Bewaker van de absurditeit

DAT DE inhuldiging van koningin Beatrix op 30 april 1980 door krakers, autonomen en zielsverwante straatvechters zou worden aangegrepen om hun ongenoegen tegen al het denkbare tot uiting te brengen, was al geruime tijd bekend....

Panden werden gekraakt en - soms - weer ontruimd. En als er bij zo'n ontruiming klappen vielen, werd ook daartegen gedemonstreerd. Betogers tegen het loonbeleid van het kabinet-Van Agt verplaatsten, onder aanvoering van vakbondsleider Herman Bode ('Willen we naar de Dam, dan gaan we naar de Dam'), hun manifestatie van de RAI naar het centrum van de stad. Aanhangers van de bevrijdingsbeweging Polisario raakten slaags met de knokploegen van de Marokkaanse organisatie Amicales. En tussendoor moest de mobiele eenheid ook nog het hoofd bieden aan voetbalvandalen.

Dat de dertigste april een feestelijk karakter zou krijgen, lag derhalve niet in de rede. Amsterdam was tot no go area voor de gevestigde orde verklaard. 'Geen woning, geen kroning', luidde het program van de buitenparlementaire oppositie. Alleen de geestverwanten uit de provincie waren welkom; 'Kom naar Amsterdam. Helm hoofdzaak.'

Toch had burgemeester Wim Polak (1924-1999) in de vroege ochtend nog de hoop gekoesterd dat de positieve geest de overhand zou krijgen. De voorgaande nacht was 'rustig en gezellig' verlopen - wat sommige kranten al als een belangwekkend nieuwsfeit ervoeren -, en 's morgens vroeg hadden de straten er vredig en sereen bij gelegen. Toen Polak, vlak voor zijn vertrek naar het Paleis op de Dam, nog even naar de radio luisterde, maakte zich echter een bedrukt gevoel van hem meester. 'De VARA, bang om de boot van de alternatieve jongeren te missen, had besloten dat zij de reportages op die dag samen met Radio Stad zou verzorgen.'

Polak wist wat dat betekende. In het opgewonden live-verslag van de schermutselingen rondom de Vondelstraat, enige weken eerder, figureerde de politie als lookalike van de SS. En ook nu geen enkele distantie. 'Het is fantastisch weer hier in Amsterdam', hoorde Polak Hanneke Groenteman zeggen. 'Weer om te kraken, weer om te demonstreren. Ik vind het rottig weer om te kronen.'

Daarna ging alles mis. Om te beginnen in de Mozeszaal van het Paleis op de Dam, waar Polak, als getuige van de troonsafstand van koningin Juliana, er niet in slaagde om met de kroontjespen een handtekening op het gladde perkament te krijgen. 'Ik beëindigde mijn getob in het besef dat latere archiefvorsers, die de originele Akte van Abdicatie opslaan, zich erover zullen verwonderen dat Amsterdam nog in 1980 een analfabeet tot burgemeester had.'

Buiten het paleis was het op dat moment nog rustig. Zozeer zelfs, dat het Polak opviel dat een van de deputaties achter een bord met het opschrift 'Zuid-Limburg' stond opgesteld. 'Ik zag nog kans te waarschuwen dat Zuid-Limburg nog geen aparte provincie was.' Kort daarop kon de burgervader zich deze aandacht voor het detail niet meer veroorloven. De balkonscène van de komende en gaande koningin bood een akelige aanblik: de geluidsinstallatie haperde, en de eerste rookbommen werden tot ontploffing gebracht.

Wat volgde kon tot afgrijzen en schaamte van Polak live door miljoenen televisiekijkers worden gevolgd; rellen in de Kinkerbuurt, een niet aangemelde demonstratie op het Jonas Daniël Meijerplein, een bloedige veldslag bij de Blauwbrug, en schermutselingen op het Rokin en in de Damstraat. In de Nieuwe Kerk, waar Polak een strategische positie aan het gangpad had ingenomen, hield de net ingehuldigde koningin de toehoorders voor dat tegenstanders niet als vijand gezien moeten worden, maar als drager van een andere mening. 'Maar intussen waren de ''dragers van een andere mening'' wel onderweg naar de kerk', tekende Polak later op. 'Het was alleen vervelend dat ze niet alleen een andere mening, maar ook minder subtiele bagage meevoerden.'

Pas na middernacht had Polak de gelegenheid om met de nieuwe koningin over de achterliggende dag te spreken. Zij bleek 'de gebeurtenissen heel exact en heel betrokken te hebben gevolgd'. En zij stelde er prijs op om de politieagenten te bezoeken die bij de verdediging van de Dam gewond waren geraakt. 'Het was een menselijk einde van een bewogen dag', besloot Polak.

Dit hoogst persoonlijke verslag van de inhuldigingsrellen van 1980 vormt het onbetwistbare hoogtepunt van de bundel Wim Polak - Amsterdammer en sociaal-democraat, samengesteld door zijn zoon Menno Polak en Gerrit van Herwijnen. De compositie van het desbetreffende hoofdstuk is weinig verrassend: de auteur, Wim Polak zelf, volgt de chronologische lijn. Daarbij weet hij echter een heuse suspense op te roepen. Niet door het drama uit te vergroten, maar door de absurditeit van die episode te laten spreken.

En de absurditeit regeerde, in dat woeste voorjaar van 1980 - zo blijkt ook uit het hoofdstuk over het beleg van de Vondelstraat. Vanuit hedendaags perspectief is het nauwelijks meer voorstelbaar dat de krakers honderden medestanders konden mobiliseren die met militaire precisie strategische objecten bezetten, dan wel vernielden.

Wat het inlevingsvermogen echter helemaal te boven gaat, is dat de krakers veel sympathie ontmoetten bij de bevolking en de progressieve fracties van de gemeenteraad. Het behoedzame optreden van Polak, als bewaker van de openbare orde, hing vooral samen met het feit dat hem geen rugdekking werd verleend. Zelfs niet na de succesvolle pacificatie van de omgeving van de Vondelstraat. De PvdA-fractie durfde, uit beduchtheid voor de 'woningzoekenden', het optreden van Polak niet goed te keuren. En de CPN verweet hem 'voorbij te zijn gegaan aan de signalen van de samenleving'. Dat verwijt aan een regent doet wel weer eigentijds aan.

Alleen de vaandelvlucht van zijn partijgenoten stemde Polak ook naderhand nog bitter. Voor het overige leek hij zonder wrok op het leven terug te zien. Bij het noteren van zijn herinneringen bediende hij zich van een lichte, ironiserende toon. Ook wanneer hij de lotgevallen beschrijft van zijn grootouders, en al die andere familieleden die de Duitse bezetting niet hebben overleefd. Hij beschrijft hen met veel piëteit en aandacht voor het detail. Maar bij de slotalinea van elke biografische schets volstaat hij met het meest noodzakelijke: dat zij in Polen om het leven zijn gebracht.

Alleen zijn grootmoeder van moeders zijde was, in 1941, een natuurlijke dood gegund. 'Echt bedroefd was ik niet. Angstig wel. Maar schrijnender herinner ik mij dat op de rouwbijeenkomst na afloop tante Annie gierend huilde: ''Ik weet waar mijn moeder begraven is, maar ik weet niet waar mijn jongen is.'' Haar zoon, mijn neef Joop, was kort tevoren bij de eerste grote Duitse razzia op het Waterlooplein opgepakt en naar het concentratiekamp Buchenwald afgevoerd. Daar is hij vermoord. Mijn grootmoeder heeft dat niet meer geweten.'

Het is jammer dat Wim Polak geen volledige levensbeschrijving heeft achtergelaten. Hij heeft zich na zijn pensionering vooral toegelegd op een - nooit voltooide - studie naar de besluitvorming rondom de bouw van het stadhuis/opera-complex. Wellicht is deze voorkeur ook ingegeven door bescheidenheid. Tot het einde van zijn actieve leven gaf hij 'journalist' op als zijn beroep - ofschoon hij dit vak sinds 1965 niet meer had uitgeoefend. Zijn andere hoedanigheden deden kennelijk minder terzake. Het burgemeesterschap gold voor hem zelfs als 'het meest overschatte beroep ter wereld'.

Jammerlijk gevolg van deze relativerende houding is dat de hoofdstukken die betrekking hebben op zijn onderduiktijd, zijn werkzaamheden bij Het Vrije Volk, zijn wethouderschap in Amsterdam, zijn staatssecretariaat in het kabinet-Den Uyl en zijn periode als staatsraad vooral door anderen zijn geschreven. En dat is de stilistische en thematische cohesie van het boek niet ten goede gekomen. De lezer wordt gewaarschuwd: het is een bundel, inderdaad. Maar Wim Polak had net iets meer verdiend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.