Bidden is belangrijk voor Afrikaanse voetballers

In tijden van spanning tussen moslims en christenen is de nationale voetbalploeg van Nigeria een voorbeeld van saamhorigheid onder gelovigen van verschillende gezindten....

door Willem Vissers

SOLDATEN maken buiten het stadion in Segou een plekje vrij. Een opstootje? Nee. De scheidsrechter van dienst rolt zijn gebedskleedje uit en knielt devoot, doof voor het gekrioel om hem heen. Een paar minuten later staat hij op om zijn voorbereiding op het duel in de Afrika Cup tussen Burkina Faso en Zuid-Afrika te voltooien.

Het is een telkens weerkerend ritueel: biddende supporters, verkopers die hun waren voor even aan de kant zetten en hun kleedjes uitrollen; voor, tijdens of na de wedstrijd.

En dan de spelers. Als de Super Adelaren van Nigeria morgen in de bus stappen voor hun kwartfinale van de Afrika Cup tegen buurland Ghana, zegt bondscoach Amodu of diens assistent Keshi bijvoorbeeld: 'Babangida, bid voor ons.' Tijjani Babangida staat dan op en bidt voor, terwijl de bus zich naar het Stadion van de 26ste Maart in Bamako slingert. De andere spelers volgen hem in gebed.

Afrikaanse voetballers belijden hun geloof bijna per definitie, een flagrant verschil met de goeddeels ontkerkelijkte samenleving (en dus ook de voetbalwereld) in Nederland. Babangida is moslim. Ook op de vrijdagen tijdens het toernooi in Mali bezoekt de aanvaller van Vitesse de moskee vlakbij het spelershotel, gekleed in een prachtige boubou (een gewaad tot op de grond).

Als Babangida voorgaat in gebed, in de bus, staande in de karakteristieke kring met gebogen hoofd op het veld, in de kleedkamer of waar dan ook, dan volgen de andere moslims in de selectie, onder wie Lawal en Babayaro. De christenen, met Kanu en Oliseh, roepen tegelijkertijd hún God aan. Het geprevel brengt een vertrouwd, rustgevend geroezemoes voort. Het is niet altijd de moslim die voorbidt. Dat hangt er maar vanaf wie de trainer aanwijst.

'Bidden is heel belangrijk voor ons', zegt aanvoerder Sunday Oliseh. 'Zonder gebed doen we niets, ongeacht of we winnen of verliezen. We bidden in de bus, voor de wedstrijd, na de wedstrijd, rond trainingen. Iedereen bidt door elkaar heen. Natuurlijk kan dat, als je maar respect voor elkaar hebt. En wij respecteren elkaar, omdat we elkaar al jarenlang kennen en weten dat het anders onmogelijk is om tot prestaties te komen. Als je ons een voorbeeldfunctie toedicht in deze tijd van spanning tussen christenen en moslims, heb ik daarmee geen moeite. Weet je: alle gebeden eindigen met amen.'

Nigeria is een immens land van onvoorstelbare diversiteit, met honderden stammen, talen en ongeveer 120 miljoen inwoners. Grofweg gezegd wonen de christenen in het zuiden en de moslims in het noorden.

Babangida, de moslim: 'Wij proberen religie de juiste plaats te geven in de groep. Als de trainers een team willen bouwen, moeten ze alle jongens tot elkaar brengen. Geloof mag geen barrière zijn, anders is de missie bij voorbaat gedoemd te mislukken. Je moet geen nadruk leggen op verschillen, maar proberen overeenkomsten te zien. En de overeenkomst is dat we allemaal in een God geloven, hoe die ook mag heten. Verder laten we moslims en christenen in hun waarde.'

Negentig procent van de bevolking in Mali is moslim. Extremisme komt amper voor, hoewel op de gammele, veel te volle busjes die in de straten van de hoofdstad Bamako de vreemdste capriolen uithalen, opvallend veel stickers zijn geplakt van Osama Bin Laden, de vermeende leider van het wereldterrorisme. Hij is afgebeeld met een aureool, met daarin een vliegtuig. Ook T-shirts met zijn beeltenis gaan van de hand.

Toch zijn verreweg de meeste Malinezen gekant tegen de aanslagen van 11 september op de WTC-torens. Zij, inwoners van een straatarm land, geloven niet zozeer in een strijd tussen moslims en anderen. Ze protesteren slechts tegen de ongelijke verdeling van rijkdom en zien in Bin Laden de vertegenwoordiger van de onderdrukten. Met geloof heeft dat niets te maken.

In het noorden van Nigeria zijn de laatste tijd geregeld bloedige onlusten die verband houden met de naleving van de islamitische wetten. Zo protesteerde de EU onlangs tegen de voorgenomen sadistische steniging van een vrouw. Babangida, voor zijn doen boos: 'Je mag de nadruk niet leggen op de problemen in het noorden van Nigeria, want die zijn niet typerend voor mijn land. In de hele wereld bestaan spanningen die met geloof te maken hebben.

'Natuurlijk kunnen wij als voetballers een voorbeeld geven van saamhorigheid, want ík wil niet dat christenen en moslims met elkaar vechten. Dat standpunt probeer ik uit te dragen. Ik wil dat ze van elkaar houden, zoals dat hoort te zijn. De onlusten, in welk land dan ook, maken mij diep ongelukkig.'

Oliseh: 'Overdrijf de problemen in het noorden niet. In Nigeria wonen 120 miljoen mensen. De ongeregeldheden spelen zich af in een gebied met misschien vijf miljoen mensen.'

Stervoetballer Nwankwo Kanu, christen: 'Wij zijn ons bewust van de verbroederende rol van sport. Het is al zo dijwijls gebeurd dat mensen van welke gezindte dan ook met elkaar naar wedstrijden van ons keken. Ze hadden plezier en vergaten de verschillen, al was het dan soms maar voor korte tijd.'

Zo speelt het geloof in vrijwel elke ploeg die meedoet aan de Afrika Cup een rol. De Noord-Afrikanen zijn moslim, hoewel de een zich strenger aan de regels van de Koran houdt dan de ander. In de landen bezuiden de Sahara is meer variatie in de geloofsbeleving.

Bidden vormt daarin een onlosmakelijk onderdeel van de toernooibeleving. Doelman Hans Vonk van Zuid-Afrika, in het dagelijks leven werknemer van Heerenveen: 'Wij bidden voor de wedstrijd in de kleedkamer. De aanvoerder neemt het voortouw. Hij vraagt of iedereen gezond uit de strijd komt. Ik doe in Nederland niet veel met mijn katholieke geloof, maar op zulke momenten pas ik me aan. Ik kan niet als enige buiten gaan staan en zeggen dat ik niet meedoe.'

Voor wedstrijden in Zuid-Afrika komen altijd priesters in het trainingskamp. Voor of na een sessie kan de speler die dat wil gebruik maken van de diensten van de geestelijke. Het blijkt dat die behoefde bij de donkere spelers groter is dan bij de blanken.

En dan wordt het Afrikaanse voetbal als vanouds nog gekleurd door allerlei vormen van bijgeloof, tovenarij en zwarte magie, hoewel de invloed is afgenomen. De meeste spelers voetballen in Europa en hebben een deel van de (nuchtere) Europese mores overgenomen. De begeleiders van de Zuid-Afrikaanse ploeg gooien voor een wedstrijd echter nog altijd zout op het veld. Zout heeft een reinigende werking en moet boze geesten verdrijven.

Maar een verhaal over bijgeloof is uiteraard weer een heel ander verhaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden