Bezittingen oud-vrienden Kadhafi afgepakt

Welke rijkelui staan op de lijst met personen wier eigendom wordt geconfisqueerd door het nieuwe bewind in Tripoli? 'Husni Bey??'

TRIPOLI - Het is het gesprek van de dag in menig koffiehuis in Tripoli: wie staat er op de lijst van mensen wier bezittingen worden afgenomen? Abdulrahim Breish, een 26-jarige werknemer van de Centrale Bank van Libië, beweegt zijn vinger langs de 330 namen en slaakt af en toe een verheugde kreet.


'Mokhtar Sehli, krijg nou wat!', roept hij uit. Zijn vriend Mohamed Zarroug speurt mee en wijst: 'Mostafa Zarti!' Even later heeft Breish weer een treffer: 'Kijk, nummer 77: Husni Bey!' Verbaasde blik bij zijn tafelgenoot: 'Husni Bey??'


De eerstgenoemde man, zo lichten ze toe, is eigenaar van de Aman-bank, een van de weinige particuliere banken in Libië. De tweede is een vroegere zakenpartner van Saif al-Islam, zoon van Moammar Kadhafi. Nummer drie is misschien wel de rijkste zakenman van Libië, franchisehouder van zo'n 300 buitenlandse merken en de grootste voedselimporteur van het land.


De twee vrienden hebben een kopie bemachtigd van wet no. 36 en het aanhangsel ervan dat afgelopen weekeinde officieel werd gepubliceerd, een reeks namen van 261 mensen wier bezittingen worden geconfisqueerd. Ook 69 ondernemingen staan op de lijst.


Die heeft nog niet integraal in de kranten gestaan, dus de twee jonge Libiërs genieten op het zonnige terras van Caffè Casa in de oude stad van hun café latte en panini tonijn én van het doorvlooien van de namenlijst. Die had van hen nog wel wat langer mogen zijn. Vermoedelijk wordt dat gevoel in Libië breed gedeeld.


Maar verzoening, wraak en schoon schip maken vormen een brisante mix, een half jaar na het einde van de volksopstand tegen Kadhafi. De Nationale Overgangsraad (NTC) heeft deze maand drie omstreden wetten afgekondigd - nummers 36, 37 en 38 - over schuld en boete. Kort samengevat: tegenstanders van Kadhafi gaan vrijuit, wat ze ook hebben misdaan, aanhangers van de dictator worden gemuilkorfd en kaalgeplukt.


Vooral in het buitenland worden wenkbrauwen gefronst. Hafed al-Ghwell, Libië-expert van de Wereldbank, noemt de wet over het bevriezen van tegoeden zelfs uiterst gevaarlijk. Wet 36, zegt hij op persoonlijke titel, kan het land verdelen op een moment dat verzoening nodig is. 'Als je de mensen in de richting van wraak stuurt, open je de poorten van de hel.' Ghwell - een Libiër die in 1979 het land verliet en nu op missie is in Tripoli - verwijst naar Irak, waar een grootschalige zuivering van het staatsapparaat het land in chaos stortte.


Dat familieleden van Kadhafi op de lijst prijken (de dode dictator staat zelf op nummer 1), alsmede hoge functionarissen van het regime, dat kan hij begrijpen. Maar er staan ook zakenlieden op, van wie de meesten nog gewoon in Libië wonen. 'Velen moesten wel met Kadhafi samenwerken om te overleven. En het zijn niet alleen de zakenlieden zelf, ook hun kinderen worden getroffen. Als je mensen als vijand behandelt, zullen ze zich als vijand gaan gedragen.'


De verrassendste naam op de lijst is die van Husni Bey. Hij steunde vorig jaar de rebellen financieel, maar trof zichzelf zaterdag aan in suspect gezelschap. In een interview met de website Libya Herald ventileerde hij zijn woede. 'Dit is misdadig! Ik heb onder Kadhafi 3,5 jaar gevangen gezeten. Er zijn allerlei persoonlijke belangen in het spel.'


'Prachtige wet!'

Maar heel veel gehoor vindt Bey niet. 'De meeste Libiërs zijn blij met deze wet', zeggen de twee vrienden op het terras, een inschatting die wordt gedeeld door Mohamed al-Kilani, voorzitter van de Libische Bond van Advocaten. De bond heeft vaak forse kritiek op de NTC, maar niet in dit geval. 'Wet 36 is een prachtige wet!', zegt Al-Kilani. 'Hij had alleen eerder moeten komen. Nu is het meeste geld al verdwenen. Die lui hebben het halve land geplunderd. Het zijn echte misdadigers. Zo'n man van de Wereldbank heeft makkelijk praten, hij woont hier niet.'


Veel minder te spreken is de advocatenbond, een pleitbezorger van de mensenrechten, over de twee andere wetten. Tegen beide heeft de bond bij de Libische overgangsregering bezwaar aangetekend. Wet 37 verbiedt het 'verheerlijken van de tiran' en betekent volgens de advocaten een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting. Wet 38 biedt amnestie voor alles wat opstandelingen vorig jaar hebben gedaan 'om de revolutie te beschermen'. Al-Kilani: 'Je kunt kleine vergrijpen vergeven, maar niet grote misdrijven.'


En dat zulke misdaden - marteling, willekeurige executies - uit naam van de revolutie zijn gepleegd, is wel duidelijk geworden uit rapportages van internationale mensenrechtenorganisaties. Vooral zij maken daarom bezwaar tegen de wetten 37 en 38.


Amnesty International ziet in het inperken van de vrijheid van meningsuiting een echo van de 'draconische wetgeving' waarmee Kadhafi het land onderdrukte. Amnesty valt over de vage termen in de wet en over het strafbaar stellen van het 'beledigen' van de islam, van de staat en van het Libische volk, wat dat allemaal ook moge betekenen. Ook Human Rights Watch roept de NTC op wet 37 te schrappen.


HRW is verder zeer kritisch over wet 38. 'Je kunt geen algehele amnestie geven voor internationale misdrijven', zegt Hanan Salah, Libië-onderzoekster van de organisatie. 'Dit is een zeer, zeer gevaarlijke situatie. Je creëert ongelijkheid voor de wet.' Rebellen die hebben gemarteld en gemoord gaan vrijuit, vreest HRW, vermeende aanhangers van Kadhafi worden gestraft zonder proces.


Maar wordt de soep zo heet gegeten? Westerse diplomaten die afgelopen week met de Nationale Overgangsraad spraken en bezwaar aantekenden tegen wet 38, keerden gerustgesteld terug. 'De intentie is niet zo kwalijk als het lijkt', zegt een van hen. 'Ze bezworen ons dat het gaat om zaken als autodiefstal en dat de ernstigste misdrijven niet onder de amnestie vallen. Ze leken oprecht.'


Maatregelen doorgejast

De vraag blijft: waarom worden deze vergaande maatregelen er opeens doorgejast? Over vier weken kiezen de Libiërs een nationale assemblee. Het zou logischer zijn de regering die kort daarna aantreedt te laten beslissen over vergeving en straf in het nieuwe Libië. De Nationale Overgangsraad is vaak bekritiseerd om zijn gebrek aan daadkracht, maar zet nu wel een controversieel stempel op de toekomst.


'Deze wetten vallen buiten het mandaat van de NTC', zegt onderzoekster Claudia Gazzini van de International Crisis Group. 'Wat als de assemblee straks meer verzoening wil? Kan het nog worden teruggedraaid?'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden