Bewoner illegaal pension is geen zielige junk

Het beeld heeft zich de laatste jaren bij velen vastgezet. In de grote steden groeit een leger van illegale, verslaafde en psychisch uit het lood geslagen dak- en thuislozen....

HANS HORSTEN

Van onze verslaggever

Hans Horsten

ROTTERDAM

Na lezing van Onder de pannen, het maandag gepresenteerde rapport van dr J. Meloen van het Leids Instituut voor Sociaal Wetenschappelijk Onderzoek, rijst de vraag of deze voorstelling van zaken geen correctie behoeft. Meloen heeft in opdracht van de corporatie Onze Woning en de gemeente Rotterdam de zelfkant van de Rotterdamse woningmarkt in kaart gebracht.

Hoeveel personen doen regelmatig een beroep op de duistere zijde van de volkshuisvesting? Waarom vallen zij in handen van huisjesmelkers, kamerverhuurders en pensionhouders? Is het mogelijk dit aanbod uit de sfeer van de illegaliteit te halen?

De onderkomens in de clandestiene logementen zijn vaak van een beschamende kwaliteit. Het mag daarom een wonder heten dat zich niet méér calamiteiten voordoen als de brand in het Haagse pension De Vogel in 1992, waarbij elf personen omkwamen en dertien gewond raakten. Maar als het gaat om de bewoners van deze etablissementen, is het beeld genuanceerder, toont de studie van Meloen aan.

Het aantal drop-outs onder hen is aanzienlijk kleiner dan algemeen wordt aangenomen. Het betreft eerder mannen die net op of onder de armoedegrens moeten leven dan junks, zwervers of psychiatrische patiënten die tussen opvang en hulpverlening circuleren. 'Er wonen meer alcoholisten in rijtjeswoningen dan in illegale pensions', concludeert Meloen.

Het dramatische incident in De Vogel maakte in Rotterdam ook de tongen los. In deze stad leven naar schatting enkele duizenden personen in nagenoeg dezelfde omstandigheden als de slachtoffers in het Haagse verblijfslokaal.

Hoeveel het er precies zijn, maakt ook de Leidse onderzoeker in zijn studie niet duidelijk. Het gebrek aan registratie blijft een manco dat elke landelijke discussie over dit onderwerp vertroebelt. Waar de Landelijke Stichting voor Thuislozenzorg en Onderdak rept over dertigduizend daklozen in heel Nederland, noemen andere bronnen een aantal van meer dan tweehonderdduizend.

Meloen zocht het daarom in een kwalitatieve benadering en maakte een uitputtende rondgang langs zeventig bewoners, beheerders en eigenaren van pensions en andere voor de autoriteiten onzichtbare tehuizen. Hij trof daar een wereld aan waar de wetten van vraag en aanbod net zo goed gelden als in het bedrijfsleven.

'Voor een bed in een slaapzaal wordt gemiddeld tweehonderd gulden per maand betaald. Bij een kamer van drie bij vier is een huur van vierhonderd gulden heel normaal. Vaak lopen er kakkerlakken over de vloer en is er nauwelijks verwarming. Buitenstaanders vinden dit schandelijke prijzen, maar voor veel thuislozen zijn dit de bedragen die ze nog net kunnen opbrengen', aldus de Leidse onderzoeker.

Soms trof hij op zijn tocht gelegenheden aan waar een 'geleide anarchie' heerste en een hiërarchie met de oudste rechten voor de oudste huurders. Een andere keer openbaarde zich aan hem een micro-samenleving waar bewoners langdurig in pais en vree de dagen met elkaar doorbrachten. Duidelijk werd hem wel dat wie in dit circuit verzeild raakt, zelden of nooit de terugkeer naar het systeem van huisje-boompje-beestje maakt.

Toch figureren in de studie van Meloen weinig zieligheid of gebroken persoonlijkheden. Wel is er veel berusting en nuchterheid. 'Het kan iedereen overkomen is mijn overtuiging', aldus Meloen.

'In een logement trof ik een ex-ondernemer aan. Die runde een paar jaar terug nog drie bedrijven. Toen werd hij ziek, zijn zaakwaarnemer maakte er een janboel van, waardoor die drie ondernemingen failliet gingen. Vervolgens ging zijn huwelijk naar de knoppen. In kort tijdsbestek kwam hij onder het bestaansminimum. Sindsdien zwerft hij van kamer naar kamer.'

In zijn studie beveelt Meloen de corporaties aan ook de onderkant van de woningmarkt te gaan exploreren. Hij pleit onder meer voor de vestiging van corporatie-pensions in Rotterdam. Sommige van die lokaliteiten zouden moeten worden bestemd voor groepen die sociaal en psychisch in de knel zitten. Met lichte begeleiding, opvang en nazorg zouden zij naar de reguliere hulpverlening kunnen worden doorgeleid.

De andere corporatie-pensions zouden moeten concurreren met de commerciële kamerverhuur. Naar het voorbeeld van de studentenhuisvesting moeten kantoorgebouwen worden opgedeeld in kleine, maar goede wooneenheden.

De huur dient betaalbaar te zijn voor de groter wordende groep daklozen en beheerders moeten toezien op het gebruik van de corporatie-pensions. Meloen: 'Ze kunnen kostendekkend zijn, maar er moet geen winstoogmerk bijkomen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden