Bewijsdrift valt hulpclubs niet aan te rekenen

De keerzijden van de noodhulp zijn reëel en bekend. De oplossingen liggen niet voor de hand.

Beelden van huilende ontheemde kinderen moeten donateurs verleiden geld te geven voor noodhulp in landen als Haïti, Pakistan en nu Syrië. In ruil daarvoor willen die waar voor hun geld: een beeld van een vrolijk kind in een nieuw bakstenen huisje, liefst in een proper schooluniformpje. En dus verdringen de hulporganisaties elkaar in rampgebieden om hun bestaansrecht op te eisen en uit te dragen naar hun achterban.

Zie hier de catch 22- situatie waarin de internationale hulpindustrie terecht is gekomen. Donderdag uitte Femke Halsema als voorzitter van Stichting Vluchteling scherpe kritiek op de noodhulp. Kern van haar betoog is dat hulporganisaties zich in de concurrentiestrijd om de donor te veel richten op zichtbare - mediagenieke - hulp en daarbij de belangen van slachtoffers uit het oog verliezen.

Heeft Halsema een punt?

De kritiek op de hulpverlening is zeker niet nieuw. Vooral na de tsunami in 2008 in Zuidoost Azië is de roep om transparantie sterk toegenomen. Donoren willen weten of de miljoenen geschonken euro's ook daadwerkelijk hun plek van bestemming bereiken en niet in de zakken van corrupte ambtenaren verdwijnen. Donoren willen bewijs dat er huizen, scholen, bruggen en ziekenhuizen van hun geld zijn gebouwd. Tegelijkertijd groeit de algemene scepsis over het effect van noodhulp. Hoe meer een land op noodhulp leunt, hoe luier de desbetreffende regering en hoe zwakker de publieke infrastructuur, zo leert de ervaring inmiddels.

De publieke roep om verantwoording is dus gerechtvaardigd, maar draagt paradoxaal genoeg ook bij aan de negatieve spiraal waarin de hulpindustrie is geraakt. Steeds meer hulpgeld gaat op aan geldverslindende publiekscampagnes en administratieve rompslomp. In de probleemlanden leidt deze verantwoordingsdrift echter nauwelijks tot meer transparantie. Integendeel, zoals Halsema terecht opmerkt: in het veld werken de hulporganisaties niet of nauwelijks samen 'in hun concurrentiestrijd om een zo groot mogelijke taartpunt'.

Halsema legt als nieuwkomer in de hulpindustrie de vinger op de zere plek, maar wakkert met deze publieke bijdrage de sluimerende scepsis van de donateur aan. Daarmee houdt ook Halsema de vicieuze cirkel in stand, wat niet haar bedoeling kan zijn. Hulporganisaties weten als geen ander hoe afhankelijk zij zijn van hun donoren. De bewijsdrift ter plaatse valt hun daarom niet aan te rekenen. Bovendien hebben zij er geen belang bij het probleem aan de kaak te stellen.

Wat goed is voor slachtoffers is niet per se goed voor hulpverleners, stelt Linda Polman in haar kritische boek over de hulpindustrie De Crisiskaravaan, dat Halsema aanhaalt in haar betoog. In noodsituaties zijn hulporganisaties vrijwel vogelvrij. Wie na de aardbeving in 2010 besloot naar Haïti af te reizen om scholen of huizen te bouwen, kon zijn gang gaan. Zoals in veel ramp- en oorlogsgebieden is de regering in Syrië vleugellam en niet in staat hulp te coördineren, dus lopen ook daar de hulporganisaties elkaar voor de voeten. Dat maakt noodhulp zo complex.

De kritiek van Halsema zal voor veel hulpverleners een klap in het gezicht zijn, maar velen zullen het gevoel van onmacht over de tekortschietende hulp in Syrië herkennen. Een eerste bezoek aan een vluchtelingenkamp is een schokkende ervaring. Hoe goedbedoeld ook, met de oplossing toont Halsema zich een ware Alice in Wonderland in de wereld van vluchtelingenhulp.

Nederland is slechts een klein radertje in de internationale hulpindustrie. Het is een overschatting te denken dat institutionele wijzigingen in Nederland verschil maken in het dagelijks leven in een vluchtelingenkamp in Syrië. En hervorming van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) leidt alleen maar tot nog meer bureaucratie.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden