'BHV' zit alleen politici dwars

Brussel-Halle-Vilvoorde is de nachtmerrie van de Belgische verkiezingen. De inwoners begroeten elkaar gewoon met ‘goedemorgen’ of ‘bonjour’...

WEZEMBEEK-OPPEM Moet het Nederlandstalige gemeenteschooltje sluiten omdat het niet goed functioneert, of omdat het Nederlandstalig is? Kregen alle leden van een Franstalige sportvereniging een parkeerboete omdat ze hun auto fout parkeerden, of omdat ze Franstalig zijn? Leren Franstaligen in Vlaanderen geen Nederlands omdat zij Vlaanderen minachten, of omdat de Vlamingen hen pesten?

Welkom in Wezenbeek-Oppem: een van de 35 Vlaamse gemeenten van Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV), de befaamde kieskring die de Belgische politiek al drie jaar verlamt en aanstaande zondag het hoofdthema van de verkiezingen vormt. Een gemeente die in Vlaanderen ligt, maar naar schatting 60 procent Franstaligen telt. Een gemeente, waar op eenvoudige vragen nooit eenvoudige antwoorden komen.

Hier komen op alle vragen twee antwoorden. Neem de vraag: wat is Wezembeek-Oppem? Antwoord van een Vlaming: een Vlaamse gemeente, die verfranst doordat de Franstalige nieuwkomers niet willen integreren. Antwoord van een Franstalige: een gemeente met zoveel Franstaligen dat ze speciale rechten (‘faciliteiten’) hebben, die de Vlamingen echter niet respecteren.

De meeste inwoners van Wezembeek liggen er niet wakker van. Ook al heeft de gehele Belgische politiek het over BHV, zij trekken zich er niets van aan. De Vlamingen en Franstaligen leven hier prima samen, zeggen ze. Veel contact is er niet, maar iedereen zegt vriendelijk ‘goedemorgen’ en ‘bonjour’. ‘Het zijn de politici die er een probleem van maken, niet de gewone mensen.’

Frustratie
Maar langzaam neemt de frustratie wel toe, vooral in het verenigingsleven. ‘Vlaamse verenigingen krijgen hier totaal geen ondersteuning van het gemeentebestuur’, zegt Jolijn Bosseloo. ‘Wij moeten alles zelf doen, terwijl Franstalige verenigingen allerlei mooie voorzieningen krijgen.’

Jolijn (25) is hoofdleidster van de Chiro, de Nederlandstalige jeugdbeweging in Wezembeek-Oppem (Franstalige kinderen gaan naar de Scouts). Ze staat tussen een dertigtal kinderen, die tikkertje spelen op een grasveld. Ernaast staat een grote overdekte speelhal: Chiro ontbreekt het op het eerste gezicht aan niets.

‘Maar dit is allemaal privé-eigendom, geen gemeente-infrastructuur’, zegt Jolijn. ‘Onlangs moest er een nieuw dak op de speelhal, dat hebben we volledig zelf moeten doen. De gemeente helpt ons niet. Willen we een gemeentelijk gebouw gebruiken, dan kan dat nooit. Terwijl de Franstalige verenigingen de mooiste gebouwen mogen gebruiken.’

Door alle tegenwerking is Jolijn harder geworden, zegt ze. Tegenwoordig staat ze er in winkels en restaurants op om in het Nederlands bediend te worden. Naar de plaatselijke kapster, die geen Nederlands kent, gaat ze niet meer. ‘Ik ben al tevreden als er een beetje moeite wordt gedaan om Nederlands te spreken, maar zelfs dat minimum gebeurt niet.’

Provocaties
‘Ja, natuurlijk zijn de contacten van het gemeentebestuur met de Franstalige verenigingen beter dan met de Vlaamse. Als je geagresseerd wordt, wat moet je dan doen?’ Nicole Geerseau-Desmet (66), wethouder voor sociale zaken van Wezembeek-Oppem, kent de klachten van de Vlaamse verenigingen, maar volgens haar ligt de schuld bij de Vlamingen zelf. ‘Zij zijn begonnen met provocaties. Als de Vlamingen onze rechten niet geschonden hadden, zouden we meer geneigd zijn tot samenwerking.’

De Franstalige wethouder – die vlot Nederlands spreekt, zij het met een accent – zit al 27 jaar in de politiek. Ze begon heel gematigd, maar schoof langzaam op. Sinds drie jaar hoort ze bij het FDF, een radicale Franstalige partij. ‘Dat is het resultaat van de agressie van de Vlamingen.’

Net als veel Franstaligen voelt Geerseau zich aangevallen door een besluit van de Vlaamse regering, midden jaren negentig, om de Franstalige rechten (‘faciliteiten’) in te perken. Volgens de Vlaamse regering werden de ‘faciliteiten’ te ruimhartig toegepast, waardoor de Franstaligen, in plaats van te integreren, steeds meer rechten opeisten.

Pesterijen
Sinds dat Vlaamse besluit mag de gemeente Wezenbeek-Oppem overheidsdocumenten niet meer automatisch, maar enkel op aanvraag in het Frans verstrekken. ‘Onlangs werd er een oproep aan vrouwen rondgestuurd om borstkankeronderzoek te laten doen’, zegt Geerseau. ‘Enkel in het Nederlands, met onderaan één onopvallend zinnetje dat men die brief ook in het Frans kon aanvragen. Dat is spelen met de gezondheid van mensen. Het zijn pesterijen, omdat de Vlamingen vinden dat dit Vlaamse bodem is en moet blijven.’

Wie gelijk of ongelijk heeft, weet niemand nog. Maar het vertrouwen tussen de twee groepen is zoek, en dat heeft steeds meer een invloed op het dagelijks leven. Franstalige jongeren willen uit frustratie geen Nederlands meer leren, Nederlandstalige jongeren weigeren nog Frans te spreken. Tweetalige wegwijzers worden beklad, en tweetalige evenementen geboycot. Als een Nederlandstalig schooltje wordt gesloten of Franstalige automobilisten een parkeerboete krijgen, wordt gespeculeerd over de ‘ware’ reden daarachter. Elk akkefietje krijgt een etnische lading.

Maar er zijn ook uitzonderingen. Steeds meer Franstalige ouders sturen hun kinderen naar een Nederlandstalige school. ‘Wij kiezen het beste van twee werelden’, zeggen Sandrine Wuiot (38) en Alex Wagner (40). Beiden zijn Franstalig en hebben op latere leeftijd Nederlands geleerd. Hun drie kinderen gaan naar een Nederlandstalige school, zodat ze perfect tweetalig kunnen worden.

‘We zijn hier vlakbij Brussel, je moet hier alle talen kunnen gebruiken’, zegt Alex. ‘Door deze talenstrijd maakt België zich compleet belachelijk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden