Bevolkingsbeleid is meer geboden dan ooit

Voorspellingen over het aantal Nederlanders zijn vaak onjuist. Volgens B.M.S. van Praag vereist een krimpende bevolking een serieus demografisch beleid van de overheid....

B.M.S. van Praag

In mijn artikel 'Overheid moet kindertal bevorderen' (Forum, 5 augustus) sprak ik mijn zorg uit over de in Nederland, en trouwens in heel Europa, sterk gedaalde vruchtbaarheid, waardoor de bevolkingsgroei van circa 1 procent per jaar sinds 1945 gemakkelijk zou kunnen omslaan in een krimp met 1 procent per jaar. Daardoor zouden wij in 2060 de tien miljoen weer kunnen naderen.

Mijn hoofdpijn betrof niet zozeer dat totale aantal, waardoor Nederland weer een stuk minder bevolkingsdruk zou hebben, als wel bij het gegeven dat een dergelijke krimp gepaard zal gaan met een sterk verouderde bevolking. En dat leidt tot problemen voor de houdbaarheid van de zorg-arrangementen van onze verzorgingsstaat, terwijl ook het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking pijnlijk zou gaan dalen. Ik pleitte daarom voor een stabilisering van de bevolking.

Dat was tegen het zere been van de boys van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (Forum, 27 augustus). Het artikel Van Dalen, Henkes en Van Nimwegen, verbonden aan het (NIDI), die als het ware spreken namens een door de overheid gesubsidieerd instituut met een grote reputatie, bevat een blijde boodschap: Het CBS (2003) voorspelt dat in 2060 Nederland 17,6 miljoen mensen zal herbergen dus nog 1,5 miljoen mensen meer als nu.

Dus wat zeurt Van Praag? Hij kent gewoon 'de cijfers' niet.

Inderdaad, ik ben niet uitgegaan van de CBS-prognose en heb die zelfs niet genoemd om de doodeenvoudige reden dat zij mij hoogst onwaarschijnlijk voorkomt. Het CBS is een eerbiedwaardig onderzoeksinstituut, maar dat betekent niet dat hun voorspellingen op demografisch gebied altijd uitkomen. Zo heeft het CBS decennia lang voorspeld dat wij nu met meer dan 20 miljoen zouden zijn. Ook die voorspelling is gelukkig niet uitgekomen.

Het maken van demografische voorspellingen over een termijn van verscheidene decennia is een moeilijke opgave. Het gaat hier niet over de demografische berekeningen, die in moeilijkheid zijn te vergelijken met samengestelde interestrekening, maar over de aannames die men in het model stopt. Zo is de demografische overschatting van de groei in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog te wijten aan het feit dat de vruchtbaarheidsratio (na de ontkerkelijking en het beschikbaar komen van de pil) sterk daalde. Maar wie had dit in 1965 kunnen vermoeden?

Het probleem is ook om tijdig te herkennen of een belangrijke parameter onderhevig is aan een tijdelijke schommeling ('dipje') of dat het gaat om een structurele trendbreuk. Het gaat hier meer om intuïtie en Fingerspitzengefühl dan om objectieve wetenschap. Zoiets doet zich ook voor bij de recente CBS-prognoses.

In de recente CBS-prognose wordt uitgegaan van een constante vruchtbaarheid van 1.75 en een vrijwel constant immigratie-saldo per jaar van circa dertigduizend personen. Zodoende wordt de lijn van het voorbije decennia doorgetrokken. Ik ga uit van een vruchtbaarheid van 1.70 en een immigratie-saldo van nul. Kortheidshalve, zal ik alleen mijn bedenkingen geven over de veronderstelling ten aanzien van de migratie, omdat de veronderstellingen daaromtrent tot de grootste afwijking leiden. Ik geloof niet dat het migratie-patroon uit het verleden zich in de komende vijftig jaar zal voortzetten. De houding ten aanzien van immigratie onder de Nederlandse bevolking is omgeslagen van voorzichtig positief naar negatief, zoals blijkt uit het onlangs uitgekomen SCP-rapport De Sociale Staat van Nederland.

Alle landen van West-Europa bemoeilijken de immigratie, ongeacht onder welke titel dat plaats vindt (asiel, gezins-hereniging, etc). De nieuwe wet- en regelgeving alsmede de economische situatie, die de komende decennia moeilijk zal blijven, leiden ook tot een verminderde animo van potentiële immigranten om voor Nederland en voor West-Europa in het algemeen te kiezen. Hoe snel dit werkt blijkt uit de cijfers van de eerste twee kwartalen van 2003, waar het immigratie-saldo al is gedaald tot negatieve waarden.

Het CBS schijnt nogal wat immigratie te verwachten uit Oost-Europese landen. Ook dit lijkt me dubieus omdat de enorme inhaalvraag en het kostenvoordeel, vergeleken met het West-Europese kostenpeil, het waarschijnlijk maken dat de nieuwe centra van economische bedrijvigheid in Oost-Europa zullen komen te liggen.

We zien nu reeds hoeveel Nederlandse bedrijven hun produktie-centra naar Oost-Europa verleggen of met die gedachte spelen. Daarbij lijkt voor jongeren de emigratie weer aantrekkelijk te worden. In ieder geval is dit de trend van de laatste maanden. Kortom, hoewel ik eenvoudshalve gekozen heb voor een immigratie-saldo van nul, lijkt een blijvend negatief saldo waarschijnlijker, hoewel natuurlijk onvoorzienbare politieke major events, die noch ik noch het CBS kan voorspellen, die voorspelling teniet kunnen doen. In 2001 bedroeg het migratie-saldo nog circa vijftigduizend, in 2002 was het gehalveerd tot 25 duizend en in de maanden mei t/m juli van dit jaar was het zelfs negatief. In tegenstelling tot het CBS, dat uitgaat van een extrapolatie van in de laatste jaren geldende trend, ga ik dus uit van een trendbreuk die wel uit vele signalen blijkt, maar die nog niet is vastgelegd als een langjarige trend uit het verleden. Het is een verschil van inschatting.

Maar stel dat de voorspelling van het CBS bewaarheid zou worden. In dat geval zijn wij ook niet te benijden. Dit betekent immers dat de te weinig in Nederland geboren kinderen zouden worden vervangen door volwassenen, die opgevoed en opgegroeid zijn in Marokko, Turkije, Roemenië, etc. In 2050 zou dit volgens het CBS leiden tot een fractie allochtonen van circa 32 procent, terwijl die fractie nu 18 procent is.

Ten eerste leidt dit tot een significante veroudering van de bevolking, terwijl de omvang nog stijgt vergeleken bij 2003. Ik moet er niet aan denken wat dit voor onze steden zoals Amsterdam, Utrecht en Rotterdam zal inhouden. In de tweede plaats heeft het recente rapport Immigration and the Dutch Economy van het CPB wel genoegzaam aangetoond dat gemiddeld elke immigrant de Nederlandse samenleving veel meer kost dan oplevert. Indien de CBS-prognose bij ongewijzigd beleid juist zou zijn, dan zou er ook alle aanleiding zijn om het beleid bij te stellen, zodat die prognose niet uitkomt.

Al met al denk ik dat er voldoende reden is voor een ernstige waarschuwing. De Nederlandse samenleving moet niet Gods water over Gods akker laten lopen, maar zich tijdig bezinnen op welke ontwikkeling men wil en hoe die moet worden bevorderd. Het beste instrument lijkt een kleine staatscommissie van onafhankelijke deskundigen. Met 'onafhankelijk' bedoel ik: niet betrokken bij het al jaren fantasieloze bevolkingsbeleid van de overheid. Het ligt voor de hand dat de inbreng van de NIDI-boys en ambtelijke deskundigen, die al jaren doen of er niets aan de hand is en die schijnoplossingen propageren als het exclusief binnenhalen van hooggekwalificeerde immigranten, voor zo'n commissie slechts gering kan zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden