Bezemwagen van Silicon Valley

In het computerwalhalla van de VS kun je snel stijgen, maar ook snel vallen. Er zijn zelfs zwervers. Een kwart van deze 'verdwaalde schapen' heeft een fulltime baan....

'GELD IS het schoolrapport van het leven', mag W. Jerry Sanders graag zeggen. Maar ja, hij is dan ook de oprichter van microprocessorfabriek Advanced Micro Devices en een van de rijkste mannen van Silicon Valley. Sanders kan zich makkelijk twee Rolls Royce-cabriolets veroorloven - een zwarte in San Francisco en een witte bij zijn buiten op het strand van Malibu, 'zodat ik meteen weet waar ik ben'.

Als geld inderdaad de maatstaf is, hebben de passagiers van lijn 22, die 's avonds door Silicon Valley kruipt, allemaal een slecht cijfer op hun rapport gekregen. Uitgeblust hangen ze op de lichtblauwe banken, knock-out van het werken en bijna allemaal ietwat sjofel gekleed.

'Mijn klanten zijn inderdaad niet de rijksten hier', zegt buschauffeur Matt Schultz. 'In Amerika rijden de rijken niet met de bus, en zeker niet hier in Silicon Valley, waar het goud voor het oprapen schijnt te liggen. Ik vervoer alleen maar de onderlaag van de samenleving en breng mijn klanten terug naar waar ze vandaan komen: de slechtste wijken van San Jose.'

'Zo slecht is mijn wijk nou ook weer niet', protesteert Larry Gunter, die met zijn zware lijf het bankje net achter de chauffeur vult. 'Met de misdaad valt het best mee, bij ons in Little Mexico.' Gekwetst voelt Gunter zich niet; hij rijdt al jaren iedere avond met Schultz mee, na het werk.

San Jose ligt in het zuiden, aan de arme kant van Silicon Valley, de vallei waar het geld uit de aarde lijkt te komen, als je tenminste vindingrijk bent en wat geluk hebt. Palo Alto, het beginpunt van lijn 22, is het rijke hart van Silicon Valley, een plaats waar de 'grootste schepping van kapitaal uit de geschiedenis van de mensheid', zoals de internetgeschiedschrijvers de dotcom boom van de jaren negentig enthousiast noemden, nog wel degelijk voelbaar is.

In de shopping mall vlak bij de uitgestrekte campus van Stanford, de universiteit die de bodem legde voor de technologische revolutie in de vallei, stapt het strakgeklede publiek - anders dan in San Jose wordt ieder overtollig kilootje hier weggetraind of chirurgisch verwijderd - zorgeloos rond tussen de winkels. Geen gebrek aan klanten ook bij Neiman Marcus, het warenhuis voor de rijken waar je juwelen kunt kopen, of boys toys: een mini-wijnkelder voor het kantoor of een modieuze opklapbrommer met de treffende naam ego vehicle.

Een paar kilometer verderop begint Woodside, het Wassenaar van Silicon Valley, maar dan wat grootser en ambitieuzer opgezet. Hier liggen de villa's van de dotcom-miljonairs en -miljardairs verscholen tussen de groenbeboste heuvels. Er strijkt een adembenemend oranjegouden licht over de landgoederen, alsof de hemel het nodig vindt de gelukkige goudzoekers van het hightech tijdperk nog eens te zegenen.

Tussen deze heuvels onder San Francisco heeft Larry Ellison, de baas van het softwarebedrijf Oracle, voor ruim veertig miljoen dollar - volgens sommigen was het zelfs tachtig miljoen - een replica van een Japans paleis laten optrekken. Overal zie je paarden grazen, het favoriete vervoermiddel van de elite in haar vrije tijd. Nergens zie je zoveel Bentleys, ruim uitgevallen Hummers en peperdure sportwagens voorbijkomen.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof er niets is gebeurd, alsof de dotcom bubble - de zeepbel van de 'internet boom' - niet is gebarsten en Silicon Valley nog steeds de plaats is waar, net als op het hoogtepunt van de boom, iedere dag zestig inwoners van de vallei als kersverse miljonairs wakker werden. Wie in die tijd op zijn dertigste nog geen miljonair was, gold in Palo Alto als een mislukkeling, iemand die onherroepelijk op weg was naar de vuilnisbelt van de internet-revolutie.

Maar door het barsten van de 'dotcom zeepbel' zijn er veel meer mensen dan verwacht op de vuilnisbelt van Silicon Valley terechtgekomen. Omdat de inwoners van de Valley altijd met de toekomst bezig zijn, vergeten ze de geschiedenis kennelijk. Lang voordat de Santa Clara Valley werd vernoemd naar het materiaal waaruit halfgeleiders werden gemaakt, waren San Francisco en de vallei het toneel van de gold rush. Honderdduizenden mensen stroomden in 1848 en 1849 het gebied binnen op zoek naar goud. Maar voor de meesten eindigde het avontuur in een fiasco. Het goud was sneller op dan zij hadden verwacht.

Net als de gold rush trok de dotcom boom ook honderdduizenden gelukszoekers aan. Tussen 1996 en 2000 vestigden zich 200 duizend nieuwkomers in de Bay Area, het gebied dat San Francisco, Oakland en Silicon Valley omvat. Maar nu het 'dotcom-goud' op is, trekken deze moderne gelukszoekers langzamerhand ook weg.

De eersten waren de buitenlandse softwarespecialisten die de hightech bedrijven in Silicon Valley hadden aangetrokken, vooral uit India. 'Veel van mijn collega's uit India moesten meteen terug nadat zij op straat kwamen te staan. Wij zijn hier op een H1-B visum dat automatisch afloopt als je contract wordt opgezegd', zegt Satya, een jonge software-ontwerper uit Hyderabad, die aan boord van lijn 22 terugkeert naar de goedkope woonwijk waar hij een appartement deelt met een aantal collega's.

'Het leven in Silicon Valley is ongelooflijk duur. Het is dat ik het appartement deel en bijna niets uitgeef, anders zou ik eigenlijk terug moeten naar India. Maar hoe lang ik mijn baan kan houden, valt nog te bezien.'

De afgelopen jaren zijn honderden dotcom-bedrijven failliet gegaan; veel bedrijven waren op papier miljoenen of zelfs miljarden waard, hoewel ze nog nooit een cent winst hadden gemaakt. In twee jaar is Silicon Valley 88 duizend banen kwijtgeraakt; zelfs gerenommeerde bedrijven als AMD en Sun Microsystems moesten mensen ontslaan. De werkloosheid is van bijna nihil gestegen naar ongeveer 7 procent, ruim boven het landelijk gemiddelde.

Chauffeur Matt Schultz heeft de neergang van dag tot dag kunnen volgen. Sinds een paar jaar heeft hij 's nachts mensen aan boord die plotseling op straat zijn gezet of opeens zoveel minder zijn gaan verdienen dat zij hun huis niet meer kunnen betalen. 'Sommigen hebben een fulltime baan, maar kunnen de huur niet meer opbrengen en betalen liever vier dollar voor een dagpas, zodat ze hier bij mij in de bus kunnen slapen', zegt hij.

Volgens gegevens van hulporganisaties heeft ruim een kwart van de daklozen in Silicon Valley een fulltime baan. Het probleem is dat de huizen hier zo schrikbarend duur zijn, dat gewone werknemers die zich niet kunnen veroorloven. De gemiddelde huizenprijs is hier 414 duizend dollar, bijna drie keer zoveel als het gemiddelde in de Verenigde Staten.

Matts bus staat nu bekend als 'Hotel 22' of het 'rijdende hotel'. Iedere avond neemt hij een lading daklozen aan boord op zijn trage route door Silicon Valley: 158 haltes over bijna honderd kilometer, heen en weer een rit van bijna vier uur. De daklozen zijn vanavond meest zwervers. 'Het leger heeft net een paar opvangcentra geopend, dus daar zijn de meeste mensen die een baan hebben heen.'

Schultz kan het zich ook niet veroorloven om in Silicon Valley te wonen. 'Ik verdien vijftigduizend dollar per jaar, slechts twee loonstrookjes verwijderd van dakloosheid', zegt hij. Na vier jaar op een houtje bijten in een mobile home, een sta-caravan, heeft hij een huis kunnen kopen in Gilroy, tachtig kilometer verderop, een stadje dat bekendstaat als de 'knoflook-hoofdstad van de wereld', waar het overal naar knoflook ruikt en zelfs knoflook-ijs te koop schijnt te zijn.

'Een heleboel geld in Silicon Valley was Monopoly-geld, pure fantasie', stelt Larry Gunter gelaten vast vanaf zijn vaste bankje voorin de bus. 'Veel bedrijven hadden in werkelijkheid niets te verkopen.'

'Ja, het is net als dat bedrijfje dat via het internet koperen emblemen met de grootste Amerikaanse president verkocht voor tien dollar per stuk', valt een andere passagier hem bij. 'De mensen die erop in gingen, kregen een dollarcent terug, met de kop van Lincoln. Niets gelogen.'

Tegenover de bushalte in Menlo Park staan vrijwilligers in de duisternis soep uit te delen aan een groepje daklozen. 'Ik dank u voor Joyce. Dank u voor haar. She is so real', bidt een van de vrijwilligers, terwijl de daklozen braaf hand in hand in een kring staan. 'Wij bidden voor John', gaat hij verder. 'Wij bidden voor John, omdat hij morgen naar een sollicitatiegesprek gaat.'

Voor Lewis Garcia, een jonge architect die anderhalf jaar geleden in Silicon Valley is komen wonen, is voedsel uitdelen aan de daklozen een soort boetedoening voor zijn werk voor de dotcom-rijken. 'Ik heb er moeite mee om alleen huizen te bouwen voor de rijken, vaak mensen die bijna niets hebben gedaan maar van de ene op de andere dag miljonair zijn geworden', legt hij uit. 'Jongens van 30 jaar die een garage voor zes auto's willen en een zwembad met een waterval, zoals voor de ijsberen in de dierentuin. Daarom doe ik dit werk, om geestelijk gezond te blijven.'

Matt Schultz laat de verdwaalde schapen van Silicon Valley als een herder binnen in zijn bus. Als een van hen net niet genoeg geld heeft om het kaartje te betalen, kijkt hij diplomatiek de andere kant op. Een paar haltes verder staat een man in een rolstoel op de bus te wachten. 'Kom je nog spuiten?', vraagt hij. 'Volgend weekeinde', belooft Schultz. Zijn invalide kennis heeft met zijn rolstoel een krasje op een dure sportwagen gemaakt. 'Hij is altijd veel te onvoorzichtig en nu moet hij 250 dollar betalen, tenzij ik de auto spuit.'

'Maak je geen zorgen, ik kom heus wel', roept hij tegen de man, waarna hij zijn bus, de bezemwagen van Silicon Valley, verder de nacht in stuurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden