Bevolking van Afghanistan was al in 1979 niet te tellen

Afghanistan wil een nieuwe volkstelling organiseren. Het is de vraag of een bevolking die zoveel rondzwerft, zoveel talen spreekt en zo achterdochtig is, wel te tellen is....

Sinds de Sovjet-invasie van december 1979 heeft Afghanistan niets dan oorlog gekend. De hoofdstad Kabul is door elkaar bevechtende krijgsheren aan puin geschoten. Maar ook de andere steden zijn gehavend. Wegen, bruggen, vliegvelden en landingsbaantjes zijn als oorlogsdoelen platgegooid. Verwaarloosde akkers zijn in een woestenij veranderd. Afghanistan moet opnieuw worden opgebouwd. Maar hoe?

De nieuwe regering wil een volkstelling organiseren. Dat is de enige manier om vast te stellen hoeveel mensen er wonen in Afghanistan, hoeveel teruggekeerde vluchtelingen op zoek zijn naar een huis, hoeveel kinderen zitten te springen om een school, en waar behoefte is aan medische voorzieningen. Die informatie is onontbeerlijk om de verhoopte miljardenhulp uit het buitenland efficiënt te kunnen besteden.

Helaas is het makkelijker de vlooien te tellen op de rug van een zwerfhond dan vast te stellen hoeveel mensen er zijn in Afghanistan. Het is één keer eerder geprobeerd, in de zomer van 1979. De macht was het jaar daarvoor overgenomen door de communistische Democratische Volkspartij. En al zouden de Russen Afghanistan pas in december van dat jaar binnenvallen, op het Centraal Bureau voor de Statistiek in Kabul, dat de volkstelling organiseerde, zetelde al een Russische 'adviseur' - die geen woord verstond van het Pathaans en Dari dat om hem heen werd gesproken.

Het taalprobleem - behalve die twee hoofdtalen worden er in Afghanistan ook Oezbeeks, Turkmeens, Nuristaans en nog twintig andere talen en dialecten gesproken - was slechts een van de hindernissen voor de volkstellers. Een ander probleem was de natuurlijke gesteldheid van het land: alleen de steden zijn door een weg met elkaar verbonden. De rest van het land, vooral bestaande uit bergen en woestijnen, moesten de enquêteurs te voet doorkruisen.

Daarbij moesten ze op zoek naar nomaden en halfnomaden, naar schatting een tiende van de bevolking. Deze rondzwervende bevolkingsgroepen bejegenen iedere vreemdeling met achterdocht. Maar ook onder de gevestigde burgers van Afghanistan leeft een sterk wantrouwen jegens de overheid die zich, in hun beleving, alleen vertoont als er belasting wordt opgehaald, zonen worden geronseld voor de strijd of vrijheden worden beknot.

Gezinshoofden zijn dan ook weinig genegen om informatie te verstrekken over de samenstelling van hun familie, vooral over de vrouwen die er deel van uitmaken. Bovendien weten de meeste Afghanen niet precies wanneer ze zijn geboren - de enquêteurs moesten de leeftijden trachten te achterhalen aan de hand van een lijst van aardbevingen en andere historische gebeurtenissen die de ondervraagden zich moesten zien te herinneren.

De volkstellers van Afghanistan kregen drie weken de tijd voor een klus die in Nederland in één dag wordt geklaard. Toch wisten ze nauwelijks meer dan de helft van de bevolking te bereiken. Er broeide steeds meer verzet tegen het communistische bewind in de hoofdstad, en menig enquêteur moest zijn bezoek aan de provincie met de dood bekopen. Uiteindelijk werd officieel vastgesteld dat Afghanistan 13,9 miljoen inwoners telde, onder wie 800 duizend nomaden. Maar dat aantal leek overdreven en werd buiten Afghanistan niet serieus genomen.

Sindsdien zijn de omstandigheden alleen nog maar ongunstiger geworden. Vijf miljoen Afghanen zijn naar Iran en Pakistan gevlucht - sommigen zijn teruggekeerd, anderen niet. Kleinere aantallen vluchtelingen hebben zich gevestigd in alle hoeken van de wereld, van de VS tot Nederland, van Rusland tot Nauru.

Ook in Afghanistan zelf hebben ontheemde burgers heel wat afgezworven. Tijdens de strijd tegen de Sovjet-bezetters vluchtten duizenden van het platteland naar de betrekkelijk veilige steden. De bevolking van Kabul zou zich daardoor in vijf jaar tijd hebben verdubbeld tot twee miljoen. Toen de hoofdstad in 1992 ten prooi viel aan rivaliserende krijgsheren kwam een tegengestelde beweging op gang: de burgers ontvluchtten het verwoeste Kabul en zochten een veilig heenkomen op het platteland. Sindsdien is het inwonertal van de hoofdstad aangezwollen en weer geslonken op de getijden van het krijgsgeweld.

Behalve nomaden en halfnomaden zijn er nu ook teruggekeerde vluchtelingen, die zich vaak moeten behelpen met tijdelijke behuizing. Gezinnen zijn tijdens de vlucht uiteengedreven en weten vaak zelf niet hoeveel familieleden er nog in leven zijn. Een volkstelling die onder dergelijke omstandigheden wordt gehouden heeft nog minder waarde dan die van 1979.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden