna veertig jaar geleden. ‘Tieners zijn natuurlijk vooral bezig met YouTube en hun eigen liefdesdrama’s, maar ze moeten hierover leren. Bijvoorbeeld hoe het kon gebeuren dat een man, die nu als moordenaar is veroordeeld, het staatshoofd van Suriname werd. Zodat dezelfde fouten niet opnieuw worden gemaakt.’

Op de Shri Ram-school zegt de 15-jarige Renisha dat zij niet wil ‘dat zoiets ooit nog zal gebeuren, dat wij zoiets zelf moeten meemaken.’ Om dat te voorkomen, meent zij, is het nodig om eerlijk te zijn. Haar klasgenoten vallen haar bij. ‘Niet alleen aan jezelf denken’, zegt iemand in het lokaal. ‘Werken aan een goed leven, voor iedereen in Suriname’, meent de 17-jarige Aksahn. ‘Dus goeie scholen, goeie ziekenhuizen, goeie wegen. En natuurlijk goed internet.’

Aksahn klinkt al bijna als een presidentskandidaat. Zouden zijn klasgenoten op hem stemmen? ‘Jawel, meneer!’

Een klas met Surinaamse kinderen op excursie in Fort Zeelandia, de plek waar 1982 de tegenstanders van legerbevelhebber Desi Bouterse werden vermoord. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Fort Zeelandia

Fort Zeelandia speelt een centrale rol in de Decembermoorden van 1982. Maar wie de geschiedenis van deze beruchte plek goed wil begrijpen, moet 352 jaar terug in de tijd. Om uit te komen in Nederland, het land dat tot op de dag van vandaag bij veel Surinamers zulke gemengde gevoelens oproept.

Je gaat een trap op en een hoekje om, en komt uit bij het zogenoemde Bastion Veere in Fort Zeelandia. Het is een open ruimte van een paar vierkante meter. Over de buitenmuur heen is de brede Surinamerivier te zien. Bij de muur zelf staat sinds tien jaar een eenvoudig, maar indrukwekkend gedenkteken.

‘Op deze plek werden op 8 december 1982 vijftien prominente zonen van Suriname zonder vorm van proces door het militaire regime doodgeschoten’, staat er. ‘Zij stonden voor vrijheid, recht en democratie.’ Daaronder de namen van de slachtoffers. Het monumentje, met ernaast diverse kogelgaten, is onthuld door toenmalig president Ronald Venetiaan.

Fort Zeelandia is een museum en daarmee, inclusief Bastion Veere, door iedereen te bezoeken. Het was al een museum toen het militaire bewind onder Desi Bouterse de plek in bezit nam. Maar boven de toegangspoort van het fort prijkt een ander jaartal: 1667. Het markeert de komst naar Suriname van de Zeeuwse commandant Abraham Crijnssen. En daarmee feitelijk het begin van de koloniale geschiedenis tussen Nederland en het wingewest Suriname, dat in 1975 onafhankelijk werd.

Crijnssen veroverde het fort, dat toen uiteraard nog niet de naam Zeelandia droeg, op de Engelsen; aanvankelijk voor slechts korte tijd. Uiteindelijk werd heel het land Suriname in 1674 Nederlands ‘bezit’, als onderdeel van het handjeklap tussen de koloniale machten Nederland en Engeland. Het laatste land kreeg in ruil heerschappij over Nieuw Amsterdam: de geboorte van New York was een feit. Net als het begin van een nog altijd pijnlijke, Nederlands-Surinaamse geschiedenis.

De Surinaamse president Desi Bouterse heeft ook na zijn veroordeling nog veel aanhangers in Paramaribo. ‘Voor mij is en blijft hij de president. Ik denk dat hij in 1982 deed wat hij moest doen.’ 

De krijgsraad veroordeelde Bouterse tot 20 jaar cel voor zijn betrokkenheid bij de Decembermoorden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden