Bevalling

Na meer dan een dag en een nacht weeën is het dan eindelijk zo ver in De gelukkige huisvrouw: Lea mag beginnen met persen....

Eerst weer de schaar.

‘Nee, niet nog een keer knippen, niet nog een keer knippen’, jammert Carice van Houten, maar daar verdwijnt de gynaecoloog alweer tussen haar opgetrokken knieën.

Ik denk dat je dan ook het knipgeluid hoort, maar dat kan verbeelding zijn – zoals na een goede horrorfilm weet je ook hierna niet helemaal zeker welke beelden en geluiden je zelf in je hoofd hebt aangevuld.

Zo zie je ze zelden, bevallingen in films. De aanloop is wel populair: het leent zich prachtig voor komedies, vooral die waarin vaders flauwvallen, in paniek raken, irritant met videocamera’s zwaaien of een scheldpartij over zich heen krijgen (o.a. in Nine Months). Voor horror natuurlijk, waar nog wel eens een bastaardkind van Satan wordt gedragen (o.a. Rosemary’s Baby). Maar zelfs in die gevallen zie je weinig van de absolute uitputtingsslag en de ravage. Bij een ‘normale’ filmbevalling worden baby’s bij voorkeur net zo geboren als ze zijn verwekt: drie keer zuchten, een beetje zweten en het is klaar. Het kind in kwestie is meteen schoon, hechten is nooit nodig. En mocht het mis gaan, dan zie je dat helemaal niet, natuurlijk.

Zoiets levert wel, net als die idiote seksscènes, een verknipt beeld van de werkelijkheid op waaraan ik me steeds meer ging storen. Een aantal Amerikaanse filmregisseurs ook. Net als hun gelukkige huisvrouw-collega Antoinette Beumer zetten ze dapper pasjes op het onontgonnen pad. Alfonso Cuarón bijvoorbeeld, laat in Children of Men de bevallingsscène 3,5 minuut duren – een zee van tijd voor Hollywoodbegrippen – en toont bloed.

Nog een stapje verder ging Judd Apatow in Knocked Up. Daar zit zelfs het moment in dat het hoofdje te zien is; en dat komt volledig onverwacht vol op het bioscoopscherm. Daar is nogal wat gedoe over geweest, maar het ziet er vooral nep uit. Geen bloed, geen slijm, geen haar; het is duidelijk een plastic vagina met een glad bolletje ertussen.

Maar goed, zo vond ik, het is wel een poging om het hele proces wat realistischer te laten zien. En dat is hoe dan ook een goede zaak.

Daar ben ik nu van terug gekomen.

Natuurlijk is De gelukkige huisvrouw een extreem voorbeeld – hierbij vergeleken kan het alleen maar meevallen – en de bevallingsscène staat in dienst van het verhaal. Maar ik was wel spontaan genezen van mijn verlangen naar meer realisme. Een schaar, een tang, een vacuümpomp: die dingen moet je eigenlijk niet te vaak zien. En dan eigenlijk alleen als je er daadwerkelijk een baby voor terugkrijgt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.