Reportage Toekomst Lelystad

Bevlogen pioniersgeest: hoe Lelystad Airport de polder nieuwe energie geeft

In het gevecht voor zijn bestaan, balanceert Lelystad al decennia op het randje. Verbroken Haagse beloften voelden vaak als een mokerslag. Op wilskracht is de stad aanbeland bij de volgende ronde: de komst van Lelystad Airport. Brengt dat redding?

Lelystad Airport. Beeld Marcel van den Bergh

Om het tegen­geluid te laten ­horen van hen die wel blij zijn met vakantievluchten, plaatste de stichting ­Lelystad Airport Moet Door, opgericht door een notaris, een advocaat en een onder­nemer, vorig jaar een paginagrote ­advertentie in de zaterdageditie van NRC Handelsblad. Het mocht wat kosten om gehoord te worden.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Tot dan had de pers in de slepende discussie over de luchthaven nagenoeg alle tegenstanders weten te vinden. De natuurliefhebber die mede vanwege de stilte naar de Veluwe was verhuisd, werd alom tot ‘omwonende’ van het vliegveld gedoopt. Verontruste bewoners van de Weerribben die lawaai ­verwachten van ‘laag’ overvliegend ­verkeer doken ook overal op.

Geïnspireerd op wat er elders in Lelystad gebeurde bij de Oostvaardersplassen – door toedoen van activistische dierenvrienden – leefde de antiluchtvaartbeweging zich onder het oog van foto- en tv-camera’s uit op het hekwerk van het vliegveldje.

‘Zo gaat het helaas vaker met het ­publieke debat in Nederland’, zegt ­directeur Hanne Buis (42) van Lelystad Airport nu. ‘Veel onderwerpen leiden tot polarisatie. Terwijl uit onderzoeken blijkt dat de gemiddelde Nederlander genuanceerd naar luchtvaart en Lelystad Airport kijkt.’

Gepensioneerd huisarts Kees van Ojik (83) woont in Zwanenburg, onder de rook en het lawaai van Schiphol. Hij zette zich decennia in voor beperking van overlast voor omwonenden en wil desgevraagd wel feiten en nuance aandragen. Van Ojik is goedgemutst: hij beleefde enkele weken van weldadige rust wegens onderhoud aan de Zwanenburgbaan.

Van Ojik wil niets bagatelliseren, geluidshinder is een subjectieve ervaring. Hij heeft een boodschap voor veel mensen die nu al klagen over wat op de heel lange termijn (2045) de 45 duizend vluchten vanaf of naar Lelystad teweeg gaan brengen.

In Zwanenburg komt een veelvoud aan vliegtuigen op een paar honderd meter over. ‘Bij die zogeheten laagvliegroutes van en naar Lelystad gaat het om minstens 1.800 meter.’ Vervolgens: ‘Precies dezelfde vluchten leiden daar tot 300 gehinderden tegen hier, in de Schiphol-omgeving, 30 duizend gehinderden. Dat is een factor honderd.’

Moet dat troost bieden voor hen die straks hoe dan ook iets gaan horen? Het luchtvaartdebat is al niet vrij van jij-bakken en nimby-inbreng, maar Van Ojik blijft nuchter. ‘Luchtvaart heeft een zekere economische betekenis voor ­Nederland als geheel.’ Dat luchtvaart minder vervuilend moet worden en ticketprijzen opgeschroefd, vindt ook hij.

Investeringslust

In restaurant Flantuas, nu nog de enige horecagelegenheid bij luchthaven Lelystad, zitten op een doordeweekse avond drie mannen aan tafel die ook graag de economische betekenis van luchtvaart beklemtonen. Notaris Bart Jan Binnerts, ondernemer Dirk Jan Verdoorn en advocaat Cees Okkerse wijzen erop dat ook ver buiten Lelystad of Flevoland medestanders wonen.

‘Opening van Lelystad Airport geeft een impuls aan de werkgelegenheid, tot ver buiten onze stad’, zegt Okkerse.

‘In 2018 zou het hier opengaan. Dat heeft de laatste jaren een enorm effect gehad op de investeringslust’, weet Binnerts. ‘Vorig jaar hebben we hier op de luchthaven twintig bedrijfskringen te gast gehad’, vult Verdoorn aan. ‘Ook vanuit Noord-Holland tot aan de ­Veluwe. Iedereen ziet de potentie.’

De initiatiefnemers achter Lelystad Airport Moet Door hebben alledrie een lange band met de stad die zichzelf zo vaak moet verdedigen. Zijzelf moeten dat bij herhaling ook als ze hun woonplaats bekendmaken. Notaris Bart Jan Binnerts groeide in Lelystad op, keerde in 1991 definitief terug en kan beeldend vertellen over het vele groen, de ruimte, de verre horizonten.

Beeld Willum Morsch / de Volkskrant

Stille steunbetuigingen

Dirk Jan Verdoorn van de plaatselijke bedrijfskring kent ondernemers uit plaatsen op de Veluwe die verzwijgen dat ze de stichting financieel ondersteunen. De supermarkt onder de aanvliegroute kan er last van krijgen, want Lelystad, of althans Lelystad Airport is een belast begrip. Veel inwoners van de Veluwe zijn immers mordicus tegen het vliegverkeer.

In Flantuas wordt de gast bediend door personeel in luchtvaartkledij. Dat is niet provocatief bedoeld, sterker, dat is al tientallen jaren het geval. De nu opgetuigde luchthaven is al heel lang het thuis van sportvliegtuigjes, zakenvluchten en oefen- en opleidingsinstituten. In Flantuas kijkt de gast uit op de start- en landingsbaan en de verkeers­toren. In de verte is de terminal te zien.

Deze avond brengen voorstanders van de overplaatsing van vakantievluchten van Schiphol naar Lelystad graag een ­sjabloon in als weerwoord op dat andere sjabloon, dat van Lelystad als de zielloze, problematische stad. Sinds Eindhoven Airport en Lelystad Airport zijn aangewezen als oplossingen voor de ‘vol’ gevlogen nationale luchthaven, is de pioniersgeest van de bewoners van het nieuwe land weer tot leven gewekt.

Ook gesprekspartners als oud-burgemeester Chris Leeuwe of gedeputeerde Jop Fackeldey brengen de ‘pioniersgeest’ als vanzelf te berde. Oud-gedeputeerde Andries Greiner, afkomstig uit Den Haag, roept bijna poëtische beelden op als hij die geest probeert te duiden.

Na tientallen jaren van bestuurdersfuncties zat hij, daags voor zijn vertrek als gedeputeerde, in zijn lunchpauze naar het carillon te luisteren. Het geluid reikte ver. ‘Ik dacht: wat kan ik hier nog doen? Moet ik niet ergens een nieuwe start maken? Onder die klanken van het carillon besloot ik ter plekke dat ik hier zou blijven. Hier kan nog zo veel, hier wacht nog veel nieuws.’

De boeren zien het zitten

De veronderstelde pioniersgeest van de bewoners van het nieuwe land – hoewel ook alweer een ruime halve eeuw oud – maakt dat de meeste Lelystedelingen de komst van vakantievluchten niet ­meteen zien als een lawaaiige, vervuilende inbreuk op hun leefomgeving.

De agrariërs die als eerste bewoners naar dit deel van Flevoland kwamen ­waren in zekere zin de bevoorrechten. Ze ondergingen een strenge selectie, heel anders dan later de stedelingen die naar Lelystad werden gelokt. Heel anders dan in de omgeving van Schiphol is nu ook de houding van die agrariërs met het oog op de transformatie van het vliegveld tot dependance van Schiphol.

‘Ze zien de mogelijkheden’, zegt ­notaris Bart Jan Binnerts over die beroepsgroep. Agrariërs hebben het collectief De Lelystadse Boer opgericht dat een rol gaat spelen in de catering op de luchthaven.

De ene ‘boer’ die werkelijk pal aan de start- en landingsbaan woont, is de eigenaar van restaurant Flantuas. Gerhard en Wilma Flantua – hun tweede bedrijf, de boerderij, wordt geëxploiteerd onder de naam met een knipoog Boer Kok – gaan groenten leveren aan de horeca in de terminal. Straks krijgen de eerste passagiers bij terugkomst van vakantie ­een pakket groenvoer mee.

Biologisch geteeld, uiteraard. Zo van het land, direct gedistribueerd naar de terminal. Een soort Lelystadse variant op boomaanplant ter compensatie van vervuiling door luchtvaart.

Voormalig burgemeester Chris Leeuwe (PvdA, van 1996 tot 2006) herkent de pioniersgeest in de regio. Hijzelf begon zijn bestuurlijke loopbaan in Delfzijl, ‘ook een gebied waar gevochten moest worden voor het eigen bestaan’. De historie overziende zegt Leeuwe dat er ook positieve effecten zijn van het vertrek van allerhande overheidsinstanties uit Lelystad.

‘Toen de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders hier nog zetelde, had je te maken met achthonderd, hoog­opgeleide ambtenaren. Die brachten ook een ambtelijke, hiërarchische structuur mee naar de nieuwe stad.’ Het vertrek heeft de pioniers- en ­ondernemingsgeest aangewakkerd, schat Leeuwe in. ‘En de noodzakelijke politiek-bestuurlijke inbreng versterkt.’

Weinig verzet

Het is moeilijk voor te stellen bij de komst van Boeings, maar weerstand binnen Lelystad zelf is niet of amper traceerbaar. Binnen de gemeenteraad levert alleen GroenLinks verzet. Monique Verhoeven van de Club van Direct Omwonenden (CDO) benadrukt dat hun stichting vooral geen actiegroep is, maar belangenbehartiger van ­zeventig agrariërs.

‘Wij zijn kritisch, laten er ook geen traan om als de luchthaven niet opengaat, maar wij hebben heel goed ­burenoverleg met de luchthaven’, zegt Verhoeven. Actiegroepen in verderop gelegen plaatsjes bevestigen dat beeld. Vanuit Biddinghuizen zegt tegenstander Frank Pels: ‘Wij kennen inderdaad niemand die zich binnen Lelystad zelf hard maakt tegen de komst van de vakantievluchten.’

Het oude politiebureau, waar horeca in moet gaan komen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Is dat niet wonderlijk? Pels vindt van niet en wijst op de routes voor het aankomende of vertrekkende verkeer. ‘Die gaan niet over de stad. Pas later wordt er echt over de bebouwde kom gevlogen.’ Pels heeft bijna bemoedigende woorden voor voorstanders van de opening van de luchthaven. Een verdere juridische strijd zit er niet in, schat hij. ‘Ik ben bang dat het doorgaat.’

Wie nu een rondgang door Lelystad maakt, proeft overal het optimisme. De stad maakt zich op voor de eerste vliegtoeristen die in het gunstigste geval volgend jaar naar Lelystad komen. Pal bij het station kocht de jonge ondernemer Marten Post het voormalige politiebureau op. Op de begane grond van het pand moet horeca ­komen.

Post, geworteld in Lelystad, heeft ook maar meteen een ontwerp laten maken voor een transformatie van het aanliggende plein waarmee de treinreiziger na aankomst wordt geconfronteerd. ‘Hier komen dus mooie bankjes en een fontein’, wijst hij op een plek waar nu nog een soort barak staat. Vanaf het plein rijdt straks de elektrische shuttlebus naar de luchthaven. Pal voor zijn nieuwe pand heeft Post alvast plantenbakken laten plaatsen.

In opleiding

Zo zijn er in en nabij het Stadshart van Lelystad meer voorbereidingen te bespeuren. In het gebouw van het plaatselijke roc zijn al jarenlang opleidingen te volgen gericht op Lelystad Airport. Het lesprogramma Scala van het MBO College Lelystad wordt gevolgd door jongeren die ‘iets’ in de luchtvaart of het daarmee ­samenhangend bedrijfsleven willen gaan doen.

‘Het gaat vooral om stewards en stewardessen, logistiek en hospitality’, licht programmamanager Piet Mathôt van Scala-opleidingen toe. Hij werkte eerder voor een vergelijkbare school in Hoofddorp, gericht op toekomstig Schiphol-personeel. In meest driejarige opleidingen worden studenten onder meer opgeleid tot cabinepersoneel of een functie in de vliegtuigtechniek. ‘Hybride leren’, zegt Mathôt, ‘met veel leerervaring opdoen op de werkvloer.’

Cabinepersoneel in spe op het MBO College Lelystad. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het is de bedoeling dat het Scala-­opleidingen zich op termijn op het luchthaventerrein zelf vestigt. Mathôt zijn bureau zit er alvast. Hij werkt vanuit hetzelfde pand waar de directie van de luchthaven is gevestigd. Over het belang voor de stad: ‘Het perspectief is dat jongeren die hiervandaan komen, hier ook hun opleiding kunnen volgen en uiteindelijk een baan kunnen krijgen.’

Hanne Buis, directeur van Lelystad Airport, werkte tot twee jaar geleden op Schiphol. Volgens becijferingen gaat openstelling van de luchthaven voor vakantievluchten op termijn drieduizend banen opleveren. Mits het nu de goede kant opgaat, haast ze zich te zeggen. Het wordt hoog tijd dat de Europese Commissie en vervolgens Den Haag de seinen op groen zetten.

Buis: ‘Oud-collega’s op Schiphol vragen me wel eens: ‘Geloof je er nog in?’ Waarop ik zeg: ‘Zolang ik in Lelystad zit en de telefoon daar opneem, geloof ik er voor honderd procent in. ’

Hoe nu verder?

Dit staat Lelystad binnenkort te wachten: de Europese Commissie maakt bekend of een derde voorstel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu over de zogeheten verkeersverdelingsregeling wél acceptabel is. Kernprobleem: de Commissie staat niet toe dat Lelystad alleen maar wordt gebruikt om vakantievluchten vanuit Schiphol over te plaatsen, maar wil ook dat nieuwe partijen toegang krijgen.

Vervolgens: als die hobbel is genomen, wacht er nog een probleem in Den Haag. De Raad van State heeft deze maand het Nederlands stikstofbeleid naar de prullenbak verwezen. Het is daardoor de vraag of Lelystad Airport nog wel de noodzakelijke ­natuurvergunning kan krijgen om open te gaan. Komt nog bij dat coalitiepartijen D66 en ChristenUnie altijd kritisch zijn geweest. Minister Cora van Nieuwenhuizen moet nog een nieuw Luchthavenbesluit aan de Tweede ­Kamer voorleggen.

Juist in het licht van de recente historie valt niet uit te sluiten dat opening van Lelystad Airport – al in 2008 aangewezen als overloopluchthaven voor Schiphol – toch weer wordt uitgesteld. Gedeputeerde Jop Fackeldey denkt van niet. ‘Het is onwaarschijnlijk dat 2020 niet wordt gehaald.’

Maar er is nu al goed nieuws voor Lelystad. Citymarketing Lelystad publiceerde onlangs de uitkomsten van het driejaarlijkse onderzoek naar het imago van de stad. Het gaat om een ‘identiteitsonderzoek’ onder ruim duizend Lelystedelingen en 1.450 mensen van elders in Nederland. Voor het eerst sinds 2007 geven de niet-Lelystedelingen de stad een zes, het hoogste cijfer tot dusverre.

Dat biedt perspectief, zegt Inge ­Fackeldey (28) van Citymarketing, dochter van, deze doordeweekse dag waarop de laatste hand wordt gelegd aan openbaarmaking van het imago-onderzoek. Kennelijk is het sjabloon van Lelystad aan het verdwijnen. En heeft het ‘gedoe’ over de luchthaven geen negatief effect. 70 procent van de inwoners van Flevoland is voorstander van opening.

Fackeldey vertelt met welke slogan Citymarketing al sinds 2009 de boer is opgegaan: ‘Lelystad geeft lucht!’

Lelystad wacht al decennia op een glorieuze toekomst als het beloofde land

Sinds Lelystad een zelfstandige gemeente is, nu zo’n veertig jaar geleden, is pijnlijk zichtbaar dat de hoofdstad van Flevoland vooral op papier is gebouwd. Ambtelijk papier. Na alle verbroken beloften is het nu de vraag of Lelystad Airport nog wel opengaat.

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden