Bevrijding uit de 'kerker van het bestaande' Claudio Magris probeert het weer op te nemen voor de utopie

Is met de ondergang van het Sovjet-imperium ook de utopie ten onder gegaan, en dan niet alleen die ene van dat idiote en levensgevaarlijke 'reëel bestaande socialisme', maar zelfs de mogelijkheid van welke utopie dan ook?...

Maar betekende de val van de Muur en het geheel zelfstandig in elkaar kukelen van al die geleide economieën inderdaad, zoals parmantige commentatoren en politici indertijd meteen beweerden, 'het gelijk van rechts'? En hoever gaat dat gelijk dan - zijn we metterdaad uitgeëxperimenteerd als het om samenlevingsvormen gaat, en kunnen we ons neerleggen bij een ogenschijnlijk degelijk beredeneerd liberalisme, dat ons voorhoudt dat economie alles is, en alles economie? Dat het ons, zolang het ons bij de gratie van zoveel mogelijk vrijhandel en vrije handel goed gaat, ook tot in der eeuwigheid goed zal blijven gaan? En dat het dan mooi zat is, en dat je uit moet kijken met visioenen, dromen en plannen? Het begrip 'maakbaarheid' werd niet alleen een taboe, zelfs de noodzaak ervan werd weggemoffeld. Wie het slecht getroffen heeft moet niet zeuren: we kunnen nu eenmaal niet alle problemen in een keer oplossen.

Wie in staat is zich tegen het al te botte gelijk van de kassa te weer te blijven stellen, is er nog steeds niet helemaal gerust op. Maar volgens mij is de Italiaanse literatuurwetenschapper en schrijver Claudio Magris de eerste die - verleden week in zijn openingsrede voor de Salzburger Festspiele van dit jaar - zijn stem verhief en erop wijst dat de zelfgenoegzaamheid van rechts wel wat al te gortig begint te worden. En dat ze bovendien gevaarlijk is. Zijn Utopie und Entzauberung is een eerste, en daarom noodzakelijkerwijs voorzichtige en nog lang niet goed uitgewerkte poging het weer voor de utopie op te nemen. Want de 'onttovering', waarvan hij in de titel van zijn betoog al melding maakt, is wat hem betreft tegelijkertijd zowel een teleurstelling als een ontluistering.

Magris behoort - het zij voor alle duidelijkheid gemeld - niet tot de communistische spijtoptanten. Hij schreef een aantal literatuurhistorische studies, waarvan het prachtige De Donau - een verkenningstocht naar het idee van Mittel-Europa zoals dat door de literatuur weerspiegeld wordt - hem beroemd maakte. Hij is bovendien de auteur van een paar novellen, voorzichtige verhalen over mensen die zich met een leven op de breukvlakken van culturen en tijden moeten zien te redden.

Van hem zijn dus geen antwoorden te verwachten, of doorwrochte historisch-politieke analysen, en al helemaal geen cijfers. In Utopie und Entzauberung stelt hij slechts vragen en doet hij een enkele suggestie. Met het einde van dit millennium schijnt ook het idee dat je de wereld kunt veranderen, ten einde te zijn gekomen. Het idee van een revolutie, waaraan ik dank dat ik dit schrijf en u dat u dit leest, is in een bedenkelijk daglicht komen te staan. We wijzen afkeurend naar het afgehouwen hoofd van Lodewijk XVI dat die revolutie bewerkstelligde - en vergeten gemakshalve dat, zoals Victor Hugo schreef, het Lodewijk en zijn voorvaderen waren die die verschrikkelijke machine geconstrueerd hadden.

Ontgoocheling en utopie zijn moeilijk met elkaar te verenigen. Maar ondertussen heeft, zegt Magris, het zichzelf ideologisch krachtig verdedigende totalitarisme plaats moeten maken voor een totalitarisme 'waarbij het volk meent te willen zijn wat zijn leiders opportuun achten'. 'Het totalitarisme verlaat zich niet meer op de bankroet gegane sterke ideologieën, maar op de gelatine-achtige zwakke ideologieën en de macht van de media die ze verbreiden.' Ik vrees dat dat pijnlijk adequate observaties zijn.

Magris beroept zich op Weber en Dahrendorf om zijn waarschuwingen kracht bij te zetten. Waar zijn vrees precies betrekking op heeft blijft in het vage; als het erop aankomt gaat het hem om de erosie van de democratie, die het zonder dromen, zonder hoop niet redden zal.

Zijn laatste argument is er een, hoe kan het anders bij een schrijver, van poëtische snit. Achter de voorhanden werkelijkheid liggen andere mogelijkheden, 'die uit de kerker van het bestaande' bevrijd moeten worden. De drijfveer is Magris ingegeven door een diep mededogen met de slachtoffers van de geschiedenis, die evenzeer de slachtoffers van de toekomst kunnen zijn. Dat is geen sluitende redenering voor ongerustheid - maar wel een geldige reden.

Claudio Magris: Utopie und Entzauberung - Rede zur Eröffnung der Salzburger Festspiele 1996. Residenz Verlag, circa ¿ 25,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden