Bewegen om te overleven

Vetzucht en gebrek aan beweging hebben ertoe geleid dat Groningen vreest voor zijn gezondheid. Via gerichte acties op de lagere scholen gaat het Huis voor de Sport de strijd aan tegen de bewegingsarmoede....

Het was in de week dat Groningen op zijn kop stond door de komst van het wielerpeloton voor de start van de Ronde van Italië. Burgers, buitenlui én notabelen van stad en provincie troffen elkaar in de luwte van het wielerspektakel in een verheven discussie over alles wat de sport kan aandragen om het genoegen van het leven te vergroten. Meestal eindigen bijeenkomsten als deze met een stevige handdruk en een warm slotwoord: 'Tot de volgende keer.'

Maar nu, ruim een jaar geleden, was het anders. Vooral doordat de directie van de noordelijke zorgverzekeraar Geové tijdens een medisch symposium op de proppen was gekomen met een aantal, voor de provincie, ronduit schokkende gegevens. 'We kunnen ons niet langer beperken tot reguliere verplichtingen, we zullen uit preventieve overwegingen mee moeten doen om de gezondheid van de gemiddelde Groninger te verbeteren. Anders wacht ons, met toenemende ziekteverschijnselen en een onbetaalbare gezondheidszorg, een regelrechte catastrofe.'

De noordelijke zorgverzekeraar baseerde zich op eigen waarneming en op cijfers van de provinciale GGD, die na een opdracht van de gemeenten, tot de conclusie kwam dat bijna 50 procent van de Groningse bevolking tobt met overgewicht. Daarmee overtreft Groningen andere provincies. Voor leerlingen uit het basis-en middelbaar onderwijs ligt dat percentage op 14 en de GGD in Groningen spreekt de verwachting uit dat dit, bij uitblijvende interventie, met 1 procent per jaar zal stijgen.

De grootste beroering veroorzaakte deze informatie uiteraard in de Groningse gemeenschap zelf. Het Huis voor de Sport beschouwde de mededeling als een onheilstijding. Vooral doordat 'bewegingsarmoede' als een van de belangrijkste verklaringen voor het lichamelijke ongerief werd aangedragen. Sinds 1998 bestaat de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Voor volwassenen staat deze norm voor een half uur matig intensief bewegen op vijf dagen per week. Kinderen zouden minimaal een uur per dag actief moeten zijn, met daarbij twee uur per week gerichte motorische ontwikkeling en fitheid. In Groningen blijft 50 procent van de bevolking onder deze norm.

Tjaart Kloosterboer, toen nog maar net in functie als directeur van het Huis voor de Sport: 'We hebben alle touwtjes aan elkaar geknoopt en een plan ontvouwd. We waren als organisatie sterk in dienstverlening, maar hier lag een nieuwe opdracht. We moeten de mensen weer in beweging krijgen. Te beginnen bij de jeugd, die we weer moeten leren hoe belangrijk én ook hoe fijn het is om te bewegen. En of je nou voetbalt omdat je voetballen zo leuk vindt, of omdat je sport omdat je weet dat het gezond is, dat maakt niet uit. Als we met z'n allen maar weer beseffen dat lichamelijke activiteit nodig is om te overleven.'

Met zijn manager Robert Gelinck ontwikkelde Kloosterboer onder het dak van het Huis voor de Sport het Groninger Sport Model, dat in meer voorziet dan symptoombestrijding. Het meest in het oog lopende onderdeel is de terugkeer van dagelijks gymnastiekonderwijs op de basisscholen, maar daarnaast zijn er andere projecten – 55-plussers, gehandicapten, allochtonen – in voorbereiding die de lichamelijk verstijfde provincie weer in beweging moeten krijgen.

'Het GGD-onderzoek heeft uitgewezen dat de problemen in de sociaal-economisch zwakkere oostelijke rand van de provincie – de oude Veenkoloniën – groter zijn dan in de westelijke. Als we nu niet uitkijken, zullen we daar met het ouder worden van de mensen straks te maken krijgen met een explosieve stijging van welvaartsziekten.'

Het Huis voor de Sport profiteert bij het in gang zetten van zijn plannen van twee belangrijke factoren. In de eerste plaats van de bundeling van Groninger gemeenten. 'Hier is een voor Nederland unieke structuur', zegt Kloosterboer. 'Alle sportwethouders zitten op één lijn. Dat is de verdienste van oud-gedeputeerde Henk Bleeker, van wie het plan is om de breedtesportimpuls van het ministerie van VWS niet per gemeente, maar gemeenschappelijk aan te vragen. Elke gemeente draagt bovendien per inwoner nog vijftig cent bij en vervolgens heeft hij VWS zover gekregen dat bedrag te verdubbelen.

'Gemeentes hebben daardoor zelf geen afzonderlijk ondersteuningspunt meer nodig, alles wordt geregeld vanuit het Huis voor de Sport. Eén onderzoekscentrum, één expertisepunt, we besparen menskracht, voorkomen dat energie versnipperd raakt en tegelijkertijd dwingen we ons als organisatie om ondernemend te zijn, plannen te bedenken en te ontwikkelen. Want de breedtesportimpuls is er voor zes jaar, in die tijd moeten wij hebben bewezen dat deze organisatie onmisbaar is.'

Gedreven door eigen belangen én door de macht van het getal kwam het plan van het Groninger Sport Model op tafel. De tweede factor die van belang was bij realisatie van het nieuwe ideaal van de, in dit opzicht, tobbende provincie was echter het overheidsbesluit vanaf 1 juli dit jaar de gezondheidszorg aan de gemeenten zelf over te dragen. Elke gemeente was verplicht haar gezondheidsnota te presenteren. Kloosterboer: 'Geen gemeente kon daardoor nog heen om het schrijnende probleem dat de GGD aan het licht heeft gebracht. Door de gezamenlijke aanpak weet nu elke gemeente waar ze met de gezondheidszorg staat. En gezondheid is natuurlijk méér dan bewegen. Aanvankelijk speelden sport en bewegen geen al te prominente rol in de nota, maar door onze argumenten zijn er wel wat aanpassingen gedaan.'

Tjaart Kloosterboer was zelf in de beginjaren negentig als schaatscoach werkzaam in de topsport. Hij begeleidde onder meer Yvonne van Gennip bij haar drie gouden medailles tijdens de Olympische Spelen in Calgary (1988), maar koos later voor een directeursfunctie bij het Friesland-college in Heerenveen. Uit die periode weet hij dat elke studie is gericht op een combinatie van theorie en praktijk. 'Dat geldt voor opleidingen op zowel mboals hbo-niveau. Voor ons betekent dit, dat er een groot stagepotentieel is.'

Die wetenschap sloot nauw aan bij zijn overtuiging dat er maar één remedie is voor de gezondheidssituatiein Groningen: 'Pak het probleem bij de wortels aan. Laat kinderen inzien dat sport en bewegen belangrijk is, voor nu, en ook voor later. Help ze de vreugde van het bewegen te ontdekken en breng ze bij dat het goed is te kijken naar een evenwicht tussen bewegen en voeding.

'In een grijs verleden leerde je als vierjarige dat het belangrijk was om naar de gymvereniging te gaan, maar dat besef lijkt helemaal verdwenen te zijn. Gymlokalen zijn computercentra geworden, vakleerkrachten zijn verdwenen en in het kader van de bezuinigingen is er een overwaardering voor cognitieve vakken ontstaan. Kinderen hebben daardoor in de meest gevoelige periode van hun leven deze sportieve ontwikkeling gemist. We zijn nu gedwongen een inhaalslag te maken. Dat op zich is niet verkeerd, maar tegelijkertijd zijn we wel gedwongen een nieuwe start te maken.'

De Groninger gemeentes zullen bij de lessen op school nauw samenwerken met studenten van de Groninger Sportacademie en van het opleidingsinstituut voor sportmanagement van de Hanze Hogeschool.

Het Huis voor de Sport neemt twee jaar de tijd om het project te introduceren. Tijdens deze periode wil het, mits de subsidies het toestaan, de kosten voor zijn rekening nemen. Wel moeten de gemeenten daarna blijven investeren in het Groninger Sport Model. Robert Gelinck: 'De studenten zijn samen met hun docenten verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het lesprogramma. Bovendien zijn er elke woensdagmiddag cios-studenten beschikbaar voor aanvullende programma's in de gemeenten zelf. Daar wordt samengewerkt met de lokale sport en richten we ons op nieuwe sporttrends.

'We zoeken naar meetpunten, want we moeten natuurlijk wel ergens op kunnen worden afgerekend. Voor de lange termijn zou het belangrijk zijn als blijkt dat we de vervetting van de bevolking een halt kunnen toeroepen. Voor de korte termijn moeten we ons vooral richten op de zichtbare toename van de bewegingsvreugde.'

Nu nog blijkt dat veel kinderen van twaalf tot dertien jaar afhaken in de georganiseerde sport. De verklaring is volgens Kloosterboer dat de jeugd in de dorpen zich veel eerder losmaakt van traditionele keuzes. Hij zou het toejuichen als het initiatief ook wat dat betreft een trendbreuk kan bewerkstelligen. 'We hebben goede motieven om in te zetten op een brede sportieve ontwikkeling. Dat heeft te maken met levensverwachting, met levensgeluk en met gezondheid. Als je je gezonder voelt, ben je ook gelukkiger. In elk geval heb je dan een zorg minder.

'Dat betekent niet dat ik me tegen andere culturele vormingen in het onderwijs verzet, maar ik zou zeggen: probeer een balans te vinden. De accenten zijn zo verlegd, dat we het lichamelijk onderwijs volledig hebben uitgekleed. Ik heb hier al een directeur van een basisschool gehad, die zei: 'We hebben na een slechte Cito-toets opdracht van de inspectie gehad meer aandacht aan rekenen en taal te geven. Prima, maar dit nieuwe project doe ik er ook bij, want ik zie nu al dat het vreselijk belangrijk is. Ik hoop dat we over twee jaar iedereen daarvan hebben overtuigd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.