Bewijs geleverd

Een schrijver uit een klein taalgebied heeft een gigantisch succes met een werk in vertaling - week na week staat het boek, in een toegankelijker taal, bovenaan de bestsellerlijsten van, bijvoorbeeld, Duitsland, het trekt de aandacht, wordt vertaald in tientallen talen, de auteur reist de hele wereld rond om interviews...

HANNEKE DE KLERCK

De Noor Jostein Gaarder had begin jaren negentig zo'n reusachtig succes met De wereld van Sofie, een dikke (meer dan vijfhonderd pagina's) inleiding op de filosofie die was bestemd voor kinderen, maar ook door volwassenen werd verslonden. In De wereld van Sofie loodst Gaarder zijn hoofdpersoon, en met haar de lezer, door de geschiedenis van de filosofie. Hij doet dat in een raamvertelling waarin Sofie vragen krijgt van een schimmige leraar en er gaandeweg achterkomt dat ze slechts bestaat in de geest van haar schepper, die, om het Droste-effect nog te vergroten, níet Gaarder is, maar door Gaarder is bedacht.

Het succes van Sofie leidde tot de vertaling van nog twee kinderboeken (Het geheim van de kaarten en Door een spiegel, in raadselen) en een roman voor volwassenen (Vita brevis), die geen van drieën het succes van Gaarders eerst vertaalde boek konden evenaren.

Zijn nieuwste in het Nederlands verschenen kinderboek, Het kikkerpaleis, zal dat ook niet doen. De oorspronkelijke versie dateert van 1988, nog van voor De wereld van Sofie, en zonder het immense succes van dat boek zouden Nederlandse lezers zonder twijfel nooit kennis kunnen nemen van Froskeslottet.

Gaarder was 36 toen het verscheen, maar je zou Het kikkerpaleis als een jeugdwerkje willen beschouwen, zo'n dingetje waarin de schrijver zijn pen probeert, zich oefent in het vertellen van een verhaal. Gaarder wil nogal eens moeizaam formuleren (De wereld van Sofie is nooit geprezen om zijn stijl) en Het kikkerpaleis lijdt daaronder. Bovendien loopt het verhaal zelf ook niet erg soepel.

Een jongetje van een jaar of vijf droomt over zaken die eerder in een sprookje dan in een droom thuishoren: een kabouter, een kasteel bewaakt door salamanders, een gemene koningin, een onverschrokken prins en een dartel prinsesje, en ook een lieve koning wiens hart, dat de vorm heeft van een dikke kikvors, gestolen is en weer teruggevonden wordt.

De opa van het kind is zojuist overleden aan een hartaanval, informatie die Gaarder op een onhandige manier door zijn tekst probeert te weven, zodat het er steeds nogal plompverloren staat. 'Toen moest ik aan opa denken, die opeens pijn in zijn hart had gekregen en dood was gegaan. Mama was toen net naar Frankrijk vertrokken.'

Gaarder wil een verhaal vertellen over hoe een kind de dood van zijn grootouder verwerkt, maar het lukt hem niet van het kind over wie hij schrijft een jongetje te maken van vlees en bloed, het lukt hem niet de lezer binnen te trekken in de - veel te steriele - droomwereld die hij bedenkt.

In die droomwereld geldt de tamelijk moralistische regel dat je nooit moet vluchten als je bang bent. 'Als je alle gevaren recht in de ogen durt te kijken, hoef je nergens bang voor te zijn.' Het jongetje test uiteraard die kennis uit, op de boze koningin, en, warempel, ze buigt het hoofd. Bewijs geleverd.

Wat overblijft in Het kikkerpaleis zijn een paar aardige aanzetten tot nadenken, tot filosoferen.

Zoals Sofie erachter kwam dat ze niet werkelijk bestond - bepaald een filosofisch probleem - zo komt prins Kristoffer Poffer, die eigenlijk gewoon Kristoffer Hansen heet en een klein jongetje is, erachter dat hij zichzelf in zijn eigen droom droomt.

Dat werpt een ingewikkelde vraag op: 'Als ik met mijn hele zelf in de droom was gestapt, dan zou ik morgenvroeg niet in mijn bed liggen als mama of papa me kwam wekken. Maar waar zou ik dan zijn? Een verdwaald kind in een groot bos terugvinden is al heel moeilijk, dacht ik. Het moet nog veel moeilijker zijn om een kind te vinden dat in een droom is verdwaald.'

Aardig om over na te denken is ook wat de koning (die ineens is gaan lijken op Kristoffers opa) beweert: dat je iemand kunt vertellen wat je hebt gezien, dat die ander, als hij jou daarin vertrouwt, het dan zelf niet meer hoeft te zien en dat je zo als het ware kunt kijken voor een ander, zelfs wanneer die ander er niet meer is.

Maar dergelijke kleine, geslaagde fragmenten rechtvaardigen nog niet de vertaling van het hele Kikkerpaleis.

Hanneke de Klerck

Jostein Gaarder: Het kikkerpaleis

Vertaald uit het Noors door Elina van der Heijden.

Fontein/Houtekiet; 96 pagina's; ¿ 24,90.

ISBN 90 261 0960 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden