Column

Bevorder in Afrika sterke overheden

 

Een luchtfoto van de school in Chibok, Nigeria, waar vorig jaar 276 tieners werden ontvoerd door strijders van Boko Haram.Beeld afp

Mocht u van plan zijn binnenkort een reis naar Afrika te maken, raadpleeg dan eerst de kaart van het in Leiden gevestig-de Afrika Studie Centrum (ASC) over de veiligheidssituatie op het continent. De kaart dateert van eind vorig jaar, maar heeft niets aan actualiteitswaarde ingeboet. Waarschuwing: u wordt er niet reislustiger van.

Het ASC hanteert vier categorieën. Groen betekent geen bijzondere veiligheidsrisico's. Geel: niet zonder gevaar. Oranje: je kunt hier beter wegblijven. Rood: beslist niet heengaan.

Het enige stukje Afrika dat groen is gekleurd, is Marokko (zonder Westelijke Sahara) in het noordwesten. En er is nog een groen stipje in de Indische Oceaan: de Seychellen. De kleuren rood en oranje domineren in het noorden en oosten van Afrika. Van Mauretanië in het westen tot Somalië in het oosten loopt een brede strook waar ernstige tot extreme onveiligheid heerst met alleen een kleine gele onderbreking in Ethiopië. Idem dito van Algerije en Libië in het noorden tot diep in Congo.

Dat zo'n kaart wordt gemaakt, is op zichzelf al een teken aan de wand. Want laten we even dertig jaar terug in de tijd gaan. Dan zou het ASC ongetwijfeld met een heel ander soort Afrika-kaart voor de dag zijn gekomen. Die zou niet over veiligheid zijn gegaan, maar over honger, armoede en onderontwikkeling. Besteding van ten minste 0,7 procent van het nationaal inkomen aan ontwikkelingshulp was de onbetwiste lakmoesproef voor progressieve politiek. Om geld in te zamelen voor de slachtoffers van de hongersnood in Ethiopië namen Britse popartiesten Do They Know It's Christmas? op en een keur van Amerikaanse popsterren volgde met het nog beroemdere We Are the World.

Na de eeuwwisseling ging het beeld van Afrika kantelen. Weliswaar waren honger en armoede niet uitgebannen, maar in verscheidene landen kwam een flinke economische groei op gang. Het zielige continent werd ineens het veerkrachtige continent. Kleine boertjes in Kenia waren niet langer stumpers zonder benul van de economische wetten, maar volgden op hun mobieltje van uur tot uur de ontwikkelingen op de wereldmarkt.

China deed zijn intrede op het continent met grootscheepse investeringen in de infrastructuur. Tot grote tevredenheid van diverse autocratische leiders, die verheugd constateerden dat de Chinezen louter op gewin en grondstoffen uit waren en volstrekt niet maalden om de mensenrechten waarover Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking hen steeds weer ter verantwoording riepen. De Europeanen leken te worden weggespeeld. In zijn meesterwerk Congo signaleerde schrijver David Van Reybrouck dat in Kin-shasa een generatie opgroeit voor wie 'Europeanen exotischer zijn dan Chinezen'.

Maar anno 2015 kijken we weer door een andere bril naar Afrika - en ziet Afrika zich ook gedwongen anders naar zichzelf te kijken. Het veerkrachtige continent is nu het onveilige continent geworden. Vanwege het geopolitieke explosiegevaar moge de strijd in Syrië en Irak de meeste internationale aandacht krijgen, maar een onontkoombaar feit is dat zeven van de tien bloedigste conflicten in de wereld zich afspelen op Afrikaanse bodem. Conflicten waarvan niet in alle maar wel in de meeste gevallen de militante islam de motor is.

En nu moeten we ook vaststellen dat we in het verleden ten onrechte meenden het probleem van de fragiele en zwakke Afrikaanse staten te kunnen behandelen als een lokaal ongerief. Zoals ook blijkt dat niet slechts de usual suspects zoals Somalië en een aantal kleine West-Afrikaan-se landen gespeend zijn van een overheid die voor een minimum aan veiligheid en voorzieningen kan zorgen, maar dat ook grotere mogendheden als Nigeria en Kenia niet bij machte zijn om de wrede plaag van respectievelijk Boko Haram en Al Shabaab effectief te bestrijden.

China heeft nog steeds de luxe hiervoor de ogen te sluiten (of ijlings te vertrekken, zoals vier jaar geleden in Libië), maar Europa krijgt het probleem op zijn bord in de vorm van criminaliteit, vluchtelingenstromen en potentiële uitvalsbases voor terroristische organisaties. Bij ontstentenis van een adequate Afrikaanse reactie - er wordt al sinds 2003 binnen de Afrikaanse Unie gedelibereerd over zoiets als een flitsmacht - hebben Groot-Brittannië en vooral Frankrijk al meermaals ingegrepen in noodsituaties. Europa heeft ook een ruim aandeel in de zes VN-vredesoperaties in Afrikaanse conflictgebieden, zoals in Mali.

Maar minstens zo belangrijk is dat het Europese ontwikkelingsbeleid zich nog veel meer gaat richten op bevordering van veiligheid en de opbouw van een deugdelijk overheidsapparaat. Zonder de (sluikse) pretentie van een 'beschavingsmissie', gewoon uit welbegrepen eigenbelang.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden