Bewezen geluk

‘Gelukkiger worden is net zoiets als het verliezen van gewicht. Als je het echt wilt, kun je een duurzaam resultaat bereiken, maar het kost wel veel inspanning.’ Dit is de boodschap van de Amerikaanse psycholoog Sonja Lyubomirsky, die claimt dat haar boek ‘De maakbaarheid van het geluk’ voor het eerst...

‘De meest voorkomende vergissing als het om geluk gaat, is de als/dan-redenering. We denken dat we gelukkig zullen zijn als we meer geld hebben, een nieuwe baan krijgen, een lieve vriend vinden, een aangenamer huis kunnen betrekken of meer steun en liefde krijgen van onze ouders, maar in werkelijkheid wennen we snel aan zulke omstandigheden. Duurzaam geluk levert het in ieder geval niet op.’

De Amerikaanse psycholoog Sonja Lyubomirsky is op dit moment waarschijnlijk de productiefste en meest gedegen onderzoeker op het gebied van geluk. Het zelfhulpboek, De maakbaarheid van het geluk, dat ze op basis van haar onderzoek schreef, heeft haar veranderd in een veelgevraagd spreker. Nu zit ze bij haar uitgever in de tuin, in Amsterdam, met een vermoeide oogopslag, vanwege een doorwaakte nacht in het vliegtuig uit de Verenigde Staten. Haar woorden blijven echter geanimeerd. ‘Alleen mijn ogen zijn moe, mijn brein is wakker.’

Het aantrekkelijke van Lyubomirsky is dat ze niet aarzelt haar theorieën op zichzelf toe te passen. ‘Toen ik mijn ogen had laten laseren, was ik dolgelukkig. Ik was opgewonden dat ik direct scherp kon zien zodra ik ’s morgens mijn ogen opendeed, maar na een week was ik helemaal gewend aan de nieuwe situatie.’

Alles went, als het om positieve dingen gaat. Lyubomirsky moest echter wel even slikken toen dat ook bleek te gelden voor het huwelijk. Zelf heeft ze het gevoel dat haar eigen relatie een wezenlijke bijdrage levert aan haar welbevinden. Als de persoonlijke ervaring botst met de wetenschap, dan geeft zij de kille cijfers echter voorrang. Ze is niet zelf de ster, dat zijn haar onderzoeken.

‘Ik probeer nu wel te achterhalen waarom bijvoorbeeld een goede relatie geen grote bijdrage levert aan geluk. Aan de ene kant zal dat te maken hebben met gewenning. De aandacht, vriendelijke gebaren en steun worden zo gewoon dat je er minder blijdschap aan ontleent. Maar aan de andere kant vermoed ik dat de gelijkblijvende geluksscores ook te maken hebben met het veranderen van standaarden.’

Een voorbeeld. Voordat je iets goeds ten deel valt, denk je misschien dat je geluk optimaal is wanneer je – simplistisch gezegd – twaalf positieve ervaringen per dag hebt. Ervaar je op een dag tien gelukkige momenten, dan krijgt zo’n dag het cijfer 8.

Wanneer je lot een wending ten goede neemt, ervaar je misschien vijftien positieve emoties per dag. Op zo’n moment besef je dat achttien aangename momenten ook haalbaar zijn. Je geeft dan nog steeds een 8 aan je geluk, omdat de standaard waarmee je jezelf beoordeelt, is veranderd met je toegenomen geluk. Lyubomirsky werkt nu aan experimenten om de rol van veranderende standaarden en gewenning beter uit elkaar te kunnen halen.

Het centraal stellen van de wetenschap als het geluk betreft, heeft niet tot grote verrassingen geleid. Lyubomirsky beaamt dat tal van mensen op eigen kracht uitvinden wat hen gelukkig maakt en dat veel van haar adviezen en raadgevingen behoorlijk voor de hand liggend zijn. In haar boek schrijft ze: ‘Veel mensen vinden aansporingen als ‘tel je zegeningen’, ‘leef in het hier en nu’, ‘wees aardig voor je medemens’, ‘bekijk het eens van de zonnige kant’ of ‘met een lach bereik je meer!’ banaal of clichématig klinken. Maar zoals ik duidelijk zal aantonen, blijken deze strategieën, wanneer ze bewust en optimaal worden toegepast, ongelooflijk effectief.’

De waarde van haar geluksadvies ligt volgens Lyubomirsky dan ook niet in de originaliteit, maar in de bewijskracht erachter. ‘Ik zal nooit beweren dat mensen die geen psychische stoornis hebben, hulp moeten zoeken bij een psycholoog om gelukkig te worden of dat ze een zelfhulpboek over dit onderwerp zouden moeten raadplegen. Het enige wat mijn boek doet, is het mensen een beetje gemakkelijker maken, omdat ze het wiel niet opnieuw voor zichzelf hoeven uit te vinden. Het is als met het volgen van een dieet. Dan hoef je ook niet zelf te bedenken wat je dik maakt, omdat diëtisten dat al hebben uitgezocht.’

Een belangrijk punt is volgens Lyubomirsky dat de meeste mensen het maximale geluk niet op eigen kracht bereiken. ‘Wie nu een 2 geeft voor het eigen geluk, kan best een 5 bereiken, een 4 kan een 7 worden en een 5 een 8.’ Dit optimisme wordt mede gevoed door het feit dat veel van de geluksadviezen zo voor de hand liggen. Het vergt geen hogeschoolpsychologie of uitzonderlijke vaardigheden.

In haar boek gaat Lyubomirsky ervan uit dat zelfs mensen die een 8 geven aan hun eigen geluk, nog aan welbevinden kunnen winnen. De Amerikaanse psycholoog Ed Diener heeft echter onlangs betoogd dat het schadelijk is om te gelukkig te zijn. Studenten die een 10 gaven aan hun eigen geluk, blijken het op veel vlakken minder goed te doen dan hun leeftijdsgenoten die zichzelf een 8 of een 9 geven. De té tevreden studenten verdienen minder, halen lagere cijfers en zijn minder maatschappelijk actief. De achterliggende reden is volgens Diener dat de dolgelukkige studenten zo ingenomen zijn met hun huidige situatie, dat ze vergeten zichzelf bij te sturen als de omstandigheden veranderen.

Diener raadt mensen daarom aan alleen zelfhulpboeken te raadplegen als ze ongelukkig zijn. Wie gematigd gelukkig is, moet niet zoeken naar meer geluk, maar doet er goed aan hiermee tevreden te zijn.

Lyubomirsky blijft optimistischer. ‘Ik ben geneigd dat ook gelukkige mensen hun welbevinden nog op een positieve manier kunnen verbeteren, maar dat mensen die hun eigen geluk waarderen met een 10 een beetje vreemd zijn. Ik zelf ben echt gelukkig, maar ik zou dat nooit met een 10 waarderen.’ De enige echte slag die Lyubomirsky om de arm houdt, is dat ze personen die ongelukkig zijn niet de schuld wil geven van hun gemoedstoestand.

‘We moeten oppassen dat we de schuld niet bij slachtoffers neerleggen. Ik wil er ook niet aan voorbijgaan dat genetische factoren van belang zijn voor hoe gelukkig wij ons voelen. Onze genen bepalen in welk bereik ons geluksgevoel ligt; onze acties of we hoog of laag binnen dat bereik terechtkomen.’

En zelfs als we weten hoe het moet, dan nog boeken we niet altijd het gewenste resultaat. Op het congres van de onderzoeksschool psychologie en gezondheid gaf Lyubomirsky twee jaar geleden zelf dit voorbeeld: ‘Ik kwam thuis en had net gelezen over een manier om negatieve emoties te dempen. Als iets vervelends gebeurt, kun je je afvragen of dit over een jaar nog belangrijk zou zijn. Mijn man knikt en dan komt mijn dochter binnen met kauwgom in haar haar. Ik ben gelijk helemaal overstuur.

‘Mijn man grinnikt: ‘Weet je dat je je alleen zou druk maken over wat er over een jaar nog belangrijk is?’ En nog helpt deze gedachte niet. Ik wist zeker dat haar haar over een jaar nog steeds niet helemaal aangegroeid zou zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden