'Bewoners tegenover haven machteloos'

Klachten over stankoverlast stromen nog altijd binnen bij tankopslagbedrijf Vopak. Vorig jaar werd het bedrijf al op het matje geroepen bij de Milieudienst. Vopak neemt maatregelen, maar de oliewalm blijft.

EUROPOORT/BRIELLE - Wanneer Frans Derks (61) langs de Europoortterminal van het tankopslagbedrijf Vopak komt, is de stank van olie soms zichtbaar. 'Toen ik er laatst voorbijkwam, hing er een dikke wolk oliedamp over de weg', zegt hij. Een enkele keer is de stank zo sterk dat zijn tong ervan begint te prikken zodra hij met zijn auto in de richting van Vopak rijdt.


Zelden blijft de damp boven het Europoortterrein en de omliggende wegen hangen: komt de wind uit het zuidwesten, dan waait de stank richting Maassluis en Rozenburg; staat er een noordenwind of is het windstil, dan worden de inwoners van Brielle getroffen door de walm.


Derks is een van de inwoners van het vroegere Den Briel, amper 3 kilometer ten zuidwesten van de Vopak-terminal. Sinds 1985 woont hij in een nieuwbouwwijk aan de oostkant van het oude vestingstadje. En al die tijd heeft hij met enige regelmaat - 'zo'n 15 procent van de tijd' - last van stankoverlast door Vopak. 'We hebben hier óf de schoonste lucht óf de smerigste lucht van Nederland', stelt hij.


Uniek zijn de stankklachten van Derks allerminst. De Milieudienst Rijnmond, ook wel DCMR, kreeg in 2011 282 meldingen van door Vopak veroorzaakte stank, vooral van inwoners van Maassluis. Het jaar daarvoor stond het aantal klachten nog op 94.


Bovendien kreeg de Milieudienst vorig jaar nog eens 341 meldingen over Europoort Oost, de locatie van de Vopak-terminal. Vanwege 'andere prioriteiten' zijn deze niet onderzocht en dus niet toegewezen aan het tankopslagbedrijf, maar in het jaarlijkse meldingenverslag schrijft de Rijnmondse toezichthouder dat ook die klachten 'vrijwel zeker door de activiteiten van het bedrijf' zijn veroorzaakt. Vopak vindt het overigens oneerlijk dat de Milieudienst deze suggestie wekt.


De Milieudienst ging eind vorig jaar in gesprek met de leiding van Vopak. Eerder getroffen maatregelen, zoals koolstoffilters, bleken de stankoverlast volgens de toezichthouder onvoldoende terug te dringen.


Hoofdpijn

Daarop kwam het tankopslagbedrijf met een plan om de overlast zo snel mogelijk te verminderen. Dit plan bestaat uit verschillende onderdelen die binnen een vooraf vastgestelde termijn moeten worden gerealiseerd, zoals verbrandingsinstallaties. Slaagt Vopak er niet in de maatregelen op tijd door te voeren, dan krijgt het een wekelijkse boete van 30 duizend euro. Na de maximumboete van 300 duizend euro volgen zwaardere sancties, aldus een zegsman van de Milieudienst.


Hoewel Vopak zich volgens de toezichthouder tot dusver aan de planning houdt, is het aantal meldingen niet afgenomen. Sterker nog: in de eerste zes maanden van 2012 kwamen 289 meldingen over de Europoortterminal binnen, zeven meer dan in het gehele voorgaande jaar. Dit komt volgens Vopak onder meer door een toename van het aantal schepen dat het tankopslagbedrijf vult. En daar komen ook dit eerste half jaar nog eens 277 niet onderzochte meldingen bij, waarvan Vopak 'vermoedelijk' ook de veroorzaker is.


Ook Derks had de afgelopen maanden geregeld last van de zware aardolielucht, zegt hij. Door de stankgolven - die Brielle vooral in de avond en nacht treffen - werden hij en zijn vrouw meerdere malen met hoofdpijn wakker. In hun achtertuin zitten was dan op zijn minst 'onprettig'. 'Ik heb toen wel eens gedacht: waarom ga ik niet ergens anders wonen?'


Desondanks lijken tamelijk weinig inwoners van Maassluis zich druk te maken om de damp. 'Wanneer ik met de hond loop, ruik ik het weleens, de naftalucht', zegt Ton (77), die op een bankje op een kade in Maassluis zit. Aan de overkant van de Nieuwe Waterweg steken de bolle daken van de opslagtanks van Vopak boven het tussengelegen bos uit.


'Het is geen prettige lucht natuurlijk', vindt hij, 'maar na een uurtje is het alweer over.' Daarom dient hij eigenlijk nooit een klacht in, net zomin als zijn twee vrienden die naast hem zitten. 'Dat het hier soms kan stinken, weet je als je hier komt wonen', zegt een van hen schouderophalend.


Derks heeft er evenmin bezwaar tegen om pal naast petrochemische bedrijven te wonen, maar dan moeten ze zich wel aan de regels houden. 'Natuurlijk kunnen incidenten een keer voorkomen, maar als een bedrijf bijna dertig jaar lang voor overlast zorgt, moet er wel iets mis zijn.'


Dat veel omwonenden de overlast zo lijdzaam ondergaan, komt volgens hem doordat veel inwoners van nabijgelegen dorpen en steden hun geld verdienen met de petrochemische industrie. 'Dan ben je veel minder kritisch, net als ik in 1985', aldus de gepensioneerde Derks, die jarenlang als chemisch ingenieur voor verschillende tankopslagbedrijven in de Rotterdamse haven werkte.


De gepensioneerde chemicus heeft overigens niet het idee dat hij en andere klagers erg serieus worden genomen. 'Als bewoner ben je totaal machteloos tegen de krachten van de haven. Laatst kregen we een pamflet in de bus waarop stond: elk bedrijf heeft zijn geurtje. Denken ze echt dat we dat geloven? Die stank kunnen bedrijven heel gemakkelijk technisch oplossen, maar dat kost ze geld.'


Boudewijn Siemons, algemeen directeur van de Europoortterminal van Vopak, meent niettemin dat het bedrijf zich wel degelijk iets aantrekt van de vele klachten. 'Kijk, hier baal ik dus enorm van', zegt hij, wijzend op een grafiek met alle klachten van stankoverlast die de Milieudienst Rijnmond dit jaar over de vestiging van Vopak heeft gekregen. 'Afgelopen zondag kregen we acht klachten. Dat zijn er wel minder dan in maart en april, maar alsnog te veel.'


Dat die damp juist in maart en april van dit jaar voor zoveel overlast zorgde - 85 procent van de meldingen kwamen toen binnen - komt omdat het toen relatief warm was en er weinig wind stond. 'Maar 's nachts koelde het nog wel sterk af', aldus de 47-jarige Siemons. 'Omdat warme lucht opstijgt, bleef er een soort koude deken van lucht hangen, waar de damp niet doorheen kon. De damp die normaal gewoon opstijgt, bleef daardoor ruim drie weken als een wolk boven het gebied hangen en waaide met de wind mee.'


'Oprecht spijt'

Onmiddellijk voegt hij eraan toe dat het bij Vopak om overlast gaat en er zeker geen sprake is van een onveilige situatie. 'Als het hier onveilig zou zijn, dan had DCMR het al lang verboden', zegt hij. Na een korte stilte: 'Het liefst willen we gewoon géén klachten veroorzaken. We hebben ook oprecht spijt van de veroorzaakte overlast.'


Vanuit zijn kantoor overziet de voormalige marineofficier een deel van het opslagterrein, waar 95 tanks opslagruimte bieden aan maximaal 3,3 miljard liter aardolieproducten, zoals stookolie en diesel. Aan vier lange pieren liggen meerdere grote schepen, waaronder een kolos genaamd 'Sarah Glory' uit Panama. 'Het grootste type olietanker op aarde.'


Het vullen van die schepen en de opslagtanks veroorzaakt de oliedampen. 'Na het leegpompen van zo'n tank blijft er binnenin een damp van olieproducten achter. Vul je de opslagtank weer, dan moet die damp ergens heen en wordt deze dus via een zwanenhals de buitenlucht in gedrongen. En bij het vullen van een schip gebeurt precies hetzelfde.'


Om de stankoverlast te beperken, heeft Vopak sinds 2010 een vijftal koolstoffilters aangesloten op de opslagtanks, een investering van ongeveer 12 miljoen euro. Tijdens een ronde over het terrein laat Siemons ze zien: een soort metalen containers gevuld met koolstof, die de oliedampen van hun stank ontdoet.


Toch is de toename van de overlast niet het gevolg van het vullen van tanks, maar van het vullen van schepen, aldus de algemeen directeur. Sinds 2009 is het aantal schepen dat wordt volgepompt met de aardolieproducten bijna vervijfvoudigd, waardoor de hoeveelheid damp die vrijkomt ook fors is gestegen.


Daarom heeft Vopak sinds juli dit jaar verbrandingsinstallaties in gebruik genomen, die de oliedampen uit schepen afvangen en verbranden. 'Wat overblijft lijkt op wat er uit je uitlaat komt', aldus Siemons. Daarnaast test het opslagbedrijf of de damp uit de schepen kan worden gefilterd met aluminiumoxide, een systeem dat qua uiterlijk en werking op de koolstoffilters lijkt.


Op termijn wil Vopak een combinatie van oplossingen inzetten tegen de oliedamp. 'Het duurt nog minimaal twee jaar voordat alles werkend is', verwacht Siemons, 'want als we iets invoeren, willen we wel dat het veilig is. Tot die tijd proberen we de stank zo veel mogelijk te beperken.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden