reportageUtrechtse Heuvelrug

Bewoners vakantiepark De Ossenberg worden eruit gezet: ‘Als ik hier niet meer kan wonen, ga ik liever dood’

Jan Kaper veegt zijn stoep schoon in recreatiepark De Ossenberg. Beeld Marcel van den Bergh

Bij de vaste bewoners van recreatiepark De Ossenberg zit de schrik er in. Permanente bewoning mag niet meer van de gemeente, maar velen zien geen alternatief. ‘Je voelt je opgejaagd, terwijl je niemand kwaad doet.’

Het bosrijke gebied rond de Utrechtse Heuvelrug is een lustoord voor iedereen die de toeristische drukte landinwaarts wil ontvluchten. Ook buiten het hoogseizoen zijn de vakantieparken hier in trek. Een lang kronkelig bospad, omgeven door een oranjegroene deken van esdoornbladeren, leidt naar recreatiedorp De Ossenberg.

Het parkeerterrein voor bezoekers is voor de helft gevuld. Ook in het park staan auto’s, naast de houten kavels of kunststof huisjes van 50 tot 100 vierkante meter. Enkele recreatiewoningen beschikken over een terras of tuin, waarin op deze doordeweekse middag veelvuldig wordt getuinierd.

Beeld de Volkskrant

Op De Ossenberg staan meer dan vijfhonderd vakantiehuisjes. Ruim de helft daarvan is permanent bewoond, vooral door senioren en groepjes arbeidsmigranten. Maar er zijn ook andere bewoners: financieel of sociaal kwetsbare alleenstaanden, verscheurde gezinnen die in scheiding liggen of die net achter de rug hebben. Ze vinden in het recreatiepark een dak boven het hoofd en een arm om de schouder.

Voor bewoners van vakantieparken is een ‘echte’ woning vaak een utopie: hun laatste spaargeld hebben ze geïnvesteerd in een chalet, of ze huren een vakantiehuisje. Velen staan al jaren op de wachtlijst voor een huurwoning of appartement, maar de woningschaarste heeft ze richting het vakantiepark gedreven. 

Maar hoelang kunnen ze hier nog blijven, vragen de bewoners van De Ossenberg zich af. Wil van Zon (73) trof haar huilende buurvrouw aan de deur, omdat een collega die even verderop woont een brief van de gemeente had ontvangen: ze moet binnen een jaar vertrekken. Van Zon vreest dat ruim tweehonderd vaste bewoners hetzelfde boven het hoofd hangt.

Wil en Peter van Zon voor hun huisje op het recreatiepark. Beeld Marcel van den Bergh

De gemeente viel onlangs binnen bij de Bonte Vlucht, en ook de andere 27 recreatieparken in de Utrechtse Heuvelrug kunnen onaangekondigde controles verwachten. ‘Deze parken liggen midden in een natuurgebied. Daarom is permanent wonen ongewenst en gaan we daar systematisch op controleren’, zegt wethouder Rob Jorg. De parken moeten volgens gemeente en kabinet terug naar waarvoor ze bedoeld zijn: toeristische recreatie.

‘Het energiegebruik en de uitstoot van auto’s schaden de natuur. Ook is de kwaliteit van wonen onvoldoende en merken we bij sommige parken dat sociaal zwakkeren elkaar opzoeken en dat hun situatie daardoor niet verbetert. Bovendien kunnen criminelen er onder de radar van politie en justitie blijven’, aldus Jorg.

De gemeente gedoogde het permanent bewonen lange tijd, maar werkt nu aan een nieuw bestemmingsplan waarmee strenger zal worden gehandhaafd. Recreanten mogen niet langer dan acht maanden op de parken wonen. Vakantieparkbewoners kunnen er alleen blijven als ze voor 2003 al op die plek woonden. Deze ‘ervaren’ bewoners komen in aanmerking voor een persoonlijke gedoogverklaring, waarmee ze in het huisje kunnen blijven wonen tot ze overlijden of verhuizen. 

‘Alle recreanten die er na 2003 zijn gaan wonen, verzoeken we een andere woonsituatie te vinden’, zegt Jorg. ‘De sociaal schrijnende gevallen bieden we begeleiding aan, maar ze zullen toch op zoek moeten naar een ander plekje.’

Beeld Marcel van den Bergh

Kabinet

Het tegengaan van permanente bewoning op vakantieparken door gemeenten gebeurt op instigatie van het kabinet. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) trok vorig jaar 2 miljoen euro uit om de vakantieparken op te knappen en permanente bewoning tegen te gaan. Uit onderzoek in opdracht van Ollongren blijkt dat in Nederland zo’n 55 duizend mensen permanent op een vakantiepark wonen.

Een van hen is de 53-jarige Louise, die sinds anderhalf jaar met haar zoon van 22 jaar op De Ossenberg verblijft. Ze zegt bij haar gewelddadige ex-partner te zijn weggevlucht en durft uit angst voor represailles niet met haar achternaam in de krant. ‘Drie dagen voor we gingen trouwen, kwam ik erachter dat hij prostituees bezocht. Hij bleek ook hiv te hebben’, zegt ze. ‘Ik wilde bij hem weg, maar dat stond hij niet toe. Hij draaide door en dreigde me te verkrachten. Uit angst sliep ik elke avond op zolder.

‘Godzijdank belandde hij op een gegeven moment in het ziekenhuis, waardoor ik mijn spullen kon pakken en zo snel mogelijk het huis uitging. Maar wat moest ik toen? Ik heb geen geld voor een koopwoning en huurwoningen zijn ook nauwelijks te betalen.’ Ze besloot samen met haar zoon intrek te nemen in een vakantiehuisje. En nu wil ze niet meer weg.

Ze is, met veel andere bewoners, vaak te vinden bij haar buren: Wil en Peter van Zon, die al dertig jaar op De Ossenberg wonen. Het gepensioneerde echtpaar organiseert van alles: kerststukjes knutselen, nestkastjes timmeren, kookavonden, tuiniermiddagen en ontmoetingsbijeenkomsten voor nieuwe bewoners. Van Zon beschrijft het vakantiepark als een hecht dorp, met een eigen gemeenschap waarbinnen solidariteit en sociale controle heersen. Zo hebben jonge bewoners een taxidienst voor ouderen opgetuigd, die ze van het park naar ziekenhuis, markt of winkel brengt.

Onlangs belde een dementerende bewoner het echtpaar in totale paniek op, omdat ze haar auto niet kon terugvinden. ‘Binnen een paar minuten melden bewoners zich voor een zoektocht’, zegt Wil van Zon. Maar de gemoedelijke sfeer maakt langzaam plaats voor angst. Ze leest een net binnengekomen reactie op de Facebook-pagina van het vakantiedorp voor: ‘Je voelt je opgejaagd, terwijl je niemand kwaad doet. Ook van het vorige park zijn we afgestuurd, maar woningen zijn er niet.’

Chalet

Janny Vile (81 jaar) woont al 22 jaar op de Ossenberg. Ze herstelde er na een hart- en herseninfarct. Ze heeft suikerziekte en moet een paar keer per week naar het ziekenhuis. ‘Ik hoef maar een bericht te sturen in onze groepsapp en ze staan met een auto voor de deur om me te brengen’, zegt Vile. ‘In de app zitten ook verpleegkundige bewoners, die me verzorgen en helpen met mijn medicijnen. Duizenden ouderen in Nederland zijn eenzaam. Ik niet.’

De laatste jaren is ze iets groter gaan wonen, nu woont ze in een chalet van 70 vierkante meter. Alles is gelijkvloers – ideaal voor iemand die slecht ter been is. ‘De bewoners nemen me eens per week mee het bos in, als het lukt om te lopen. De omgeving is zo prachtig’, zegt ze glimlachend. Haar fonkelende lichtblauwe ogen turen richting het uitgestrekte boslandschap. ‘Kijk, daar vliegt een staartmees, die heb ik al jaren niet meer gezien.’

Janny Vile: ‘Als ik hier weg moet, ga ik liever dood.’Beeld Marcel van den Bergh

De angst om te moeten vertrekken heerst het meest onder bewoners die er relatief kort wonen, zoals Hans Schrier (66), die na een scheiding een relatie kreeg met weduwe Sylvia Karskis (63). Samen hervonden ze het levensgeluk op De Ossenberg, waar ‘hun laatste spaarcentjes in het chalet zitten’. ‘Na zestien jaar gedoogbeleid komt er een nieuw bestemmingsplan en moet iedereen – plat gezegd – opeens oprotten?’, vraagt Schrier zich af.

De inwoners proberen de gemeente nog op andere gedachten te brengen. Ondertussen onderzoeken ze de mogelijkheden om iedereen zo lang mogelijk binnenboord te houden, door bijvoorbeeld de huisjes aan elkaar te verhuren. Dat biedt overigens geen soelaas, aangezien ze allemaal op hetzelfde adres wonen. 

Enkele ervaren bewoners hebben hun hoop gevestigd op de gemeentelijke gedoogverklaring. Ook Janny Vile klampt zich hieraan vast. ‘Want als ik hier weg moet, ga ik liever dood.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden