BEWTH wekt marmer in museum tot leven

DANS..

Met een charmante glimlach om de lippen zwiert de speler Carol Schade achter een fragiel beeldje van een danseresje aan. Dat hij het beeldje op een rollende sokkel duwt zou je bijna ontgaan, zo overtuigend weet hij te suggereren dat het danseresje hem sleept.

Even later schuift speelster Klaske Bruinsma met voldaan gezicht modellen van Charlotte van Pallandts 'Wilhelmina' en Andriessens 'Dokwerker' pal tegenover elkaar. Oog in oog met elkaar staan ze daar, deze historische symbolen van onverzettelijkheid. Aan hen is het laatste woord in deze voorstelling in het Museum Beelden aan Zee heeft.

Meestal is het de architectuur van een uitgekozen gebouw - een kerk, pakhuis, watertoren - die de spelers van de groep BEWTH aan een onderzoek onderwerpen. Door bewegend de specifieke kwaliteiten van zo'n gebouw bloot te leggen: diepte of hoogte, lichtinval en akoestiek. Of door in te spelen op de historie of de (voormalige) functie van zo gebouw.

Dat zijn tamelijk prozaïsche zaken, zou je zeggen. Toch slaagt BEWTH er altijd in een sfeer van geheimzinnigheid te creëren. Die sfeer is soms ronduit plechtig van toon, maar ook wel licht en speels. Zeg maar ludiek, want dat is de term die nog steeds het best past bij deze groep die zijn theateractiviteiten aanving in het jaar 1967.

In Beelden aan Zee is het echter niet zozeer het gebouw van architect Wim Quist dat de verbeelding uitdaagt alswel wat tussen het graniet en beton in staat: de beelden rond het thema mens.

Enkele zalen heeft regisseur Ben Zwaal als gastconservator ingericht. Het spel is met en tussen die beelden. Zo staat gastspeler Pauline Daniëls als het danseresje van Degas: met de benen in een uitgedraaide vierde positie en de armen achter de rug. De grap is dat dit beroemde beeldje hier nu juist niet staat, maar in Rotterdam. Eenmaal bevrijd uit deze positie rent Daniëls rondjes.

De voorstelling schiet vaker van pure anekdotiek naar een hoge graad van abstractie. Dat is waarschijnlijk ingegeven door de beeldencollectie waaronder zich zowel traditionele bustes als abstracte plastieken bevinden.

Het startpunt vormen de semi-abstracte sculpturen van Jan Meefout. Met een blik die tegelijkertijd diepzinnigheid en verwondering uitdrukt, rolt Schade een liggend naakt van Meefout uit het intiemste deel van het museum, een ruimte die door de kruisgewelven aan een kerkje doet denken. Anat Geiger vlijt vervolgens haar machtige zitvlak tegen de sculptuur aan en blaast sensueel haar adem uit over het liggend naakt, alsof ze het marmer tot leven wil wekken.

Bij het op allerlei manieren manipuleren van de beelden ontstaan soms surrealistische taferelen die overtuigen. Dat komt mede door de sfeervolle compositie van Leonard van Goudoever die trompettist Hendrik Jan Houtsma live speelt.

Soms daarentegen werken de opgeroepen taferelen ook niet. Daarbij gaan de beproefde BEWTH-stijlmiddelden - het dragen van vierkante schermen of het versnelde lopen - verlammend werken. En stolt bij gebrek aan dynamiek in de voorstelling als geheel de BEWTH-magie tot een fraaie - dat wel - fossiel uit de oertijd van het bewegingstheater.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden