Bidden in de voetbalkooi

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De gebedskleedjes zijn meegebracht van huis, in een tas van Albert Heijn of Jumbo. Misschien hebben sommigen ook hun djellaba in die tassen meegebracht, en ze pas bij het Attleeplantsoen aangetrokken om niet te veel opzien te baren. Bij de ingang ontsmet iedereen zijn handen, om daarna door een suppoost met een oranje hesje over zijn djellaba naar een eigen coronavrij stukje gras verwezen te worden.

In het plantsoen, bij de Sayidina Ibrahim-moskee in de Utrechtse wijk Kanaleneiland, was ruimte gemaakt voor 960 gebedskleedjes, keurig op anderhalve meter afstand van elkaar, maar dat bleek niet genoeg. Toen het gras vol was, moesten er extra plaatsen worden gemaakt. Elk stukje van het terrein werd erbij getrokken inclusief de getraliede voetbalkooi, tot uiteindelijk 1.100 moslims een plekje hadden gevonden en het gebed kon beginnen.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

In heel Nederland vierden honderdduizenden moslims vrijdag en zaterdag Eid al-Adha, het ‘offerfeest’, en daarbij hoorde een gezamenlijk gebed. Veel moskeeën waren gesloten, omdat ze te klein waren om bij grote toeloop de anderhalvemeterregel te handhaven, en andere waren voorzichtig. Daarom werd het gebed naar buiten verplaatst, naar voetbalvelden, parkeerterreinen, parken en grasvelden.

Eid al-Adha is (met Eid al-Fitr, het Suikerfeest) een van de grote religieuze feestdagen van de islam. Herdacht wordt het offer van Ibrahim. Ibrahim (Abraham in de Bijbel) was in opdracht van God op weg om zijn zoon Ismael te gaan offeren. Hij nam de jongen mee de woestijn in en toen God zag dat het Ibrahim menens was zei hij (via een engel) dat het genoeg was. Ismael mocht blijven leven, als Ibrahim in plaats daarvan dan wel een lam zou offeren.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De dood van het lam komt als een enorme opluchting – beter een lam dan je eigen kind – en die opluchting wordt elk jaar gevierd op Eid al-Adha. Over de hele wereld worden die dag schapen, geiten en runderen geslacht. Vlees wordt aan de armen gegeven, of opgegeten in een feestmaal. Dit jaar is dat slachten niet meer helemaal zo vanzelfsprekend. Nu er geen feestmalen zijn uit angst voor besmetting, geven moslims het geld dat ze anders uitgeven aan een lam nu vaak aan arme landen. Veel moskeeën in Nederland raden dat hun gelovigen sterk aan.

Geslacht wordt er desondanks nog wel, al is het dus minder dan andere jaren. De Nederlandse benaming ‘offerfeest’ verwijst ook vooral naar die slacht, die net als in Ibrahims tijd nog altijd gebeurt met een mes waarmee de keel van het dier wordt doorgesneden. Dat is elk jaar weer koren op de molen van critici op de sociale media, waar elk feest wordt aangegrepen om tekeer te gaan over het ‘pijnvol dood laten bloeden’ van ‘onschuldige dieren’, gekoppeld aan de positie van vrouwen en islamknuffelende politici en media.

Het internet kent geen genade. Daarom willen veel bezoekers in Utrecht liever niet herkenbaar worden gefotografeerd. Ze nemen hun toegewezen plekje in en mijden onderling contact. Het plantsoen oogt daardoor vol maar tegelijk ook niet, als een schaakspel waarin de gelovigen zijn neergezet op velden van anderhalve meter.

Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden