Bevorder het lezen, verbied boeken

Hoe krijg je jongeren weer aan het lezen? Niet door ze voor te houden dat literatuur belangrijk is voor hun ontwikkeling. Misschien is het effectiever goede boeken, net als vroeger, weer te verbieden.

Aleid Truijens

Bibliotheekboeken met een rode stip, ‘voor de rijpere lezer’, die wilde ik lezen. Maar die kreeg ik, onrijpe 13-jarige, niet mee van de grijze juffrouw die de boeken afstempelde. Na een zielig verhaal over een zieke, leesgrage moeder mocht ik ze in mijn tas stoppen.


Thuis las ik ze onder de dekens, met een zaklantaarn: boeken van de wild rondneukende kunstenaarsbeesten Cremer en Wolkers, Camperts erotische kinderboek Liesje in Luiletterland (‘“Wat een kloek model vulpen!”, zei Liesje.’) Lezen was een van de weinige manieren om iets over seks op te steken als je er nog niet aan deed.

Maar ook de gedichten van Slauerhoff over zwervers en opiumschuivers, de onbegrijpelijke erupties van Lucebert en dat idiote boek over een gestoorde jongen met een speelgoedkonijn verbluften me. Zulke mensen en dingen bestonden!

Je mocht ze zelfs op je lijst zetten, die boeken. Leraren Nederlands waren de leukste van de school, net afgestudeerde ’68-ers, die precies die schrijvers bewonderden die de bibliotheekjuf met haar nijpmondje verbood. Lezen was een subversieve bezigheid.

Omdat de leraar op wie alle meisjes verliefd waren ook Couperus, Nijhoff en Achterberg goed vond, lazen we die ook. Dat we er weinig van begrepen, was een pré.
Had die leraar ons verteld dat lezen goed voor ons was, heilzaam en vormend, dan waren we er acuut mee opgehouden. Was wiskunde maar zo illegaal en opruiend geweest, dan was ik op dat gebied geen dombo gebleven.

Nu iedere puber drie muisklikken is verwijderd van alles wat hij over seks, drugs en provoceren wil weten, is het moeilijker geworden hen warm te krijgen voor papier met een kaftje erom. Dat literatuur vormend is en zinvol, is onomstreden. Wie romans leest uit het verleden, of uit andere culturen, ontdekt dat er meer is dan het hier en nu. Altijd was er liefde, haat, afgunst en oorlog. Het is vaker vertoond dat nieuwkomers en andersdenkenden argwanend werden geweerd, of vermoord, en later toch geaccepteerd.


Literatuur is een van de weinige manieren om inlevingsvermogen en verbeeldingskracht te ontwikkelen, om meer dan één leven te leven. Eerwraak, fatale passie, zelfmoord, bedrog, gekmakende liefde – je hoeft het zelf niet allemaal mee te maken om te weten hoe het voelt, je kunt erover lezen.


Leerlingen met zulke argumenten verleiden tot lezen is een hopeloze missie. Aan leesbevorderaars kleeft een treurige blijmoedigheid, zoals aan swingende ouders op feestjes en grijze skaters op de halfpipe. Lezen is cool! – getver. Lezen is uiteindelijk iets wat je voor je plezier doet, net als sport. Een leeshatende puber literatuur verkopen als ‘leuk’ is net zo onmogelijk als een sporthatende dikkerd tot hardlopen aanzetten omdat bewegen zo heerlijk is.

Wat niet wil zeggen dat het niet moet. Minister Plasterk pleitte vorige week in het NOS Journaal voor de terugkeer van het ‘oude’ literatuuronderwijs: gewoon, met een bevlogen, belezen leraar voor de klas. De minister bemoeide zich voor het eerst met het ‘wat’ van het onderwijs, en meteen ook met het ‘hoe’, want die twee hangen samen. Nu is de alom heilzaam bevonden literatuur een veiliger terrein voor deze minister, die ook van Cultuur is en bovendien oud-juryvoorzitter van de Libris-prijs, dan het drama van de afnemende taal- en rekenvaardigheid. Maar hij meende het wel: hij vond het huidige literatuuronderwijs armoedig vergeleken bij de lessen die hijzelf ooit kreeg.

Plasterks voorgangers braken dit vak stelselmatig af. Protest, op dat van een enkele cultuurdrager na, klonk er nauwelijks. Bij de instelling van de Tweede Fase werden de lesuren voor literatuur gehalveerd en ging het aantal te lezen boeken omlaag van 25 naar 12 op het vwo en 8 op het havo. De literatuurgeschiedenis werd goeddeels afgeschaft.

Niet langer was het doel om het wereldbeeld en de emotionele reikwijdte te verbreden. De leraar wrong zich in allerlei bochten, hopend dat zijn pubers spontaan zouden ontdekken hoe machtig mooi lezen was. Boeken die niet aansloten bij hun ‘leefwereld’ waren taboe en hun oordeel (‘saai’) van hoog belang. Natuurlijk waren die slappe boekjes op hun veronderstelde niveau stomvervelend. Literatuur werd leesverslagen googlen. Literatuur stelde kennelijk niets voor.

Bijna alle huidige leraren Nederlands zijn in hun opleiding doorkneed in deze leesdidactiek, die kinderen opsluit in hun wereld. Velen hebben zelf weinig gelezen. Plasterks ideale literatuurleraar is met pensioen. Wat er met het literatuuronderwijs gebeurde, is symptomatisch voor het hele onderwijs; je kunt er, overmand door nostalgie, niet één vak uitlichten.

Literatuur hoort voor kinderen niet meer vanzelfsprekend tot hun cultuur. Om hen te laten ervaren wat boeken met je kunnen doen, is kennisoverdracht nodig. Kinderen die kennis onthouden onder het mom van kindvriendelijkheid, is wreed, maar het was jarenlang de verplichte praktijk. Beseft Plasterk wat er nodig is om die inspirerende literatuurles terug te toveren?

Misschien moeten we het lezen van de allerbeste, gevaarlijkste boeken weer gewoon verbieden op school. Dan worden ze vanzelf begeerlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden