Bezield dorp in de duinen

Harlingen, Kalenberg of Neerlangbroek, dat kan natuurlijk ook, maar de ware biotoop van een dichter is toch een kunstenaarsdorp als Laren, Blaricum of Bergen....

Bijkomend voordeel is dat de bevolking er gewend is aan artistieke types die op blote voeten lopen, hun tuintje laten verwilderen en de rekening van de drankboer niet kunnen betalen. En als de dichters dood zijn, kun je ze in brons gieten en op het dorpsplein zetten; de plaatselijke VVV organiseert de literaire wandelingen.

Bergen heeft als kunstenaarsdorp alles mee. Het is een schilderachtig plaatsje met mooie oude boerderijen, het ligt in het mooiste duingebied van Noord-Holland, en de zee, o die zee, eeuwig murmelende inspiratiebron, ligt binnen handbereik.

De zee waaruit Roland Holst de fluisteringen van de zielen uit het Elysium doorkreeg, waarna hij zijn beste bundel, Een winter aan zee, schreef. De zee die buldert, proest en verzwelgt in Herman Gorters Verzen, de duinen waarin hij Balder de kleine Mei achterna liet zitten en die het decor zijn van Nathan Sid en Indische duinen, waarin Adriaan van Dis zijn zielige jeugd verwerkte.

Maar ook dichters die minder zeewind door hun poëzie lieten blazen, woonden er of verbleven er vaak: Lucebert, Gerrit Kouwenaar, Neeltje Maria Min. E. du Perron stierf er in mei 1940 aan een hartaanval, in de armen van Holst. J.C. Bloem kwam vaak in Bergen; het paradijselijke oord ontlokte de melancholicus voor wie het altijd november was de verzuchting: 'Hier scheen de macht van 't onheil te vergaan,/ Eén ogenblik. Hier scheen 't geluk bereikbaar.'

Aan die serene dichtregels ontleenden de samenstellers van de bundel schrijversportretten Hier scheen 't geluk bereikbaar - Schrijvers over Bergen - Van Gorter tot Van Dis (Conserve; fl 34,95), Marianne van Gils, Sjoerd Kuyper en Michael Valeton, de titel van een boekje met bijdragen van dertien auteurs over hun favoriete Bergense schrijver of dichter. De bundel is een aanvulling op de geschiedenis van het literaire leven in het dorp die Willem van Toorn in 1988 in Er moeten nogal wat halve-garen wonen vastlegde.

Het is een leuk boek geworden. Lieneke Frerichs schreef een sfeervol stuk over Gorter die zich jaarlijks terugtrok in De Verbrande Pan, A.L. Sötemann vertelt over de spelende jongetjes David en Gerrit Kouwenaar, Elly de Waard haalt herinneringen op aan haar overleden geliefde Chris J. van Geel, wiens mooie huis er in vlammen opging, Mischa de Vreede schrijft over Lucebert, met wie ze correspondeerde en spreekt met zijn weduwe Tony Swaansdijk.

Praatgrage Adriaan van Dis bezoekt zijn zwijgzame dorpsgenote Neeltje Maria Min en wandelt met Mins man Mauk Dolleman in de duinen. Jan van der Vegt laat een echo horen uit zijn biografie van de beroemdste Bergenaar 'Jany' Holst. De 'literaire routes' ontbreken niet. Voor wie de dichterlijke verbeelding nog tekortschiet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden