Bhopals kwelgeest, nooit veroordeeld, is dood

Het interview dat The New York Times in 1985 hield met Warren Anderson droop van de empathie. Vol consideratie noteerde de verslaggever hoe zwaar 's mans gemoed was, zo zwaar dat hij onrustig sliep, en niet uit eten durfde met zijn vrouw, omdat de mensen hem dan wellicht zouden kunnen betrappen op een ongepaste lach.

Warren Anderson presideerde in die dagen over het chemieconcern Union Carbide. Een half jaar voor het begripvolle interview was uit zijn pesticidefabriek in Bhopal, India, een wolk gifgas ontsnapt die aan vermoedelijk vijftienduizend mannen, vrouwen en kinderen in de belendende sloppenwijk het leven heeft gekost, en een veelvoud daarvan permanent heeft verblind. We hebben de foto's nog: de gifwolk drong wereldwijd de huiskamers in via de wonderschone World Press Photo van het jaar 1984 van de Indiase fotograaf Pablo Bartholomew. Te zien is een opgezwollen kindergezichtje dat uit de aarde steekt, de ogen die niets meer zien puilen uit de kassen. Bhopal zou de omvangrijkste indu­striële ramp uit de geschiedenis worden.

Er zijn door de jaren heen diverse pogingen ondernomen om Anderson terecht te laten staan in India, voor dood door schuld of voor mede-verantwoordelijkheid voor wrakke infrastructuur in de fabriek of voor wat dan ook, maar niettegenstaande dat zware gemoed, de onrustige dromen en de angst voor lachen in het openbaar, en niettegenstaande herhaaldelijke oproepen van het Indiase Openbaar Ministerie, heeft hij zich met medewerking van de Amerikaanse autoriteiten aan uitlevering en vervolging weten te onttrekken.

Vorige maand stierf hij, 92 jaar oud, in Florida. Zijn familie hield zijn dood stil, waardoor Amerikaanse en Indiase media er dit weekend pas lucht van kregen dat 'de man die amper bestond' en 'de kwelgeest van Bhopal' dood is, dertig jaar na de ramp. Nabestaanden reageerden zaterdag ontgoocheld: weer eentje die ertussenuit is geglipt zonder dat er recht gedaan is aan de slachtoffers. En: weer eentje die de wankelmoedige Indiase autoriteiten hebben laten gaan, teneinde het bedrijfsleven te vriend te houden. Dubbel verraad.

Union Carbide betaalde uiteindelijk een half miljard schadevergoeding (tijdens het doorgeven van deze fooi raakte een en ander zoek - drievoudig verraad), en ging daarna op in Dow Chemicals. Dow heeft altijd volgehouden dat daarmee de kous af was. Toch werden in 2010 - pas in 2010 - acht voormalige werknemers op lagere posities, allen Indiër, veroordeeld wegens nalatigheid. De Indiase rechter noemde Warren Anderson bij die gelegenheid 'een voortvluchtige', maar bij verstek veroordeeld werd hij nooit.

Nabij zijn huis in de Hamptons, het paradijsje voor Amerika's gefortuneerden, werd Warren Anderson met enige regelmaat belaagd door activisten en pers die hem aanspoorden naar India af te reizen, waar hem, zo schreef een Indiase journalist eens, 'vermoedelijk een door ratten bevolkte cel' wachtte.

In voornoemd interview uit 1985 bevestigde Anderson dat hij na het ongeluk had aangeboden af te treden 'in ruil voor een gouden handdruk', maar dat het bestuur zei: 'Jij hebt ons in deze ellende gestort, jij gaat ons eruit helpen.'

De rotzooi hopen te ontvluchten mét gouden handdruk, justitie ontlopen: dapper zijn is niet voor iedereen weggelegd.
In plaats daarvan sliep Warren Anderson onrustig in de Hamptons.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.