Bevrijd van de geest van Jimmy Carter

Als werkloosheid in VS niet zakt naar lager niveau, krijgt Obama het hoe dan ook zwaar

Van alle pogingen om de politieke betekenis van de overval op de schuilplaats van Osama bin Laden in één zin te vatten, vond ik deze in The New Republic de geestigste: It is official now, Barack Obama is not Jimmy Carter. Geestig én raak. Want dit is inderdaad het geval: met de gewaagde operatie in Pakistan heeft Obama zich bevrijd van zijn Cartersyndroom.

De eerste vergelijkingen met Jimmy Carter dateren al van vóór Obama’s inauguratie, en ze zijn sindsdien alleen maar talrijker geworden. Obama’s contemplatieve instelling doet soms denken aan de gloom and doom die Carter uitstraalde. Beiden betrokken het Witte Huis met een minimum aan internationale ervaring en leken van nature terug te schrikken voor de ontplooiing van Amerikaanse macht.

Gijzeling
Carter leed onherstelbaar prestigeverlies door de 444 dagen durende gijzeling van een vijftigtal Amerikanen in Teheran, waarbij hij na het genante echec met het in de Iraanse woestijn gestrande bevrijdingsteam werd gereduceerd tot een lijdzame toeschouwer. Obama oogstte forse kritiek toen hij maar liefst 92 dagen nodig had om een beslissing te nemen over de Afghanistan-strategie, met als gevolg dat hij smalende opmerkingen moest incasseren als: ‘We willen een commander-in-chief, geen professor-in-chief’ (auteur: Sarah Palin).

Dat is dus voorbij. Vooral ook door de wijze waarop Amerika’s staatsvijand nummer één is uitgeschakeld. Niet met een raket die van grote hoogte wordt afgevuurd, maar met een veel riskantere commando-actie, die maandenlang is voorbereid. En op het moment suprême, toen hij al het groene licht had gegeven voor de operatie in Pakistan, toog de president gewoon naar het jaarlijkse galadiner met de reporters die bij het Witte Huis zijn geaccrediteerd, en hield daar een ontspannen rede, waarin hij met de eveneens aanwezige Donald Trump, maar ook met zichzelf de spot dreef. Behalve krachtdadiger dan tot nu toe aangenomen, toonde de professor-in-chief zich ook een onvervalste cool cat, zoals The Economist het uitdrukte.

Plezier

De peilingen laten er geen twijfel over bestaan dat Obama zichzelf een enorm plezier heeft gedaan met dit spektakelstuk. Het percentage van de Amerikaanse kiezers dat de president een voldoende geeft, is gestegen van 47 naar 56. Als hoofd terrorismebestrijding is hij zelfs 14 punten in achting gestegen. Zes van de tien Amerikanen zeggen met trots te zijn vervuld door de geslaagde commando-actie.

De prestigewinst geeft de president vooral meer armslag bij het uitstippelen van de verdere koers in Afghanistan. Op het thuisfront is hij minder kwetsbaar geworden voor het verwijt dat hij de oorlog niet standvastig genoeg voert en kan hij zich beter een stap terug permitteren. Tegelijk is de kans daarop iets reëler geworden doordat hij aan de Taliban heeft laten zien dat hij niet voor een kleintje is vervaard en zich in een missie kan vastbijten. Wellicht komt dit hun bereidheid tot onderhandelen ten goede.

Profiteren
Op langere termijn zou zelfs de hele Democratische partij kunnen profiteren van de uitschakeling van Bin Laden. Eigenlijk vanaf 1972, het jaar van superduif George McGovern, hebben Democratische presidentskandidaten zich steeds moeten verweren tegen de aantijging dat de nationale veiligheid bij hen niet in goede handen was. De Republikeinen wisten het op te blazen tot een soort genetische afwijking.

Over een langere periode gezien is dat natuurlijk lariekoek. Democratische presidenten hebben het land door twee wereldoorlogen en de beginfase van de Koude Oorlog geleid. John Kennedy trotseerde het gevaar van een nucleaire confrontatie tijdens de Cuba-crisis en Lyndon Johnson was de president van de oorlog in Vietnam. Maar vanaf ’72 leek het wel of deze staat van dienst niet meer telde. En er was geen gebrek aan taferelen die de Democratische zwakte tot uitdrukking leken te brengen: van het debâcle in Iran tot de schriele presidentskandidaat Michael Dukakis die in een veel te grote helm plaatsnam op een tank, tot Black Hawk Down in Somalië tijdens het bewind van Clinton.

Riant

Betekent dit alles nu ook dat Obama een riant uitzicht heeft gekregen op herverkiezing in november 2012? In de Amerikaanse politiek geldt bij uitstek: behaalde resultaten in het verleden geven geen garantie voor de toekomst. Een spectaculaire wraakactie van Al Qaida kan alles doen kantelen. George Bush senior was razend populair na de eerste Golfoorlog, maar dolf het onderspit tegen Clinton omdat de recessie hem overweldigde.

De economie is ook Obama’s achilleshiel. De meeste Amerikanen zijn ontevreden over zijn economisch beleid. Toen hij aantrad als president bedroeg het werkloosheidspercentage 7,6. Nu staat het op 9,0. Het is vrij simpel: als dat medio 2012 niet is gezakt tot beneden de 8, krijgt Obama het zwaar. De trofee uit Abbottabad doet dan weinig terzake.




Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.